HRM OVERVIEW BEGRIPPENKADER READER
Bijeenkomst 1.1
HR CYCLUS (FOBRUM) =
Directe gedragsregulering= Als bij de HR-cyclus de medewerkers direct worden aangestuurd door de
leidinggevende.
Productiviteit= Productie per productiefactor per tijdseenheid
HR- perspectieven=
Bedrijf economisch -> Effectiviteit en efficiëntie, werkgevers en management vooral hiermee
bezig.
Sociaal psychologisch-> Arbeidsinhoud, 4a’s omstandigheden, voorwaarden, verhoudingen
en inhoud. Vooral werknemers zijn hier mee bezig.
Politiek-> Rechtvaardigheid en zeggenschap. Collectieve belanghebbenden zoals
ondernemingsraden en vakbonden houden zich hier mee bezig.
Maatschappelijk-> Acceptatie, vooral door de overheid, actiegroepen en publiek.
Psychologisch contract= Het geheel van wederzijdse verwachtingen over rechten en plichten
waaraan een werknemer en werkgever denken gehouden te zijn. Niet echt vast gesteld.
Managementslagen=
- Strategisch (boven aan) denk daarbij aan het management team, CEO (directie).
- Tactisch/organisatorisch (lijn) management
- Operationeel vooral medewerkers
Bijeenkomst 1.2
Arbeidsrelatie= Gemaakte afspraken tussen werkgever en werknemer.
Operationeel HRM (uitvoerend)= betreft de dagelijkse aansturing en begeleiding van werknemers.
Vaak de directe leidinggevende die deze taak uitvoeren.
, HR-architectuur (lepakk&snell) =
Functieprofiel = ook wel de 4 a’s , geheel van taken die iemand moet uitvoeren.
Arbeidsinhoud + verhoudingen+ voorwaarden + omstandigheden!
Competentie profiel= Eigenschappen die een medewerker nodig heeft om zijn werk zo te kunnen
uitvoeren dat de organisatiedoelen worden bereikt. Denk daarbij aan bijvoorbeeld kennis,
vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken.
Gedragsindicatoren= Competenties zijn clusters van effectieve gedragingen, waarbij een vraag of
gedragsindicator een concrete beschrijving van effectief gedrag is. Bijvoorbeeld: 'overtuigingskracht'
is de naam van de competentie, en “gebruikt argumenten waar de ander gevoelig voor is” is één van
de daarbij horende gedragsindicatoren.
Wervingskanalen= Wijze waarop een wervingsboodschap onder de aandacht van de doelgroep wordt
gebracht bijvoorbeeld digitaal.
Selectiemethoden/matchingsmethoden= Sollicitatiebrief, cv, interview, referentie techniek.
Starr Methodiek =
Bijeenkomst 1.1
HR CYCLUS (FOBRUM) =
Directe gedragsregulering= Als bij de HR-cyclus de medewerkers direct worden aangestuurd door de
leidinggevende.
Productiviteit= Productie per productiefactor per tijdseenheid
HR- perspectieven=
Bedrijf economisch -> Effectiviteit en efficiëntie, werkgevers en management vooral hiermee
bezig.
Sociaal psychologisch-> Arbeidsinhoud, 4a’s omstandigheden, voorwaarden, verhoudingen
en inhoud. Vooral werknemers zijn hier mee bezig.
Politiek-> Rechtvaardigheid en zeggenschap. Collectieve belanghebbenden zoals
ondernemingsraden en vakbonden houden zich hier mee bezig.
Maatschappelijk-> Acceptatie, vooral door de overheid, actiegroepen en publiek.
Psychologisch contract= Het geheel van wederzijdse verwachtingen over rechten en plichten
waaraan een werknemer en werkgever denken gehouden te zijn. Niet echt vast gesteld.
Managementslagen=
- Strategisch (boven aan) denk daarbij aan het management team, CEO (directie).
- Tactisch/organisatorisch (lijn) management
- Operationeel vooral medewerkers
Bijeenkomst 1.2
Arbeidsrelatie= Gemaakte afspraken tussen werkgever en werknemer.
Operationeel HRM (uitvoerend)= betreft de dagelijkse aansturing en begeleiding van werknemers.
Vaak de directe leidinggevende die deze taak uitvoeren.
, HR-architectuur (lepakk&snell) =
Functieprofiel = ook wel de 4 a’s , geheel van taken die iemand moet uitvoeren.
Arbeidsinhoud + verhoudingen+ voorwaarden + omstandigheden!
Competentie profiel= Eigenschappen die een medewerker nodig heeft om zijn werk zo te kunnen
uitvoeren dat de organisatiedoelen worden bereikt. Denk daarbij aan bijvoorbeeld kennis,
vaardigheden, motivatie en persoonskenmerken.
Gedragsindicatoren= Competenties zijn clusters van effectieve gedragingen, waarbij een vraag of
gedragsindicator een concrete beschrijving van effectief gedrag is. Bijvoorbeeld: 'overtuigingskracht'
is de naam van de competentie, en “gebruikt argumenten waar de ander gevoelig voor is” is één van
de daarbij horende gedragsindicatoren.
Wervingskanalen= Wijze waarop een wervingsboodschap onder de aandacht van de doelgroep wordt
gebracht bijvoorbeeld digitaal.
Selectiemethoden/matchingsmethoden= Sollicitatiebrief, cv, interview, referentie techniek.
Starr Methodiek =