H1 Speltheorie
P1 Van spel naar theorie
Wederzijds afhankelijkheid = wat de ene aanbieder doet heeft invloed op
wat de andere aanbieder doet. Om te bepalen wat er gebeurt als er sprake
is van wederzijds afhankelijkheid is de speltheorie ontwikkeld. Een
speltheorie in de economie noemen we een economiespel. Bij een
speltheorie zijn er spelregels, spelers, iedereen wil winnen, het spel is een
keer afgelopen, de keuzes zijn hun acties en het marktevenwicht is de
speluitkomst. Het marktevenwicht is de situatie die ontstaat als het spel is
gespeeld.
,P2 Een economiespel: Jumbo en Albert Heijn
Opbrengstenmix
Na de speltheorie stellen we de opbrengstmatrix op, dit is de matrix met
daarin de opbrengsten voor beide spelers bij alle mogelijke acties. In een
tabel heb je een rijspeler en een kolomspeler. De actie van de ene speler
beïnvloed de keuze die de andere speler maakt.
, P3 Het Nash-evenwicht
Oplossing
De oplossing van het spel is het marktevenwicht. Het is de situatie waarbij
beide spelers tegelijkertijd hun beste actie kiezen, gegeven de actie van
de andere speler. Dat is een cel in de opbrengstenmatrix waarin beide
opbrengsten zijn onderstreept. Evenwicht: gegeven de actie van de
andere speler wil geen van beide spelers een andere actie kiezen. Geen
speler kan er dan op vooruitgaan door een nadere actie te kiezen als de
andere speler dat ook niet doet. Dit evenwicht heet het Nash-evenwicht.
Het marktevenwicht kun je aangeven door bijv. {wel prijsverlaging, wel
prijsverlaging}.
Meerdere evenwichten
Een fundamenteel inzicht uit de speltheorie is dat er situaties bestaan
waarbij meerdere uitkomsten een Nash-evenwicht kunnen zijn.
Verschillende situatie kunnen het evenwicht worden. Daarbij is niet
gezegd welke speluitkomst dat zal zijn. Dat hangt af van het gedrag van
de spelers, maar ook van het economisch beleid van de overheid. Het is
dan van belang te bepalen welke speluitkomst de meest wenselijke is. Het
beleid van de overheid moet dan zo ingericht worden dat alleen het
wenselijke marktevenwicht gespeeld wordt. Er zijn bijv. twee soorten
Nash-evenwicht: {geen prijsverlaging, geen prijsverlaging} en {wel
prijsverlaging, wel prijsverlaging}. In beide gevallen heeft geen van beide
spelers een prikkel om een andere actie te kiezen gegeven de actie van de
andere speler. Zonder verdere aannames is niet te zeggen welk evenwicht
bereikt wordt.
P1 Van spel naar theorie
Wederzijds afhankelijkheid = wat de ene aanbieder doet heeft invloed op
wat de andere aanbieder doet. Om te bepalen wat er gebeurt als er sprake
is van wederzijds afhankelijkheid is de speltheorie ontwikkeld. Een
speltheorie in de economie noemen we een economiespel. Bij een
speltheorie zijn er spelregels, spelers, iedereen wil winnen, het spel is een
keer afgelopen, de keuzes zijn hun acties en het marktevenwicht is de
speluitkomst. Het marktevenwicht is de situatie die ontstaat als het spel is
gespeeld.
,P2 Een economiespel: Jumbo en Albert Heijn
Opbrengstenmix
Na de speltheorie stellen we de opbrengstmatrix op, dit is de matrix met
daarin de opbrengsten voor beide spelers bij alle mogelijke acties. In een
tabel heb je een rijspeler en een kolomspeler. De actie van de ene speler
beïnvloed de keuze die de andere speler maakt.
, P3 Het Nash-evenwicht
Oplossing
De oplossing van het spel is het marktevenwicht. Het is de situatie waarbij
beide spelers tegelijkertijd hun beste actie kiezen, gegeven de actie van
de andere speler. Dat is een cel in de opbrengstenmatrix waarin beide
opbrengsten zijn onderstreept. Evenwicht: gegeven de actie van de
andere speler wil geen van beide spelers een andere actie kiezen. Geen
speler kan er dan op vooruitgaan door een nadere actie te kiezen als de
andere speler dat ook niet doet. Dit evenwicht heet het Nash-evenwicht.
Het marktevenwicht kun je aangeven door bijv. {wel prijsverlaging, wel
prijsverlaging}.
Meerdere evenwichten
Een fundamenteel inzicht uit de speltheorie is dat er situaties bestaan
waarbij meerdere uitkomsten een Nash-evenwicht kunnen zijn.
Verschillende situatie kunnen het evenwicht worden. Daarbij is niet
gezegd welke speluitkomst dat zal zijn. Dat hangt af van het gedrag van
de spelers, maar ook van het economisch beleid van de overheid. Het is
dan van belang te bepalen welke speluitkomst de meest wenselijke is. Het
beleid van de overheid moet dan zo ingericht worden dat alleen het
wenselijke marktevenwicht gespeeld wordt. Er zijn bijv. twee soorten
Nash-evenwicht: {geen prijsverlaging, geen prijsverlaging} en {wel
prijsverlaging, wel prijsverlaging}. In beide gevallen heeft geen van beide
spelers een prikkel om een andere actie te kiezen gegeven de actie van de
andere speler. Zonder verdere aannames is niet te zeggen welk evenwicht
bereikt wordt.