Inhoud
Hoofdstuk 1: Inleiding
1) Intake
2) Anamnese
Hoofdstuk 2: Onderzoek
1) Medisch onderzoek
1.1 Pijn assessment
1.2 Discomfort behaviour
2) Gedragsonderzoek
2.1 Valkuilen observeren
2.2 Stressgedrag
2.3 Leerprocessen
2.4 Stereotypieën
Hoofdstuk 3: Therapie
1) Stapsgewijze aanpak
2) Gedragsindicatoren die een positieve mental state reflecteren
3) Nazorg
Hoofdstuk 4: Overzicht van oude examenvragen
1
,2
,Hoofdstuk 1: Inleiding
3
,4
, 1 Intake
Stappenplan Klinische ethologie: Intake → anamnese → onderzoek → therapie → nazorg
1) Vragenformulier
Maak een lijst / formulier dat eigenaren op voorhand kunnen invullen → zo weet je hoe ze er zelf over
denken. Bij het opstellen van zo’n formulier, vraag zeker naar volgende zaken …
1) Belangrijke aspecten
1) Huisvestingsomstandigheden: Paarden worden doorgaans gehouden in 2 à 3 omgevingen
→ Welke omgevingen: waar het paard in roteert doorheen de dag
bv. stal, weide, piste → hoeveel uur per omgeving?
→ Stal:
1. Grootte van de box (minimum = (stokmaat x 2)²)
2. Wanden van de boxen: wat zijn de sociale mogelijkheden?
3. Welke bodembedekking?
2) Management: o.a. …
→ Voeding:
- Wat: o.a. hoeveel toegang tot ruwvoer (hooi, gras, stro)?
- Hoe: Op welke tijden, hoe en hoe vaak wordt er gevoerd?
3) Opgroei: Vaak onbekend, maar gezien de gevolgen op latere leeftijd wel belangrijk
→ Spenen: fout spenen kan een behoorlijk trauma veroorzaken
→ Introductie nieuw paard in een groep:
- Alle paarden nieuw in een groep → kunnen samen op een ruime weide
- Nieuw paard bij bestaande groep → bijna nooit zomaar ertussen zetten
2 Anamnese
Doel: Klacht en tijdslijn opstellen
1) Voorwaarden voor goede vragen
1) Open vragen stellen
2) Eigenaren in een actieve rol stimuleren:
→ Eigenaren uitnodigen te beschrijven wat ze zien en horen
- Spontane antwoorden uitlokken: Eigenaren zijn het best geplaatst om
iets abnormaals te detecteren bij hun paard
- Talkative eigenaren soms afremmen
3) Betekenis geven aan wat de eigenaar beschrijft
4) Vragen beperken tot het probleem
5) Geen schuldige aanwijzen: je weet niet hoe men tot bepaalde situaties is gekomen
6) Bron noteren met kwalificatie: wat is de bron van een observatie?
→ Kwaliteitscheck: hoe vaker doorgegeven, hoe meer ≠ → minder waarheidswaarde
→ Mogelijke bronnen:
- Zelf gezien
- Gehoord van 1e hand / gehoord van fokker, vorige eigenaar, vriendin …
- Gelezen op Facebook
5
,6
, Hoofdstuk 2: Onderzoek
Doel: Wat is het probleem (fysiek | cognitief, gedrag | emotioneel | combinatie?)
7
,8
,1 Medisch onderzoek
1) Pijn assessment
1) Inleiding
1) Definitie (pijn): Pijn is een onaangename sensorische of emotionele ervaring,
geassocieerd met feitelijke of dreigende weefselbeschadiging
→ Pijn = 5e vitale functie (naast HR, RR, T en BD) → altijd meenemen bij KOZ
- Als dierenarts ben je verplicht in actie te komen als pijn wordt vastgesteld
- Niet behandelen van acute pijn → chronische pijn → verandering in
neuronaal netwerk én perceptie in het brein → dieren worden gevoeliger,
kunnen pijn ervaren zonder externe prikkels → ernstig welzijnsprobleem
→ Pijn = subjectief: want het is naast een sensatie ook een emotie
Zelfs mensen kunnen pijn in eigen taal niet uitleggen aan iemand zonder die
ervaring → bij dieren nog complexer
2) Moeilijkheden bij pijnbeoordeling:
1. Zeer moeilijk te beschrijven:
- bv. Pony met prothese toonde geen pijn, maar had bij autopsie ernstige
woekeringen en letsels aan de stomp
> pony moet voortdurend in gigantische pijn geleefd hebben
> pony toonde desondanks geen pijnsymptomen
- bv. Ezels zijn extreem moeilijk om pijn bij te herkennen
> te verklaren dankzij prooidiergedrag: eerst bevriezen → dan vechten
→ dan vluchten (bij paarden precies omgekeerd)
Als een ezel pijn toont, is het een noodgeval!
2. Individuele variatie:
- bv. 3 paarden met dzelfde obstipatiekoliek → 3 totaal verschillende uitingen
3. Geen gouden standaard voor meting
4. Geen betrouwbare fysiologische parameters beschikbaar
5. Pijn vs. stress: moeilijk van elkaar te onderscheiden
9
, 2) Pijnschalen (meten van pijn)
1) Uni-dimensionele schalen:
→ SDS (Simple Descriptive Scale)
→ NRS (Numerical Rating Scale)
→ VAS (Visual Analog Scale): intuïtief, goed bij mondige mensen, minder bij dieren
2) Multi-dimensionele / samengestelde schalen / Composite Pain Scale (CPS):
→ Werkwijze: Combinatie van fysiologie + expressie + gedrag + interactie
om zo een algemene CPS-score te verkrijgen
- Per factor zo concreet en kwantitatief mogelijk gescoord
(bv. frequentie van schrapen in 5 minuten)
- Cutoff-punt bepaalt grens tussen normale gedragsvariatie en pijn
Slechte toepassing: Momenteel bestaan er te veel verschillende samengestelde
pijnschalen → veel klinieken passen er géén toe
- Paarden: > 10 verschillende schalen (algemeen, locomotie, koliek, post-op)
- Ezels: 2 schalen
SDS
Simple Descriptive Scale
NRS
Numeric Rating Scale
VAS
Visual Analog Scale
Uni-dimensionele pijnschalen zijn onvoldoende
Onderzoek toonde aan dat dierenartsen pijn enorm verschillend inschatten
(VAS-score na castratie: variatie van 2 tot 8 op 10) → uni-dimensionele schalen = onvoldoende
10