Algemeen
Hoofdregel: in beginsel draagt ieder zijn eigen schade.
Vier mechanismen waardoor benadeelden hun schade geheel of gedeeltelijk op anderen kunnen
afwentelen:
1. Sociale zekerheid
2. Particuliere verzekering
3. Fondsen
4. Aansprakelijkheidsrecht
Als de benadeelde meerdere aansprakelijke heeft tegelijkertijd, kan de benadeelde in beginsel niet
bij beiden de schade vorderen. Dit staat in de voordeelstoerekening ex artikel 6:100 BW. particuliere
en sociale verzekeraars hebben een verhaalsrecht ex artikel 7:962 BW (subrogatie).
Bronnen van verbintenissen en samenloop:
1. Zaakwaarneming ex artikel 6:198 BW.
2. Onverschuldigde betaling ex artikel 6:203 BW
3. Ongerechtvaardigde verrijking ex artikel 6:212 BW
4. Overeenkomst ex artikel 6:74 BW
5. Onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW
Benadeelde heeft hier een keuze.
Onrechtmatige daad:
1. Enge zin: slechts artikel 6:162 BW.
2. Ruime zin: titel 6.3 BW
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid:
1. Persoonlijke aansprakelijkheid: aansprakelijkheid in eigen persoon omdat men zelf het
schadeverwekkende gebeuren heeft doen ontstaan. Dit heet schuldaansprakelijkheid.
2. Kwalitatieve aansprakelijkheid: aansprakelijkheid in een bepaalde hoedanigheid omdat je
moet instaan voor:
- Personen tot wie je in een bepaalde betrekking staat.
- Zaken waarvan je de eigenaar, bezitter, beheerder, producent of gebruiker bent.
Dit heet ook wel risicoaansprakelijkheid.
Er is niet altijd een strikte scheiding. Als er sprake is van toerekening naar verkeersopvatting
(artikel 6:162 BW) wordt het ook gezien als een ‘fout’. Dit is een vorm van
risicoaansprakelijkheid.
Vestigingsfase en omvangsfase:
Vestigingsfase: de fase waarin wordt onderzocht of er een grondslag is voor aansprakelijkheid.
Omvangsfase: de fase waarin wordt gesteld in welke omvang de schade moet worden vergoed, aan
de hand van de bepalingen in afdeling 6.1.10 BW.
Functies aansprakelijkheidsrecht:
Compensatie
Preventie
, Rechtshandhaving (defensief en offensief)
Erkenning van leed/ onrecht (Urgenda-zaak)
Genoegdoening op grond van artikel 6:106 BW
Straffen/ ontneming voordeel artikel 6:104 BW
Verjaring:
Als een vordering verjaard gaat zij teniet, wel blijft een natuurlijke verbintenis bestaan ex
artikel 6:3 lid 2 sub a BW.
Korte termijn ex artikel 3:310 lid 1 BW: benadeelde moet daadwerkelijk in staat zijn een
vordering in te stellen.
Lange termijn ex artikel 3:306 BW.
Aansprakelijkheid eigen onrechtmatig handelen:
Art. 6:162 BW heeft 5 vereisten:
Onrechtmatigheid (artikel 6:162 lid 2 BW)
Toerekening (artikel 6:162 lid 3 BW)
Causaliteit
Relativiteit (art. 6:163 BW)
Schade
Het vereiste onrechtmatigheid heeft drie vormen ex artikel 6:162 lid 2:
1. Inbreuk op een recht
2. Strijd met een wettelijke plicht
3. Zorgvuldigheidsnorm: strijd met het ongeschreven recht dat in het maatschappelijk
verkeer betaamt
Rechtvaardigingsgronden ontnemen de wederrechtelijkheid:
Noodweer
Overmacht
Noodtoestand
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel
Hoofdregel: in beginsel draagt ieder zijn eigen schade.
Vier mechanismen waardoor benadeelden hun schade geheel of gedeeltelijk op anderen kunnen
afwentelen:
1. Sociale zekerheid
2. Particuliere verzekering
3. Fondsen
4. Aansprakelijkheidsrecht
Als de benadeelde meerdere aansprakelijke heeft tegelijkertijd, kan de benadeelde in beginsel niet
bij beiden de schade vorderen. Dit staat in de voordeelstoerekening ex artikel 6:100 BW. particuliere
en sociale verzekeraars hebben een verhaalsrecht ex artikel 7:962 BW (subrogatie).
Bronnen van verbintenissen en samenloop:
1. Zaakwaarneming ex artikel 6:198 BW.
2. Onverschuldigde betaling ex artikel 6:203 BW
3. Ongerechtvaardigde verrijking ex artikel 6:212 BW
4. Overeenkomst ex artikel 6:74 BW
5. Onrechtmatige daad ex artikel 6:162 BW
Benadeelde heeft hier een keuze.
Onrechtmatige daad:
1. Enge zin: slechts artikel 6:162 BW.
2. Ruime zin: titel 6.3 BW
Persoonlijke en kwalitatieve aansprakelijkheid:
1. Persoonlijke aansprakelijkheid: aansprakelijkheid in eigen persoon omdat men zelf het
schadeverwekkende gebeuren heeft doen ontstaan. Dit heet schuldaansprakelijkheid.
2. Kwalitatieve aansprakelijkheid: aansprakelijkheid in een bepaalde hoedanigheid omdat je
moet instaan voor:
- Personen tot wie je in een bepaalde betrekking staat.
- Zaken waarvan je de eigenaar, bezitter, beheerder, producent of gebruiker bent.
Dit heet ook wel risicoaansprakelijkheid.
Er is niet altijd een strikte scheiding. Als er sprake is van toerekening naar verkeersopvatting
(artikel 6:162 BW) wordt het ook gezien als een ‘fout’. Dit is een vorm van
risicoaansprakelijkheid.
Vestigingsfase en omvangsfase:
Vestigingsfase: de fase waarin wordt onderzocht of er een grondslag is voor aansprakelijkheid.
Omvangsfase: de fase waarin wordt gesteld in welke omvang de schade moet worden vergoed, aan
de hand van de bepalingen in afdeling 6.1.10 BW.
Functies aansprakelijkheidsrecht:
Compensatie
Preventie
, Rechtshandhaving (defensief en offensief)
Erkenning van leed/ onrecht (Urgenda-zaak)
Genoegdoening op grond van artikel 6:106 BW
Straffen/ ontneming voordeel artikel 6:104 BW
Verjaring:
Als een vordering verjaard gaat zij teniet, wel blijft een natuurlijke verbintenis bestaan ex
artikel 6:3 lid 2 sub a BW.
Korte termijn ex artikel 3:310 lid 1 BW: benadeelde moet daadwerkelijk in staat zijn een
vordering in te stellen.
Lange termijn ex artikel 3:306 BW.
Aansprakelijkheid eigen onrechtmatig handelen:
Art. 6:162 BW heeft 5 vereisten:
Onrechtmatigheid (artikel 6:162 lid 2 BW)
Toerekening (artikel 6:162 lid 3 BW)
Causaliteit
Relativiteit (art. 6:163 BW)
Schade
Het vereiste onrechtmatigheid heeft drie vormen ex artikel 6:162 lid 2:
1. Inbreuk op een recht
2. Strijd met een wettelijke plicht
3. Zorgvuldigheidsnorm: strijd met het ongeschreven recht dat in het maatschappelijk
verkeer betaamt
Rechtvaardigingsgronden ontnemen de wederrechtelijkheid:
Noodweer
Overmacht
Noodtoestand
Bevoegd gegeven ambtelijk bevel