Overzicht verplichte jurisprudentie
Burgerlijk recht 1
Maart 2021
Rixt Haaijer
,Week 1a: personen- en familierecht
ECLI:NL:HR:1990:ZC0071: moordhuwelijk
Vraag: leidt een poging van de man tot doodslag van zijn vrouw tot een andere
verdeling van de gemeenschap van goederen?
Casus: man pleegt moord op vermogende vrouw, om haar vermogen te verhalen,
erfgenamen vorderen.
Juridisch kader: art. 1:100 BW art. 1:93/94 BW
Essentie: het is onder zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk om af te wijken van
verdeling van gemeenschap van goederen. Op grond van maatstaven redelijkheid en
billijkheid.
ECLI:NL:HR:2019:707: huwelijksvermogensrecht geldt niet voor samenwoners
Vraag: is het huwelijksvermogensrecht van analoge toepassing, zodat vrouw een
vergoedingsvordering heeft?
Casus: vrouw trekt in bij man, vrouw investeert 80.000 in woning van de man. Na vijf jaar
gaan ze uit elkaar, vrouw wil haar geld terug.
Juridisch kader: art. 1:87 BW
Essentie: de vermogensrechtelijke verhouding is niet van toepassing op ongehuwden.
, Week 1b: erfrecht
ECLI:NL:HR:2013:911: uitleg uiterste wilsbeschikking
Vraag: hoe moet het testament worden uitgelegd?
Casus: erflaatster heeft haar broer als enige erfgenaam aangewezen, maar jaren later
gehuwd met de verweerder. Uit getuigenverklaringen blijkt dat bij gebrek aan
alternatieven, erflaatster haar broer heeft aangewezen om haar ouders te onterven.
Juridisch kader: art. 4:46 lid 1 BW
Essentie: ook als een uiterste wilsbeschikking op het eerste gezicht duidelijk is, dient ex
art. 4:46 lid 1 BW te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst
te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Bij de uitlegging van een uiterste wil geldt ingevolge art. 4:46 BW niet als maatstaf de
zuiver grammaticale methode, waarbij uitsluitend wordt nagegaan welke betekenis de in
de uiterste wil opgenomen bewoordingen op zichzelf genomen hebben, doch dient
steeds rekening te worden gehouden met de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk
wenst te regelen en met de omstandigheden waaronder deze is verleden
ECLI:NL:HR:2008:BD5985: executeur en effecten
Vraag:
Casus: eiser tot cassatie is A, verweerder in cassatie is B,B dagvaard A voor de rechter,
het zijn beide broers, en ze zijn door hun tante als enige erfgenaam benoemd. Het gaat
hier in casu om het feit dat A als executeur is benoemd en op tijd de inboedel had
moeten verdelen, met name de aandelen. Omdat hij zo lang heeft gewacht met het
verdelen van de aandelen, zijn deze in waarde gedaald en leidt B hier nadeel van. Dit zou
betekenen dat A een vergoeding moet betalen aan B voor de waardedaling.
Juridisch kader: art. 3:170 BW
Essentie: de executeur moet zich als goed executeur gedragen door tijdig van zijn
bevoegdheid tot verkoop gebruik te maken en geen inbreuk te maken op rechten van
anderen. Het enkele niet gebruik maken van deze bevoegdheid is onvoldoende om de
executeur aansprakelijk te houden voor het nadeel van de rechthebbende indien de
aandelen in waarde zijn gedaald.
Burgerlijk recht 1
Maart 2021
Rixt Haaijer
,Week 1a: personen- en familierecht
ECLI:NL:HR:1990:ZC0071: moordhuwelijk
Vraag: leidt een poging van de man tot doodslag van zijn vrouw tot een andere
verdeling van de gemeenschap van goederen?
Casus: man pleegt moord op vermogende vrouw, om haar vermogen te verhalen,
erfgenamen vorderen.
Juridisch kader: art. 1:100 BW art. 1:93/94 BW
Essentie: het is onder zeer uitzonderlijke omstandigheden mogelijk om af te wijken van
verdeling van gemeenschap van goederen. Op grond van maatstaven redelijkheid en
billijkheid.
ECLI:NL:HR:2019:707: huwelijksvermogensrecht geldt niet voor samenwoners
Vraag: is het huwelijksvermogensrecht van analoge toepassing, zodat vrouw een
vergoedingsvordering heeft?
Casus: vrouw trekt in bij man, vrouw investeert 80.000 in woning van de man. Na vijf jaar
gaan ze uit elkaar, vrouw wil haar geld terug.
Juridisch kader: art. 1:87 BW
Essentie: de vermogensrechtelijke verhouding is niet van toepassing op ongehuwden.
, Week 1b: erfrecht
ECLI:NL:HR:2013:911: uitleg uiterste wilsbeschikking
Vraag: hoe moet het testament worden uitgelegd?
Casus: erflaatster heeft haar broer als enige erfgenaam aangewezen, maar jaren later
gehuwd met de verweerder. Uit getuigenverklaringen blijkt dat bij gebrek aan
alternatieven, erflaatster haar broer heeft aangewezen om haar ouders te onterven.
Juridisch kader: art. 4:46 lid 1 BW
Essentie: ook als een uiterste wilsbeschikking op het eerste gezicht duidelijk is, dient ex
art. 4:46 lid 1 BW te worden gelet op de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk wenst
te regelen en op de omstandigheden waaronder de uiterste wil is gemaakt.
Bij de uitlegging van een uiterste wil geldt ingevolge art. 4:46 BW niet als maatstaf de
zuiver grammaticale methode, waarbij uitsluitend wordt nagegaan welke betekenis de in
de uiterste wil opgenomen bewoordingen op zichzelf genomen hebben, doch dient
steeds rekening te worden gehouden met de verhoudingen die de uiterste wil kennelijk
wenst te regelen en met de omstandigheden waaronder deze is verleden
ECLI:NL:HR:2008:BD5985: executeur en effecten
Vraag:
Casus: eiser tot cassatie is A, verweerder in cassatie is B,B dagvaard A voor de rechter,
het zijn beide broers, en ze zijn door hun tante als enige erfgenaam benoemd. Het gaat
hier in casu om het feit dat A als executeur is benoemd en op tijd de inboedel had
moeten verdelen, met name de aandelen. Omdat hij zo lang heeft gewacht met het
verdelen van de aandelen, zijn deze in waarde gedaald en leidt B hier nadeel van. Dit zou
betekenen dat A een vergoeding moet betalen aan B voor de waardedaling.
Juridisch kader: art. 3:170 BW
Essentie: de executeur moet zich als goed executeur gedragen door tijdig van zijn
bevoegdheid tot verkoop gebruik te maken en geen inbreuk te maken op rechten van
anderen. Het enkele niet gebruik maken van deze bevoegdheid is onvoldoende om de
executeur aansprakelijk te houden voor het nadeel van de rechthebbende indien de
aandelen in waarde zijn gedaald.