100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Nederlands CE VWO

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
6
Geüpload op
23-06-2021
Geschreven in
2020/2021

Een duidelijke en complete samenvatting voor het Centraal Examen Nederlands VWO. Bevat alle nodige lesstof waaronder signaalwoorden en -zinnen, functiewoorden en argumentatie.










Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Geschreven voor

Instelling
Middelbare school
School jaar
6

Documentinformatie

Geüpload op
23 juni 2021
Aantal pagina's
6
Geschreven in
2020/2021
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Nederlands Centraal Examen
Functiewoorden/functie van tekstgedeelten:
 Aanbeveling: Staat vaak aan het eind van een tekst; de schrijver geeft een advies/goede raad
(aan de lezer).
 Aanleiding: de reden van de schrijver om de tekst te schrijven.
 Afweging: de schrijver weegt voor- en nadelen of meerdere oplossingen tegen elkaar af en
maakt zo een keuze.
 Anekdote: Een persoonlijk of grappig verhaaltje, vaak in de inleiding.
 Argument: de schrijver doet een uitspraak waarmee hij een standpunt onderbouwt.
 Beantwoording: de schrijver geeft antwoord op een eerder gestelde vraag.
 Begripsbeschrijving: de schrijver geeft een nauwkeurige omschrijving van een bepaalde term
(ook definitie).
 Beoordeling: De schrijver geeft een positief/negatief oordeel over een onderwerp of situatie.
 Bewering: de schrijver doet een uitspraak die volgens hem op twijfel of tegenspraak zou
kunnen stuiten (ook standpunt en stelling).
 Bewijsvoering: Er wordt een onderbouwing met feiten (uit onderzoek) gegeven om de
juistheid van een stelling aan te tonen.
 Bezwaar: de schrijver heeft bedenkingen tegen een eerdere bewering of argumentatie (van
een ander).
 Conclusie: Staat in het slot van een tekst, de schrijver concludeert iets op grond van de
inhoud van de rest van de tekst./de schrijver komt, op grond van het voorafgaande, tot een
gevolgtrekking.
 Constatering: De schrijver ziet iets/merkt iets op.
 Definitie: de schrijver geeft een nauwkeurige omschrijving van een bepaalde term.
 Doelstelling: De schrijver geeft aan wat hij wil bereiken met zijn tekst.
 Gevolg(en): De schrijver noemt de gevolgen van een situatie of verschijnsel.
 Hypothese: De schrijver spreekt zijn verwachting uit, maar deze verwachting moet nog
bewezen worden.
 Karakterisering: de schrijver geeft de voornaamste kenmerken van een verschijnsel.
 Nuancering: De schrijver zwakt een genoemd standpunt af, door meerdere (andere) kanten
van een zaak te belichten.
 Onderbouwing: de schrijver ondersteunt een stelling met argumenten en gegevens.
 Ontkenning: de schrijver ontkent de juistheid van een bewering.
 Ontkrachting: de schrijver ontkracht een bewering of argumentatie (ook weerlegging).
 Oorzaak: Er wordt aangegeven waardoor iets is geworden zoals het is.
 Oplossing: Als er een probleem in de tekst wordt genoemd, wordt er verderop vaak een
oplossing gegeven.
 Opsomming: Er wordt een reeks van voorbeelden/onderwerpen/onderdelen/verklaringen,
etc. gegeven.
 Probleemstelling: de schrijver brengt het probleem onder woorden dat hij gaat bespreken.
 Relativering: de schrijver wijst op het betrekkelijke van iets (ook nuancering).
 Samenvatting: Aan het eind van een tekst of tekstgedeelte wordt nogmaals het belangrijkste
herhaald.
 Standpunt/Stelling: De mening van de schrijver wordt gegeven.
 Tegenargument: De schrijver ontkracht een eerdergenoemd standpunt.
 Tegenstelling: de schrijver geeft aan dat een feit/bewering tegenover een ander
feit/bewering staat.
 Tegenwerping: de schrijver maakt bezwaar of heeft bedenkingen tegen een eerdere
bewering of argumentatie (van een ander).
 Theorie: de schrijver geeft wetenschappelijke opvattingen die losstaan van de praktijk.

,  Toekomstverwachting: De schrijver vertelt over een volgens hem mogelijke
ontwikkeling/geeft visie op een mogelijke ontwikkeling.
 Toelichting: De schrijver geeft een uitleg/voorbeeld om iets wat eerder genoemd is (zijn
opvatting) te verduidelijken.
 Toepassing: de schrijver beschrijft hoe een bepaalde theorie in de praktijk wordt toegepast.
 Uitwerking: De schrijver bespreekt iets wat eerder genoemd is (algemene stelling/theorie)
nu uitgebreider en in detail.
 Vergelijking: Er worden twee of meer zaken/situaties/oplossingen met elkaar vergeleken.
 Vermoeden: de schrijver uit een vermoeden.
 Verklaring: de schrijver legt uit hoe een bepaald verschijnsel is ontstaan.
 Verslag van onderzoek: de schrijver geeft de resultaten van een onderzoek.
 Voorbeeld: De schrijver verduidelijkt iets door een concreet geval uit de praktijk (een
voorbeeld) te noemen.
 Voorbehoud: de schrijver stemt alleen met iets in als er aan een beperkende voorwaarde
voldaan is.
 Voorwaarde: de schrijver stelt vooraf een eis waaraan voldaan moet worden, voordat iets
kan plaatsvinden.
 Vraagstelling: Staat meestal in de inleiding; de schrijver stelt een (hoofd)vraag die hij
verderop zal beantwoorden.
 Weerlegging: Er wordt een uitspraak gedaan waarmee een argument teniet wordt
gedaan/ontkracht wordt.
Signaalwoorden:
 Tijd: voordat, vroeger, aanvankelijk, eerst, nadat, daarna, wanneer, intussen, tegelijkertijd,
tijdens.
 Opsomming: en, ook, verder, ten eerste/ten tweede, in de eerste plaats/in de tweede plaats,
daarnaast, bovendien, vervolgens, ten slotte, als laatste.
 Tegenstelling: maar, echter, toch, niettemin, desondanks, daarentegen, enerzijds, hoewel,
ofschoon, integendeel.
 Oorzaak, gevolg: want, doordat, daardoor, waardoor, dat komt door, als gevolg van, ten
gevolge van.
 Reden, verklaring, argument: omdat, want, namelijk, daarom, aangezien, op grond van,
immers, om die reden.
 Doel-middel: om te, opdat, door middel van, daarmee, met de bedoeling, daartoe.
 Toelichting, voorbeeld: bijvoorbeeld, zo, ter illustratie, dat wil zeggen, zoals, onder andere.
 Overeenkomst, vergelijking: net zoals, hetzelfde als, evenals, evenzeer, overeenkomstig, is
vergelijkbaar met.
 Voorwaarde: als, indien, tenzij, mits, aangenomen dat, gesteld dat.
 Samenvatting: samengevat, kortom, al met al, terugblikkend, zoals gezegd, ofwel, anders
gezegd.
 Conclusie: dus, concluderend, daardoor, hieruit volgt, vandaar dat, uit dit alles blijkt.




Voorbeelden signaalzinnen:
De schrijver maakt hiermee duidelijk wat er volgt of wat hij heeft behandeld.

 Aankondigend: ‘’Ik zal hier enkele voor- en nadelen van bespreken..’’, ‘’maar aan het
systeem kleven ook enkele nadelen..’’, ‘’Hoe is de opmars van het toerisme te verklaren?..’’
 Terugblikkend: ‘’Van de besproken verklaringen lijkt de laatste me het meest aannemelijk.’’

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
mandydejong4 Vrije Universiteit Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
40
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
29
Documenten
16
Laatst verkocht
6 maanden geleden

4,0

2 beoordelingen

5
0
4
2
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen