HC01 - Introductie Algemeen en
Introductie Thema A
08-02-2021
Waarom moeten cellen reageren?
● Communicatie is noodzaak voor goede samenwerking tussen cellen
○ Cellen en organismen moeten hun omgeving monitoren en erop reageren
● Optimale situatie op 4 niveau’s
○ Cellulair niveau
■ Intracellulair [K+], [ATP]
○ Lokaal niveau
○ Individueel niveau
○ Sociale groep
● Homeostase handhaven
○ Meten van actuele situatie, waarden of parameters dmv sensoren, zintuigen
○ Vergelijken van actuele waarden met normale waarden
○ Activeren of remmen van processen, zodat normale waarde
bereikt wordt
Signaal transductie: SOTR concept
● S - Signalen (hormonen/neurotransmitters/cytokines)
● O - Receptoren (Ontvanger)
● T - Intracellulaire “doorgevers” (Transductie)
● R - Respons
Glucostase
● Regulering van glucose
concentratie in het bloed
door insuline/glucagon
verhouding
● Wat gaat er mis?
○ Pancreas maakt
geen insuline?
■ Bloedsuiker
te hoog
■ Type 1
diabetes
mellitus
● Insuline spuiten
○ Cellen “luisteren niet naar insuline”?
■ Bloedsuiker te hoog
■ Type 2 diabetes mellitus
● Afvallen/sporten
,Respons
● Hetzelfde signaal kan in verschillende cellen
een totaal andere respons veroorzaken
Signaal-transductie
● Transductieroutes
○ Overzicht in plaatje
● Hoe kan je een eiwit uit- en aanzetten?
○ Aan-eiwit vs uit-eiwit
■ Andere vorm
■ Conformatieverandering
● 2 basis principes om eiwit van conrofmatie te laten
veranderen
○ Forforylering en defosforylering
■ Door protein (eiwit) kinases
○ Binding van klein molecuul op
allostere site
■ Hormoon, GTP, second
messenger
■ GTP-binding aan G-proteins
■ Geactiveerd G-protein
reguleert
membraan-gebonden
enzymen
● Second messengers
, HC01/03 - Introductie van de cursus
(2019-2020)
08-02-2021
R - Respons
● Hetzelfde signaal kan in verschillende cellen een totaal andere respons veroorzaken
● Cellen kunnen snel of langzaam reageren op signalen
S - Hormonen/neurotransmitters/cytokines
● Endocrien
○ Hormonaal
○ 1 orgaan zorgt voor homeostase → zendt
hormoon uit → via bloedbaan → komt aan bij de
cel waar het moet werken
● Paracrien
○ 1 cel geeft hormoon af aan buurcellen
● Neuronaal
○ Grote afstand
○ Paracriene signalering → doelcel zit naast
neuron maar ver weg
● Contact-dependent
○ Gemaakt op membraan op cel 1 → reageert op receptor van buurcel
● Autocrien
○ Signaal gaat naar eigen cel
● Een zelfde signaalstof kan
○ In verschillende cellen een verschillende respons hebben
○ Supersnel, snel, of langzaam werken
○ Op afstand of locaal werken
■ Endocrien, paracrien, neurocrien, autocrien, contact-dependent
● Hormonen: 4 groepen
○ Hormonen gemaakt uit vetzuren
■ bv. prostaglandins en endocannaboides
○ Hormonen gemaakt uit aminozuren
■ bv. thyroïde hromoon, epiphrine/adrenaline,
norepiphrine/noradrenaline
■ Gemaakt uit tyrosine
○ Eiwit/peptide hormonen
■ Peptide hormonen → klein eiwit
● vb. oxytocine, ADH
■ Eiwit hormonen → groot eiwit
● vb. groei hormoon, insuline, TSH
○ Steroïde hormonen
■ Gemaakt uit cholesterol
■ vb. testosteron, estradiol, cortisol
Introductie Thema A
08-02-2021
Waarom moeten cellen reageren?
● Communicatie is noodzaak voor goede samenwerking tussen cellen
○ Cellen en organismen moeten hun omgeving monitoren en erop reageren
● Optimale situatie op 4 niveau’s
○ Cellulair niveau
■ Intracellulair [K+], [ATP]
○ Lokaal niveau
○ Individueel niveau
○ Sociale groep
● Homeostase handhaven
○ Meten van actuele situatie, waarden of parameters dmv sensoren, zintuigen
○ Vergelijken van actuele waarden met normale waarden
○ Activeren of remmen van processen, zodat normale waarde
bereikt wordt
Signaal transductie: SOTR concept
● S - Signalen (hormonen/neurotransmitters/cytokines)
● O - Receptoren (Ontvanger)
● T - Intracellulaire “doorgevers” (Transductie)
● R - Respons
Glucostase
● Regulering van glucose
concentratie in het bloed
door insuline/glucagon
verhouding
● Wat gaat er mis?
○ Pancreas maakt
geen insuline?
■ Bloedsuiker
te hoog
■ Type 1
diabetes
mellitus
● Insuline spuiten
○ Cellen “luisteren niet naar insuline”?
■ Bloedsuiker te hoog
■ Type 2 diabetes mellitus
● Afvallen/sporten
,Respons
● Hetzelfde signaal kan in verschillende cellen
een totaal andere respons veroorzaken
Signaal-transductie
● Transductieroutes
○ Overzicht in plaatje
● Hoe kan je een eiwit uit- en aanzetten?
○ Aan-eiwit vs uit-eiwit
■ Andere vorm
■ Conformatieverandering
● 2 basis principes om eiwit van conrofmatie te laten
veranderen
○ Forforylering en defosforylering
■ Door protein (eiwit) kinases
○ Binding van klein molecuul op
allostere site
■ Hormoon, GTP, second
messenger
■ GTP-binding aan G-proteins
■ Geactiveerd G-protein
reguleert
membraan-gebonden
enzymen
● Second messengers
, HC01/03 - Introductie van de cursus
(2019-2020)
08-02-2021
R - Respons
● Hetzelfde signaal kan in verschillende cellen een totaal andere respons veroorzaken
● Cellen kunnen snel of langzaam reageren op signalen
S - Hormonen/neurotransmitters/cytokines
● Endocrien
○ Hormonaal
○ 1 orgaan zorgt voor homeostase → zendt
hormoon uit → via bloedbaan → komt aan bij de
cel waar het moet werken
● Paracrien
○ 1 cel geeft hormoon af aan buurcellen
● Neuronaal
○ Grote afstand
○ Paracriene signalering → doelcel zit naast
neuron maar ver weg
● Contact-dependent
○ Gemaakt op membraan op cel 1 → reageert op receptor van buurcel
● Autocrien
○ Signaal gaat naar eigen cel
● Een zelfde signaalstof kan
○ In verschillende cellen een verschillende respons hebben
○ Supersnel, snel, of langzaam werken
○ Op afstand of locaal werken
■ Endocrien, paracrien, neurocrien, autocrien, contact-dependent
● Hormonen: 4 groepen
○ Hormonen gemaakt uit vetzuren
■ bv. prostaglandins en endocannaboides
○ Hormonen gemaakt uit aminozuren
■ bv. thyroïde hromoon, epiphrine/adrenaline,
norepiphrine/noradrenaline
■ Gemaakt uit tyrosine
○ Eiwit/peptide hormonen
■ Peptide hormonen → klein eiwit
● vb. oxytocine, ADH
■ Eiwit hormonen → groot eiwit
● vb. groei hormoon, insuline, TSH
○ Steroïde hormonen
■ Gemaakt uit cholesterol
■ vb. testosteron, estradiol, cortisol