Weet je het nog?
Behoeften: alles wat je nodig hebt of graag wilt hebben. Je basisbehoeften heb je nodig om te
kunnen leven, zoals eten, drinken, kleding en woonruimte.
Overige behoeften: zijn niet per se nodig. Maken je leven alleen wat leuker en of prettiger.
Goederen: goederen waarmee je je behoeften mee kunt voorzien ( eten, spullen).
Gebruiksgoederen; gaan langere tijd mee en kan meerdere keren gebruikt worden.
Verbruiksgoederen: worden in korte tijd in korte tijd gebruikt en raken op.
Diensten: activiteiten waarmee je iemands behoeften kunt voorzien ( niet-tastbare producten).
Budget: het geld waarover je kunt beschikken.
Sociale beïnvloeding: hoe mensen door elkaar beïnvloed worden.
Commerciële beïnvloeding: hoe je door winkeliers en fabrikanten beïnvloed wordt om iets te
kopen.
1.1 Waar heb jij behoeften aan?
Economie: behoeften van mensen en de keuzes die zij maken om hun behoeften te voorzien.
Primaire behoeften: noodzakelijke levensbehoeften
Secundaire behoeften: overige behoeften die het leven leuker en/of prettiger maken.
E-commerce: de koop via internet
Verschillen in behoeften van mensen
Budget
Leeftijd
Geslacht
Vrienden en klasgenoten
Gezin waarin je opgroeit
Reclames die je ziet en hoort
Middelen: dingen die je nodig hebt om je behoeften te voorzien.
Schaarste: als er moeite voor gedaan is. Dat er dingen voor opgeofferd zijn. Er is inspanning
voor verricht.
Vrije goederen: ze zijn vrij beschikbaar er hoeven geen middelen ingezet te worden om ze te
verkrijgen.
Prioriteiten stellen: kiezen welke behoeften het belangrijkst is.
Welvaart: de mate waarin je behoeften kunt voorzien.
Zelfvoorziening: behoeften voorziet zonder je iets te kopen.
Bij economie reken je vaak met procenten. Hieronder staat hoe je een bedrag of aantal kunt
omrekenen met een percentage.
Te berekenen aantal of bedrag = percentage ÷ 100 X totaal
, 1.2 Hoe word jij beïnvloed?
Consument: iemand die goederen of diensten koopt.
Koopkracht: wat je koopt, hoeveel je er aan uitgeeft of je merken koopt, zegt allemaal iets
over je koopgedrag.
Marketing: alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen.
Promotiebeleid: bedoeld om je aandacht te vestigen op een product of boodschap.
Reclame
Informative reclame Merkreclame
Eigenschappen en Merk onthouden
Prijs van product
Ideële reclame
Goede doelen Gedrag van mensen beïnvloeden
-> A-merk -> coca-cola
Behoeften: alles wat je nodig hebt of graag wilt hebben. Je basisbehoeften heb je nodig om te
kunnen leven, zoals eten, drinken, kleding en woonruimte.
Overige behoeften: zijn niet per se nodig. Maken je leven alleen wat leuker en of prettiger.
Goederen: goederen waarmee je je behoeften mee kunt voorzien ( eten, spullen).
Gebruiksgoederen; gaan langere tijd mee en kan meerdere keren gebruikt worden.
Verbruiksgoederen: worden in korte tijd in korte tijd gebruikt en raken op.
Diensten: activiteiten waarmee je iemands behoeften kunt voorzien ( niet-tastbare producten).
Budget: het geld waarover je kunt beschikken.
Sociale beïnvloeding: hoe mensen door elkaar beïnvloed worden.
Commerciële beïnvloeding: hoe je door winkeliers en fabrikanten beïnvloed wordt om iets te
kopen.
1.1 Waar heb jij behoeften aan?
Economie: behoeften van mensen en de keuzes die zij maken om hun behoeften te voorzien.
Primaire behoeften: noodzakelijke levensbehoeften
Secundaire behoeften: overige behoeften die het leven leuker en/of prettiger maken.
E-commerce: de koop via internet
Verschillen in behoeften van mensen
Budget
Leeftijd
Geslacht
Vrienden en klasgenoten
Gezin waarin je opgroeit
Reclames die je ziet en hoort
Middelen: dingen die je nodig hebt om je behoeften te voorzien.
Schaarste: als er moeite voor gedaan is. Dat er dingen voor opgeofferd zijn. Er is inspanning
voor verricht.
Vrije goederen: ze zijn vrij beschikbaar er hoeven geen middelen ingezet te worden om ze te
verkrijgen.
Prioriteiten stellen: kiezen welke behoeften het belangrijkst is.
Welvaart: de mate waarin je behoeften kunt voorzien.
Zelfvoorziening: behoeften voorziet zonder je iets te kopen.
Bij economie reken je vaak met procenten. Hieronder staat hoe je een bedrag of aantal kunt
omrekenen met een percentage.
Te berekenen aantal of bedrag = percentage ÷ 100 X totaal
, 1.2 Hoe word jij beïnvloed?
Consument: iemand die goederen of diensten koopt.
Koopkracht: wat je koopt, hoeveel je er aan uitgeeft of je merken koopt, zegt allemaal iets
over je koopgedrag.
Marketing: alles wat bedrijven doen om hun product te verkopen.
Promotiebeleid: bedoeld om je aandacht te vestigen op een product of boodschap.
Reclame
Informative reclame Merkreclame
Eigenschappen en Merk onthouden
Prijs van product
Ideële reclame
Goede doelen Gedrag van mensen beïnvloeden
-> A-merk -> coca-cola