Wat is epilepsie:
Epilepsie zijn stoornissen van het bewustzijn. Het bewustzijn van de zorgvrager kan
licht gedaald zijn, maar er kan ook een diepe coma optreden.
Wat kun je zien?
Stoornissen van de motoriek:
Spastische bewegingen,
Korte flitsende contracties van een spier of een kleine spiergroep en
stijve verkrampingen.
Kaakklem, waarbij de kaken stijf op elkaar verkrampt blijven.
Zintuiglijke prikkelingssymptomen:
Tintelingen,
Pathologische reuksensaties,
Pathologische smaaksensaties,
Optische hallucinaties (zien van figuren, lijnen, ballen, sterren).
Gehoorsensaties (horen van eenvoudige geluiden zoals brommen, sissen en suizen);
Vegetatieve verschijnselen:
Zweten,
Bloedvatverwijding,
Braken.
Hersenactiviteit:
Eventuele hersenafwijkingen zijn te zien op een ecg.
Absence:
Absences werden vroeger ook wel 'petit mal' genoemd.
Deze aanvallen komen het meest voor op jonge leeftijd, vanaf 6 jaar en komen vaker
voor bij meisjes.
Absences zijn onder te verdelen in typische absences, atypische absences
en myoclonische absences.
Focale aanvallen met intacte gewaarwording:
Focale aanvallen met intacte gewaarwording werden vroeger eenvoudig partiële
aanvallen genoemd.
De aanval blijft beperkt tot een klein deel van de hersenen.
Het bewustzijn blijft helder.
Mensen beseffen dus goed dat ze een aanval hebben en kunnen vertellen wat ze
tijdens een aanval beleven.
De duur kan zeer verschillend zijn, van seconden tot minuten.
Deze aanvallen zijn soms zo licht dat anderen de aanval niet opmerken.
Tonisch clonische aanval: