Branche, gehandicaptenzorg hoofdstuk 2 oorzaken. 1.2 niveau indelingen.
Oorzaken prenataal (voor geboorte):
*ontstaat door afwijkingen in het erfelijkheidsmateriaal of door een afwijkend verloop an de
zwangerschap.
o Chromosomen trisomie, stoornis van heel chromosoom (downsyndroom).
o Genetisch: stofwisselingsziekte.
o Infectieziekten in 1e maanden van de zwangerschap bv. Rubella (rodehond) of
geslachtsziektes.
o Overmatig gebruik van bepaalde medicatie, drugs of alcohol.
o Moeder met diabetes of schildklierziekten.
o Zwangerschapsvergiftiging.
Oorzaken perinataal (ontstaan rondom geboorte):
o O2 tijdens of na bevalling (asfyxie), zuurstofgebrek waardoor er hersenschade
optreedt bv. door navelstreng.
o Hersenbloeding.
o Icterus (geelzucht).
Oorzaken postnataal (vlak na geboorte):
o Infectieziektes zoals Meningitis (hersenvliesontsteking).
o Intoxicaties.
o Trauma met cerebraal (hersen) letsel.
o Status epilepticus (langdurige epileptische aanval).
o Mishandeling.
Indeling volgens Timmer-Huygens (inzicht op vermogen tot verwerking van informatie):
o 1.Lichaamsgebonden ervaringsfase (vegetatie).
o 2.Associatieve ervaringsfase.
o 3.Structurende ervaringsfase.
o 4.Vormgevende fase.
*mentale leeftijd: welke leeftijdsgroep de persoon mee te vergelijken is.
Fase 1:
o Meeste epilepsie komen hier voor.
o Directe indrukken.
o Waarnemen: het is er. Wat niet met gezien, gevoeld of gehoord wordt bestaat niet.
o Ervaart de wereld via zintuigen en het eigen lichaam.
o Matten liggen.
o Voornamelijk bezig met warme zorg, snoezelen ed.
Fase 1: Proberen patiënt terug te laten komen
o Door harde en zachte ballen te voelen.
o Of door te klappen met je handen.