a. vrouwe africa
Vrije tijd geeft en aan mij de gelegenheid om te leren en aan jou (de gelegenheid) om te
onderwijzen. Dus ik zou heel graag willen weten of je meent dat spoken bestaan en dat zij
een eigen gestalte hebben en een of andere goddelijke acht of dat onwerkelijke
schijnbeelden ten gevolge van onze vrees een gedaante aannemen.
Ik word er toegebracht om te geloven dat ze bestaan, vooral doordat gene wat ik hoor dat
Curtius Rufus is overkomen.
Nog onaanzienlijk en onbekend, had hij zich als metgezel bij het gevolg van de gouverneur
van Afrika aangesloten. Toen de dag ten einde liep, wandelde hij in de zuilenrij; aan hem
verscheen de gestalte van een vrouw, groter en mooier dan een menselijk gestalte.
Aan hem, die hevig geschrokken was, zei zij dat ze vrouwe Afrika was, de voorspelster van
de toekomst: want dat hij naar Rome zou gaan en staatsambten zou vervullen en dat hij zelfs
met de hoogte macht naar dezelfde provincie zou terugkeren en dat hij daar zou sterven.
Alles is gebeurd.
Bovendien vertelt men dat dezelfde figuur hem, toen hij Carthago naderde en van boord ging
op de kust ontmoet heeft.
Hijzelf in ieder geval liet toen hij ziek geworden was, zijn toekomst voorspellend op grond
van het verleden, zijn tegenspoed voorspellend op grond van zijn voorspoed, de hoop op
redding varen, hoewel geen van de zijnen de hoop laten varen.
b. een spookhuis in Athene
Verder is het volgende dat ik zal vertellen, zoals ik heb vernomen, en meer verschrikkelijk en
niet minder wonderbaarlijk toch?
Er was in Athene een groot en ruim huis, maar berucht en ongezond. In de stilte van de
nacht weerklonk het geluid van ijzer, en als je scherper zou opletten het lawaai van de
boeien, eerst vrij ver weg, maar daarna van heel dichtbij: weldra verscheen het spook, een
oude man door magerte en vervuiling aangetast, met lage baard en ongekamd haar, aan zijn
benen droeg hij boeien en aan zijn handen kettingen en hij schudde ze, Dientengevolge
werden door de bewoners sombere en vreselijke nachten door angst wakend doorgebracht;
ziekte volgde op slapeloosheid en terwijl de angst groeide, volgde de dood.
Want ook overdag, hoewel het spookbeeld was weggegaan, bleef de herinnering aan het
spookbeeld voor hun ogen zweven, en de angst duurde langer dan de oorzaken van de
angst. Daarom werd dit huis verlaten en gedoemd tot verlatenheid en helemaal overgelaten
aan dit spook; toch werd het op de markt gebracht, hetzij iemand het wilde kopen, hetzij
iemand het wilde huren, onbekend met zo’n groot onheil.
Vrije tijd geeft en aan mij de gelegenheid om te leren en aan jou (de gelegenheid) om te
onderwijzen. Dus ik zou heel graag willen weten of je meent dat spoken bestaan en dat zij
een eigen gestalte hebben en een of andere goddelijke acht of dat onwerkelijke
schijnbeelden ten gevolge van onze vrees een gedaante aannemen.
Ik word er toegebracht om te geloven dat ze bestaan, vooral doordat gene wat ik hoor dat
Curtius Rufus is overkomen.
Nog onaanzienlijk en onbekend, had hij zich als metgezel bij het gevolg van de gouverneur
van Afrika aangesloten. Toen de dag ten einde liep, wandelde hij in de zuilenrij; aan hem
verscheen de gestalte van een vrouw, groter en mooier dan een menselijk gestalte.
Aan hem, die hevig geschrokken was, zei zij dat ze vrouwe Afrika was, de voorspelster van
de toekomst: want dat hij naar Rome zou gaan en staatsambten zou vervullen en dat hij zelfs
met de hoogte macht naar dezelfde provincie zou terugkeren en dat hij daar zou sterven.
Alles is gebeurd.
Bovendien vertelt men dat dezelfde figuur hem, toen hij Carthago naderde en van boord ging
op de kust ontmoet heeft.
Hijzelf in ieder geval liet toen hij ziek geworden was, zijn toekomst voorspellend op grond
van het verleden, zijn tegenspoed voorspellend op grond van zijn voorspoed, de hoop op
redding varen, hoewel geen van de zijnen de hoop laten varen.
b. een spookhuis in Athene
Verder is het volgende dat ik zal vertellen, zoals ik heb vernomen, en meer verschrikkelijk en
niet minder wonderbaarlijk toch?
Er was in Athene een groot en ruim huis, maar berucht en ongezond. In de stilte van de
nacht weerklonk het geluid van ijzer, en als je scherper zou opletten het lawaai van de
boeien, eerst vrij ver weg, maar daarna van heel dichtbij: weldra verscheen het spook, een
oude man door magerte en vervuiling aangetast, met lage baard en ongekamd haar, aan zijn
benen droeg hij boeien en aan zijn handen kettingen en hij schudde ze, Dientengevolge
werden door de bewoners sombere en vreselijke nachten door angst wakend doorgebracht;
ziekte volgde op slapeloosheid en terwijl de angst groeide, volgde de dood.
Want ook overdag, hoewel het spookbeeld was weggegaan, bleef de herinnering aan het
spookbeeld voor hun ogen zweven, en de angst duurde langer dan de oorzaken van de
angst. Daarom werd dit huis verlaten en gedoemd tot verlatenheid en helemaal overgelaten
aan dit spook; toch werd het op de markt gebracht, hetzij iemand het wilde kopen, hetzij
iemand het wilde huren, onbekend met zo’n groot onheil.