o Experimenten worden gevraagd!
o MC en open vragen: hdstk kunnen ingedeeld worden: t.e.m hoofdstuk 14 = MC en alles erna
= open vragen: 14, 15, 16
o Hfdsdtk 16: zowel MC en open vragen (meeste punten hiermee verdienen)
o Vraagt graag schema’s bv slide 15 en 16
o Je moet de namen niet actief kennen, maar er is één tabel op p 16 die je wel moet kennen
MC
Hoofdstuk 1
1 de mens is een sociaal dier
We zijn verzot op nadenken over onszelf en anderen en over hoe te reageren in sociale situaties.
Anderen observeren, hun gedrag analyseren, is een fulltime activiteit.
Een mens is niet gebouwd voor de eenzaamheid.
Zie eveneens de belangstelling voor sociaalpsychologische thema’s in de media
Sociale contect oefent een sterke invloed uit op ons gedrag
2 sociale psychologie
2.1 definitie
Sociale psychologie is de wetenschappelijke studie naar de wijze waarop gedachten, gevoelens,
motivaties en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de aanwezigheid van anderen en hoe
wij zelf een invloed uitoefenen op hoe andere personen denken, voelen en zich gedragen.
Wetenschappelijke studie: systematisch tot kennis komen
Wil niet zeggen dat die kennis superieur is aan onze eigen kennis
Gedachten, gevoelens: er zijn heel veel domeinen in de psychologie die maar op 1 vlak fixeren, maar
dit is nooit in de sociale psychologie zo geweest
Politicologen zijn vooral geïnteresseerd in de objectieve eigenschappan van de wereld, terwijl
sociaalpsychologen vooral de subjectieve interpretatie van die objectieve eigenschappen bestuderen.
Sociaalpsychologen hebben niet enkel oog voor het cognitieve aspect (denken) , maar ook voor
affectieve (emoties) en motivatie-componenten (drijfveren).
Er zijn ook niet-sociale factoren die invloed hebben op gedachten… bv hitte: maakt agressiever
Anderen: dit zorgt ervoor dat het sociaal wordt.
Het ‘sociale’:
Beïnvloeden en beïnvloed worden
Of
Individuele processen die intern spelen, maar tochbetrekking hebben op anderen bv vooroordelen en
stereotypen
Kracht van de situatie
Wij laten ons op continue wijze beïnvloeden door onze sociale omgeving
o Experiment: beïnvloeding door anderen: Reagan - Mondale
Vanwaar komt Reagan zijn succes?
Het komt allesinds niet door zijn oneliners, want zijn succes blijft even hoog. Als er geen reactie is, zie
je dat zijn populariteit daalt: het komt dus vooral door het publiek. Als het publiek erin mee gaat, dan is
het goed, zonder dat we beoordelen wat hij zegt.
1
,Stanford Prison experiment: Philip Zimbardo
Deze onderzoekers wilden aantonen dat een slechte omgeving aanzet tot het stellen van slecht
gedrag, dit geldt ook voor mensen die onder normale omstandigheden het goede zouden doen.
Hij heeft mee de resultaten helpen bepalen: mag je juist als onderzoeker niet doen
Begrijpen is net hetzelfde als goedpraten.
Sociale psychologie en verwante disciplines
o Sociologie
Studie van groepsfactoren (bv., SES, nationaliteit, etnische achtergrond...)
Gelijkenis: beiden hebben interesse voor soortgelijke onderwerpen die meestal een groot
maatschappelijk belang hebben
Verschil: sociologie klasseert personen volgens groepsfactoren bv nationaliteit : sociale
psychologie richt zich eerder op het inidividuele niveau + ze gebruiken meer experimenten
Multilevel designs: een tendens om de disciplines te combineren: slimme analysetechnieken
o Persoonlijkheidspsychologie
Studie van cross-situationele stabiliteit tussen individuen cross-individuele consistentie binnen
situaties (sociale psychologie)
Gelijkenis: stellen modellen voor die op basis van gedachten, affect en motivaties gedrag voorspellen
Verschil: hun gerichtheid op respectievelijk individuele verschillen (disposities) en situaties
Persoonlijkheid gaat over dingen die je kenmerken en een zekere stabiliteit hebben. Bv je bent pas
agressief als je in elk soort situatie dit bent, en niet in één situatie
Realiteit is complexer dan indelen per groep of conditie: het is niet of, maar en
Een deel wordt bepaald door je groep en je conditie en je situatie
Het interactionisme: stroming die de nadruk legt op het feit dat er een dynamische wisselwerking is
tussen individuele verschillen en de situatie, waarbij uitingen van inidividuele verschillen afhankelijk
zijn van de situatie: zwakke situaties sterke
Andere psychologische domeinen
Klinische: proberen mensen met een psychische stoornis of probleem te begrijpen en te behandelen
Cognitieve: bestudeert mentale processen die betrekking hebben op informatieverwerking
Sociale cognitie: onderzoek naar de interface tussen cognitieve en sociale psychologie
Arbeids -en organisatiepsychologie: bestuderen de mens in relatie tot zijn werk en zijn organisatie
2
,De geschiedenis van de sociale psychologie
De beginjaren
Psychologie des foules – Gustave Le Bon: bestudeerde massageweld: de massa bezorgt het individu
een gevoel van anonimiteit, waardoor deze elk gevoel van verantwoordelijkheid verliest.
Onduidelijk wie als eerste een sociaalpsychologisch onderzoek heeft verricht: wel zeker dat het van
Franse origine is.
Eerste drie handboeken: William McDougall, Edward Ross en Floyd Allport vooral zijn opvattingen
worden nu nog algemeen aanvaard
De jaren van bevestiging (1936-1960)
Society for the psychological study of social issues: aandacht voor maatschappelijke problemen
Grote invloed van Adolf Hitler
Kurt Lewin: formuleerde de fundamentele grondbeginselen van de discipline
1) Gedrag wordt bepaald door hoe we de wereld om ons heen waarnemen en interpreteren:
belangrijk dat we de situatie bekijken door de ogen van diegene die we willen begrijpen
2) Gedrag is afhankelijk van de persoon en de omgeving: twee soorten gedragsdeterminanten nl
interne en externe
3) Sociaalpsychologische theorieën kunnen worden toegepast voor de oplossing van
maatschappelijke problemen.
Hij richtte research center for group dynamics op
Groei en debat (1960-1975)
Onenigheid over de waarde van experimenten
Tegen: het is onethisch, de verwachtingen beïnvloeden het gedrag van de deelnemers en de
theorieën die in het laboratorium werden getest, waren cultuureel en historisch beperkt
Voor: het is ethisch, resultaten zijn geldig en de theoretische principes hebben een breed
toepassingsgebied
Kritiek: vooral mannen werkzaam in de sociale psychologie
Methodologisch en inhoudelijk pluralisme (1975-heden)
Niet enkel laboratoriumexperimenten, maar ook andere onderzoeksmethoden
Belangrijke variaties op inhoudelijk vlak: aanleiding tot de opkomst van sociale cognitie
Pluralisme: hete en koele benadering
Pluralisme: toenemende internationalisering: eerst vooral Amerikaans, dan ook West-Europa, later
ook Azië
Erkenning van het feit dat veel sociaalpsychologische fenomenen cultureel bepaald zijn.
3
,Sociale psychologie in de 21ste eeuw
Groei door het aantal en de verscheidenheid aan wetenschappers en onderzoeksonderwerpen +
technologische innovaties
Hersenonderzoek: nieuwe technologische innovatie: beeldvormingstechnieken die het mogelijk
maken het brein in werking te bestuderen
• Sociale neurowetenschap; studie van de relatie tussen neurologische en sociale processen:
bestudeert dus hoe de sociale wereld hersenactiviteit en biologische processen beïnvloedt en
omgekeerd.
Nadeel: veel geld voor nieuwe onderzoeksdomeinen, dus dreigt het traditionele
sociaalpsychologisch onderzoek minder middelen te krijgen
Het internet: maakt het mogelijk om onderzoek op te zetten dat onder normale omstandigheden
moeilijk realiseerbaar is.
Belangrijk om na te gaan of er verschillen zijn tussen online versus offline sociaalpsychologische
processen
Steeds meer sociaalpsychologen evalueren hun theorieën en bevindingen door middel van
crosscultureel onderzoek, waarbij ze nagaan in welke mate hun bevindingen voor verschillende
culturen gelden.
individualiserende culturen (Europa, Noord-Amerika) collectivistische culturen (Afrika, Azië,
Latijns-Amerika): zelfstandigheid, autonomie en onafhankelijkheid onderlinge afhankelijkheid,
samenwerking en sociale harmonie: persoonelijke doelstellingen trouw aan de groep
• Complexiteit van de maatschappij
• Welvaartspeil van de maatschappij
• Heterogeniteit
Meer nood aan multicultureel onderzoek door de groeiende diversiteit: bestuderen van gelijkenissen
en verschillen tussen raciale en etnische groepen
Open wetenschap: willen fraude (zelfverzonnen gegevens) in onderzoeken bestrijden
• Preregistratie van een onderzoek
• Onderzoeksgegevens op een overzichtelijke manier te bewaren
Repliceerbaarheid
Hoofdstuk 2
Een goed idee
Een onderzoek begint met een goed idee.
Literatuur opzoeken
Onderzoekers moeten eerst de literatuur bekijekn om na te gaan als hun vraag niet al eens is
bestudeerd.
Secundaire bronnen: inleidende handboeken sociale psychologie: secundair, want ze geven niet alle
info van de oorspronkelijke artikelen. Het is samenvattend.
4
,Primaire bronnen: web of sciense, google scholar…
Theorie is meer omvattend, is groter. Je probeert met abstracte pincipes, gedragingen te verklaren.
Homo economicus-theorie: geen relativiteit: geeft deze theorie makkelijk de aanzet tot nieuwe
theorieën?
Het operationaliseren van sociaalpsychologische variabelen
De variabelen waarop een hypothese betrekking heeft, noemen we conceptuele variabelen. Om
hypothesen daadwerkelijk te toetsen, moeten we conceptuele variabelen omzetten in in
manipuleerbare of meetbare variabelen
operationele variabele
Operationele variabelen worden geëvalueerd in de termen van begripsvaliditeit, of de mate waarin 1)
de experimentele manipulaties echt die conceptuele variabelen manipuleren die ze bedoelen te
manipuleren en 2) de meetinstrumenten in een onderzoek effectief de conceptuele variabelen meten
die ze bedoelen te meten.
Men aanvaardt het ofwel wel ofwel niet als operationele definitie
2 mogelijkheden om een variabele te operationaliseren
1) Zelfbeschrijving
Het is een methode waarbij de onderzoeksdeelnemer zelf gedachten, gevoelens en gedrag beschrijft.
je kan zelf zeggen hoe je je voelt,…
schaal van subjectief welbevinden: wordt heel vaak gebruikt
problemen:
1) de verwoording van vragen heeft altijd een invloed op de antwoorden
2) Zelfbeschrijvingen zijn niet altijd nauwkeurig en kunnen zelfs misleidend zijn
het verlangen een goed figuur te slaan
socialewenselijkheidsvertekening
inwilligingstendens of ja-zeggentendens: neiging van de deelnemers om akkoord te gaan
met de veronderstellingen
3) schaalankers: vertekend beeld, want je voelt je goed als je je links bevindt en slecht als je je
rechts begint, ook al is het hetzelfde
2) Observatie
Interbeoordeelaarsbetrouwbaarheid is de mate van overeenstemming tussen de beoordeling van twee
of meer waarnemers die hetzelfde gedrag beoordelen.
Zelfde problemen:
1) Socialewenseljkheidstendens: eens de deelnemers beseffen dat ze geobserveerd worden,
kunnen ze geneigd zijn om een overdreven gunstig beeld van zichzelf neer te zetten
5
, 2) Volgorde-effect: bv koningin Elisabethwedstrijd
Codeerschema’s vergen heel veel inspanning en het is vaak moeilijk consistentie te verkrijgen.
• Gedragsobservaties worden door een computer geregistreerd. Er zijn ook methoden om
innerlijke toestanden te meten bv hartslag
Observatiemethoden vormen een goede aanvulling op zelfbeschrijvingen.
Ideeën testen: onderzoeksplannen
Toetsen van de hypothese: om specifieke hypothesen te toetsen, dienen we een beroep te doen op
corrationeel en experimenteel onderzoek.
Corrationeel: verbanden tussen de variabelen worden nagegaan
Experimenteel wordt het vaakst gehanteerd grote voordeel = op basis van de resultaten kunnen we
uitspraken doen over oorzaak-gevolgrelaties
Beschrijvend onderzoek: het beschrijven van de gedachten, gevoelens en gedragingen van een
persoon.
Observationeel onderzoek: personen worden systematisch geobserveerd, vaak in natuurlijke situatie.
Bv hoeveel mensen helpen een blinde oversteken
Archiefonderzoek
Opiniepeiling: stellen vragen over attitudes, gedragingen en opvattingen. Ze definiëren eerst de
populatie waarnaar ze de resultaten zullen veralgemenen en uit die populatie trekken ze dan een
steekproef.
Corrationeel onderzoek: de relatie tussen variabelen. De mate en richting van deze samenhang wordt
kwantitatief samengevat door correlatiecoëfficiënt: waarde tussen -1 en 1 => 0 = geen verband tussen
de variabelen
Kan ook kwalitatief: bv onderscheidt geslacht
Voordelen
1) Soms is het de enige mogelijke onderzoeksmethode
2) Talrijke variabelen kunnen tegelijkertijd onderzocht worden
3) Het biedt een grote vrijheid
Nadeel
1) Een correlatie kan geen oorzaak-gevolg aantonen
Longitudinaal onderzoek: de variabelen in kwestie worden op twee of meerdere momenten gemeten
en dit kan een indicatie van causaliteit bieden.
Om zeker te zijn over oorzaak-gevolgrelaties moeten onderzoekers experimenten uitvoeren. In een
experiment wordt de waarde van een variabele op voorhand toegekend. Onderzoekers in een
experiment manipuleren een of meer onafhankelijke variabelen waarvan ze het effect op een of meer
afhankelijke variabelen nagaan.
6
,2 voorwaarden voor een experiment
1) De onderzoekers moeten controle hebben over de experimentele procedures
2) De deelnemers moeten volledig toevallig toegewezen worden aan de experimentele condities.
Experimenten: manipuleren van de situatie
Iedereen die aan het experiment deelneemt, komt in dezelfde situatie terecht: gelijk voor elke
participant
• Een vorm van onderozek die toelaat causale relaties aan te tonen omdat:
1) De experimentator controle heeft over de gebeurtenissen
2) Deelnemers volkomen toevallig toegewezen worden aan condities
• Volkomen toevallige toewijzing
Een methode om deelnemers toevallig toe te wijzen aan de condities van een experiment waardoor
elke deelnemer evenveel kans maakt om toegewezen te worden aan elk van de condities
Sociale leertheorie: we leren niet enkel door eigen ervaringen met betrekking van baten en
bestraffen, maar het zien van modellen heeft eveneens een effect
Onafhankelijke varbiabelen: factoren die door de onderzoeker gemanipuleerd worden om te zien als
ze effect hebben op de variabele.
Afhankelijke variabelen: de variabelen in een experiment waarvan de waarde door de onderzoeker
gemeten of geregistreerd wordt om te zien of hun waarde beïnvloed wordt door een of meerde
onafhankelijke variabelen.
Hoofdeffecten: de effecten van elke onafhankelijke varibale afzonderlijk op de afhankelijke variabele,
zonder rekening te houden met de andere onafhankelijke variabele.
Interactie-effecten: het effect van een onafhankelijke variabele afhangt van het niveau van een
andere onafhankelijke variabele = conditionele effecten = moderatie-effecten
Statistisch significant: de analyse geeft aan dat de kans om een resultaat te bekomen kleiner is dan
5%.
zijn we zeker dat het geen toeval is? replicatieonderzoek: herhalen van de opzet van het
oorspronkelijke experiment om te controleren als de resultaten dezelfde zijn.
Interne valideit
De mate waarin variatie in de afhankelijke variabele met redelijke zekerheid kan toegeschreven
worden aan het effect van de onafhankelijke variabelen
Voorwaarden:
1) Volkomen toevallige toewijzing
2) Controle proefleider
• Bedreigende factoren
Proefleidereffect: invloed van de verwachtingen van proefleider op de resultaten: ze zijn beter
blind voor de condities
7
,Externe validiteit
De mate waarin met redelijke zekerheid de resultaten van een gegeven onderzoek ook kunnen
bekomen worden met andere personen en in andere situaties
• Veralgemenen naar andere
Operationele definities of taken, subjecten, situaties, tijdstippen
• Oplossingen
Replicatie met andere taken, subjecten, situaties (veldexperimenten) en tijdstippen
• Werelds realisme: verwijst naar de mate waarin de onderzoekssituatie met de werkelijek
wereld overeenkomt belangrijk voor de deelnemer dat de situatie als echt aanvoelt en
enige betrokkenheid opwekt
Experimenteel realisme: de mate waarin de experimentele sitautie en de procedures voor
de deelnemers als echt ervaren worden, onafhankelijk van het feit of deze situatie met de
wereldse realiteit overeenkomt
beiden leiden tot een hoge externe validiteit
Deceptie of misleiding: onderzoekers geven de deelnemers valse informatie.
1) Versterkt het experimenteel realisme
2) Bevordert spontane reacties
3) Er zijn zelden nadelen van deceptie
4) Leidt wel tot ethische bezwaren
Ethiek en waarden
! Stanford experiment: ethische vragen
• Institutionelebeoordelingscommissie (ibc’s): zijn belast met de evaluatie van
onderzoeksvoorstellen met het oog op de beschemring van de deelnemers
onderzoeken die geen toestemming krijgen, die krijgen geen financiering
• Geïnformeerde toestemming: deelnemers moeten toestemming geven voor ze aan een
experiment deelnemen en deze beslissing kunnen ze enkel nemen als ze de uitleg van het
experiment hebben gekregen
geïnformeerd zijn
• Debriefing: alle uitleg verstrekken na bv deceptie: duidelijkheid verschaffen
De onthulling van de bedoeling van het onderzoek na het beëindigen ervan, waarmee de
onderzoeker probeert de eventueel opgewekte negatieve gevoelens tegen te gaan en het
belang beklemtoont van deelname aan het onderzoek voor de wetenschap
• 4.3 Waardenenwetenschap
Wetenschap is niet vrij van ideologie
Vertrouwen in wetenschap kalft af aan de politieke rechterkant bv wetenshcap gaat
tegenwoordig vaak over de klimaatopwarming en dit is geen populair onderwerp bij de conservatieven
‘Stapelgate’
8
, Hoofdstuk 4
Sociale perceptie
Een algemene term voor de processen die de basis vormen van hoe we tot oordelen over anderen
komen
1. Het ruwe materiaal van de eerste indruk
De waarnemer
• Sociale perceptie werkt niet zoals een fototoestel. Iedereen ziet zijn of haar eigen realiteit.
• Eerdere ervaringen hebben een grote impact op hoe men informatie selecteert en verwerkt.
Hieraan refereert het begrip ‘schema’
• Schema = georganiseerde verzameling van kennis over een stimulus of over een categorie
van stimuli
• Er wordt uitgebreid ingegaan op schema’s in hf. Sociale cognitie
Het uiterlijk
• Phythagoras: ogen
• Middeleeuwen: JB da porta vergelijking met dieren
• Op basis van uiterlijkheden worden innerlijkheden afgeleid
• Waarom zou je je uiterlijk veranderen? Je weet dat uiterlijk effect heeft op hoe mensen je
bekijken
Het uiterlijk
• Automatische perceptie van ‘primaire kenmerken’ zoals geslacht, huidskleur, leeftijd (aan
sociale categorieën)
• Andere uiterlijke kenmerken zoals lengte, gewicht, huidskleur, haarkleur, bril etc.
• Sommige van die kenmerken activeren stereotypische opvattingen
Bv., ‘wat mooi is, is goed’
• Gelaat is wellicht de belangrijkste informatiebron
Gelaatskenmerken
• Babyfaces
Grote ronde ogen, ronde kin, bolle wangen, hoge wenkbrauwen, hoog voorhoofd, gladde
huid
Hartelijk, vriendelijk, naïef, zwak, eerlijk, onderdanig
Impact op sociale oordelen
• Gerechtszaken worden minder snel bestrafd met uitzondering bij zaken met
nalatigheid
• Verzorgende beroepen
Situaties
• Script: ongeschreven verwachtingen die we in bepaalde situaties hebben
Een vooropgezette opvatting over hoe een reeks gebeurtenissen zich zal voordoen in een
specifieke situatie
bv lachen op een fuif = normaal, lachen op een begrafenis = abnormaal
Eten in een restaurant, op bezoek gaan, examen
• Beïnvloeden persoonsperceptie op 2 manieren
9
, 1) We zien wat we verwachten te zien
• Zelfde aangezichtverschillende situatie (lotto gewonnen of belaagd door hond)
interpretatie
2) Kennis van de situatie (script) stuurt persoonsbeoordeling
• Gedrag conform met het script (weinig informatief )
• Gedrag niet conform met het script (diagnostische waarde)
Gedrag
• Eerste indruk wordt gevormd door (Mehrabian):
Verbaal gedrag: 7%
Non-verbaal gedrag: 55% (lichaamstaal)
Paraverbaal gedrag: (toon en ritme waarop iemand iets zegt bv stotteren komt onzelfzeker
over)
• Non-verbaalgedrag
Gedrag dat de gevoelens van een persoon signaleert zonder woorden; door gelaatsuitdrukkingen,
lichaamstaal en vocale expressie
Laat toe om innerlijke gevoelstoestanden af te leiden
Nonverbaal gedrag
• Darwin: gelaatsuitdrukkingen zijn universeel
• Ekman: FACS (facial action coding system) coderingssysteem discrete emoties en
gelaatsacties
• Expressie van basisemoties is aangeboren
Blijheid, angst, verdriet, woede, verrassing en afkeer
het herkennen van emoties is dus geen cultureel gegeven, maar een facet van de
menselijke ervaring in het algemeen MAAR er is wel een klein cultureel voordeel door
familiariteit of verwantschap
• Cross-culturele herkenbaarheid van emotionele gelaatsuitdrukkingen
• Manifestatieregels (Display rules)
In welke omstandigheden tonen we onze emoties? Is wel cultureel bepaald Expressie van
blijheid: Cultuur ? Aziaten tonen minder snel emoties
Een echte lach wil zeggen dat ook de kringspieren rond de ogen zichtbaar zijn
Lichaamstaal- gebaren
In tegenstelling tot de universele betekenis van emoties, verschillen andere non-verbale gedragingen
tussen en zelfs binnen cultuur
is niet van alle tijden en niet overal hetzelfde
Waarheid van leugen onderscheiden
drie non-verbale communicatiekanalen verschaffen relevante informatie over bedrog:
1. De stem is het meest diagnostische kanaal. Mensen die sterk gemotiveerd zijn om te liegen,
verhogen hun stemtoon en spreken aarzelend.
2. Het lichaam is eveneens diagnostisch. Bedrog kan je vaak aflezen aan zenuwachtige bewegingen
van handen en voeten en het ongedurig wisselen van de lichaamshouding.
10