Kennisclip voorvragen
Welke vragen rechter langs loopt voor hij straf oplegt. In art. 348 en 350 Sv.
Voorvragen en hoofdvragen.
Nu formele vragen voorvragen art. 348 Sv.
Ontkennende antwoording van deze vragen leidt tot art. 349.
Geldigheid van de dagvaarding1
1e vraag. Zorgt ervoor dat verdachte wet wanneer en waartegen moet verweren. Dagvaarding heeft
eisen, in 2 cat.
1. De externe eisen
Persoonsaanduidingsfunctie
Oproepingsfunctie dat weet welke dag art. 585 SV
Interne eisen
Art. 261 Sv. Dagvaarding medegedeeld dat verdachte rechten heeft. En dat op hoogte is van
beschuldiging.
Informatiefunctie hierboven.
Beschuldigingsfunctie( op hoogte warvan beschuldigd. Tenlastelegging, tijd,
plaats, wet,
Dagvaarding geldig als voldaan is aan externe en interne eisen.
Als niet geldig is, dan nietigheid van de dagvaarding.
Denk aan datum niet in tenlastelegging.
Foute datum geen probleem. Ontbreken wel.
OvJ kan aanpassen en alsnog zaak doen. Bij geen probleem, naar volgende vraagf
Bevoegdheid van de rechter2
Competentievraag. Absolute competentie en relatieve competentie.
, Absolute competentie
Welk type rechte bevoegd. Meervoudige rechtbank P rechter of kanton.
Wet op de rechterlijke organisatie
Wetboek van Sv
Relatieve competentie
Keken of zaak in juiste arrondissement is aangebracht. Geografisch kwestie dus.
Wetboek van Sv, art. 2 tm 6
Bij problemen bij absolute of relatieve comp, dan leidt dit tot einduitspraak.
= onbevoegdheid van de rechter.
Geen einde zaak. OvJ kan probleem oplossen.
Ontvankelijkheid van de Officier van Justitie3
Of AG in hoger beroep..
OM beslist voor vervolging opportuniteitsbeginsel. Soms mag of kan niet vewrvolgen.
Art. 68 Sr. Niet 2 x vcoor zelfdde feitr vervolgen.
Art. 69 Sr als verdachte dood is.
Art. 486 Sv. Niet voor leeftijd van 12
Art. 70 lid 1 Sr, verjaring.
Als toch vervolgt wordt: niet ontvankelijkklheid van de OvJ in de vervolging.
Niet-ontvankelijkheid ook als sanctie bij ernstige vorm verzuimen. Art/ 359 A lid 1 Sv.
Niet-ontvankelijkheid als sanctie alleen in uiterste gevallen
Ernstige schending van de beginselen van goede procesorde, denk aan bijv. vertrouwensbeginsel of
gelijkheidsbeginsel., waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de
verdachte wordt tekortgedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak.
Welke vragen rechter langs loopt voor hij straf oplegt. In art. 348 en 350 Sv.
Voorvragen en hoofdvragen.
Nu formele vragen voorvragen art. 348 Sv.
Ontkennende antwoording van deze vragen leidt tot art. 349.
Geldigheid van de dagvaarding1
1e vraag. Zorgt ervoor dat verdachte wet wanneer en waartegen moet verweren. Dagvaarding heeft
eisen, in 2 cat.
1. De externe eisen
Persoonsaanduidingsfunctie
Oproepingsfunctie dat weet welke dag art. 585 SV
Interne eisen
Art. 261 Sv. Dagvaarding medegedeeld dat verdachte rechten heeft. En dat op hoogte is van
beschuldiging.
Informatiefunctie hierboven.
Beschuldigingsfunctie( op hoogte warvan beschuldigd. Tenlastelegging, tijd,
plaats, wet,
Dagvaarding geldig als voldaan is aan externe en interne eisen.
Als niet geldig is, dan nietigheid van de dagvaarding.
Denk aan datum niet in tenlastelegging.
Foute datum geen probleem. Ontbreken wel.
OvJ kan aanpassen en alsnog zaak doen. Bij geen probleem, naar volgende vraagf
Bevoegdheid van de rechter2
Competentievraag. Absolute competentie en relatieve competentie.
, Absolute competentie
Welk type rechte bevoegd. Meervoudige rechtbank P rechter of kanton.
Wet op de rechterlijke organisatie
Wetboek van Sv
Relatieve competentie
Keken of zaak in juiste arrondissement is aangebracht. Geografisch kwestie dus.
Wetboek van Sv, art. 2 tm 6
Bij problemen bij absolute of relatieve comp, dan leidt dit tot einduitspraak.
= onbevoegdheid van de rechter.
Geen einde zaak. OvJ kan probleem oplossen.
Ontvankelijkheid van de Officier van Justitie3
Of AG in hoger beroep..
OM beslist voor vervolging opportuniteitsbeginsel. Soms mag of kan niet vewrvolgen.
Art. 68 Sr. Niet 2 x vcoor zelfdde feitr vervolgen.
Art. 69 Sr als verdachte dood is.
Art. 486 Sv. Niet voor leeftijd van 12
Art. 70 lid 1 Sr, verjaring.
Als toch vervolgt wordt: niet ontvankelijkklheid van de OvJ in de vervolging.
Niet-ontvankelijkheid ook als sanctie bij ernstige vorm verzuimen. Art/ 359 A lid 1 Sv.
Niet-ontvankelijkheid als sanctie alleen in uiterste gevallen
Ernstige schending van de beginselen van goede procesorde, denk aan bijv. vertrouwensbeginsel of
gelijkheidsbeginsel., waarbij doelbewust of met grove veronachtzaming van de belangen van de
verdachte wordt tekortgedaan aan diens recht op een behoorlijke behandeling van zijn zaak.