Examencijfer: 8,7
De EMU en de euro
nut ervan en voorwaarden voor deelname.
Doel EMU; ( verdrag van maastricht)
Een gezamenlijk economisch politiek op te zetten
De prijsstabiliteit te bevorderen en de werking van de interne markt te verbeteren.
Voorwaarde deelname;
- Inflatie mag niet 1.5% hoger liggen dan de 3 best presterende lidstaten.
- Staatsschuld mag niet meer dan 60% zijn van het bbp
- Begrotingstekort mag niet meer dan 3% van bruto binnenlands product zijn
- Wisselkoersstabiliteit, De lidstaat die tot de eurozone wil toetreden, moet ten minste
2 jaar aan het wisselkoersmechanisme (WKM II) deelnemen zonder sterke fluctuaties
van zijn munt ten opzichte van de spilkoers in WKM II en zonder dat het land de
bilaterale spilkoers van zijn munt ten opzichte van de euro in diezelfde periode
devalueert.
- Langetermijnrente, De langetermijnrente mag niet meer dan 2 procentpunten hoger
liggen dan de rentevoet van de drie lidstaten die het best presteren op het gebied van
prijsstabiliteit
- Aanpassing van de nationale wetgeving, onafhankelijkheid van eigen centrale bank.
19 van de 28 landen hebben de Euro
, Besluitvormingsprocedure gewone wetgeving;
Stap 1; initiatief;
De Europese Commissie doet een voorstel aan De Raad van ministers en het Europees Parlement
Stap 2; goedkeuren of aanpassen; eerste lezing
Het Europees Parlement stemt over het voorstel. Er kunnen nu twee dingen gebeuren.
1. Het EP keurt voorstel goed
2. Het EP past voorstel aan
Vervolgend gaat het al niet aangepaste voorstel naar de Raad van Ministers, daar kunnen twee
dingen gebeuren.
1. De raad keurt het voorstel goed; het voorstel wordt aangenomen
2. De raad past het voorstel aan. Als het Europees parlement ook wijzigingen had voorgesteld ,
kan De Raad ervoor kiezen voort te bouwen op die aanpassingen, of mogelijke wijzigingen
van EP weer te wijzigen.
Stap 3; aangepast voorstel; 2e lezing.
Het voorstel met de aanpassingen van De Raad van Ministers gaat naar het EP. Die kan vier dingen
doen.
1. Als het EP zich binnen 3 ( mogelijk verlengt tot 4) maanden niet uitspreekt over het voorstel
van De Raad, dan is het voorstel aangenomen.
2. Het EP keurt het voorstel met alle aanpassingen goed; voorstel is aangenomen.
3. Het EP keurt het voorstel op basis van een meerderheid van de leden af; het voorstel is
verworpen.
4. Het EP past het voorstel op basis van de meerderheid van de lenen aan.
Het EP kan voorbouwen op de aanpassingen van De Raad, of de aanpassingen van De Raad
wijzigen.