HOORCOLLEGE 1: KLINISCH REDENEREN IN DE ACUTE FASE
Het normale pathofysiologische herstel van bindweefsel en spierweefsel:
- Het herstelproces verloopt volgens vaste fasen, waarbij het type
collageen en de belastbaarheid veranderen.
- Ontstekingsfase dag 1 tot 5 (soms tot 9):
o Kenmerken zwelling (oedeem), warmte, roodheid, blauwkleuring
(bij bloedvatbeschadiging) en pijn.
o Proces direct na het letsel vindt er een korte vasoconstrictie
plaats, snel gevolgd door vasodilatatie hierdoor neemt de
doorbloeding toe. de vaatwanden worden poreus, vocht met
eiwitten en witte bloedcellen lekken naar het weefsel (veroorzaakt
zwelling en pijn). leukocyten en macrofagen ruimen dode resten op
(fagocytose) activeren cellen tot deling.
o Belastbaarheid zeer laag, het weefsel heeft weinig
proteoglycanen om trekkracht op te vangen.
- Proliferatiefase dag 5 tot 21:
o Proces er komen veel fibroblasten in het weefsel, deze cellen
delen zich snel en produceren de grondsubstantie. De wond wordt
‘’dichtgetrokken’’ en er wordt een matrix gevormd van
grondsubstantie en collageen type 3. Er ontstaat een nieuw
netwerk van bleovaten vanuit angioblasten. Dit zorgt voor
verhoogde aanvoer van zuurstof en voedingsstoffen, wat curciaal
is om het zwakkere collageen type 3 later om te kunnen zetten in
het sterkere type 1.
o Belastbaarheid iets hoger, maar nog steeds kwetsbaar,
beweging moet pijnvrij zijn.
- Consolidatie- en remodeleringsfase:
o Proces omvorming van collageen type 3 (lage trekkracht) naar
collageen type 1 (hoge trekkracht). De collageenvezels gaan zich
heroriënteren in de richting van de mechanische belasting die op
het weefsel wordt uitgeoefend.
o Belastbaarheid progressieve belasting is noodzakelijk om dit
proces te faciliteren.
- Reorganisatiefase (remodelering) dag 60 tot 360 de definitieve
remodelering van het weefsel vind nu plaats.
- De overgang van de ontstekingsfase naar de proliferatiefase markeert
het begin van weefselopbouw, terwijl de remodelleringsfase draait om
, de optimalisatie van de treksterkte door de overgaan van collageen
type 3 naar type 1.
Mechanotransductie:
- Cellen reageren op belasting stimuleert collageenopbouw
- Te weinig belasting = zwakker weefsel
- Te veel belasting = opnieuw schade
Poorttheorie (Melzack en Wall):
- Pijn wordt niet alleen bepaald door weefselschade maar ook door
modulatie in het ruggenmerg niet pijnlijke prikkels (AB vezels, zoals
aanraking of beweging) kunnen de ‘’poort’’ sluiten en zo pijn remmen.
Dit verklaart waarom wrijven pijn kan verminderen.
Relevante onderzoeksdoelstellingen bij acuut musculoskeletaal letsel:
- Het doel van het onderzoek is om te bepalen of de klacht binnen het
fysiotherapeutische domein valt en in welke fase van herstel de
patiënt zich bevindt.
- Anamnese CSI (trauma analyse) specifieke vragen om het
mechanisme te achterhalen:
o Impact en krachten wat is er precies gebeurd (geluid, gevoel).
o Snelheid van zwelling hoe snel werd het dik (snelle zwelling
wijst vaak op heamarthros/ernstig letsel).
o Slotklachten en beperkingen kan de patiënt de knie volledig
strekken of belasten?
- Lichamelijk onderzoek:
o Uitsluiten fracturen gebruik van klinische beslisregels zoals de
ottawa knee rules of ottawa ankel rules.
o Beoordelen reactiviteit inspectie op ontstekingsverschijnselen
(rubor, calor, tumor, dolor of functio laesa).
o Hypothesevorming het in kaart brengen van mogelijk
aangedane weefsels.
Indicatie voor doorverwijzing naar een arts (niet pluis):
- Een fysiotherapeut moet direct verwijzen (vaak met spoed) bij
aanwijzingen voor ernstige pathologie.
- Aanwezigheid van rode vlaggen tekenen die wijzen op ernstige
onderliggende aandoeningen.
- Specifieke letsels fracturen, volledige rupturen, trombose of infectie
en neurovasculaire schade (bij uitval van gevoel of motoriek).
, - Afwijkend beloop wanneer het herstel niet past bij de tijdsduur of de
symptomen onverklaarbaar zijn.
Behandelprofielen:
- Profiel 1 (Normaal beloop) Een patiënt met een acuut letsel zonder
belemmerende factoren. Hier volstaat vaak een 'wait and see' beleid
met advies (PEACE & LOVE) .
- Profiel 2 (Afwijkend beloop door fysieke factoren) Bijvoorbeeld een
sporter die snel terug moet keren maar waarbij het weefselherstel
traag verloopt .
- Profiel 3 (Afwijkend beloop door psychosociale factoren Hierbij
spelen de 'gele vlaggen' een rol, zoals bewegingsangst of
catastroferen. Dit is een indicatie voor intensievere begeleiding .
Indicatie voor wait and see beleid:
- Dit beleid wordt gevoerd wanneer het risico op ernstige pathologie
klein is en natuurlijk herstel waarschijnlijk is.
- Lichte letsels distorsies (verzwikkingen), contusies (kneuzingen) of
partiële rupturen.
- Beoordeling wanneer onterecht behandelen risicovoller is dan
onterecht niet behandelen.
- Advies in de acute fase geldt vaak het PEACE en LOVE principe
protection, elevation, avoid anti-inflammatories, compression en
education load, optimism, vascularisation en exercise.
Indicatie voor intensievere fysiotherapeutische begeleiding:
- Hoog risico profiel (behandelprofiel 3) patienten met dominante
prognostische factoren zoals bewegingsangst (kinesiofobie),
catastroferen en een hoge pijnintensiteit.
- Belemmerende factoren:
o Persoonlijke factoren langdurige stress, irreële
ziekteovertuigingen of co-morbiditeit.
o Omgevingsfactoren hoge werkdruk of gebrek aan sociale
steun.
- Functionele instabiliteit wanneer de patiënt niet zelfstandig terug
kan keren naar het gewenste activiteiten of participatieniveau.
, HOORCOLLEGE 2: VISIE OP PATHOMORFOLOGIE EN DIAGNOSTIEK
Visie op beweeggedrag en adaptatie:
- Beweeggedrag is niet louter mechanisch, maar de output van een
organisme in een specifieke context.
- Adaptief gedrag de aanpassing heeft geen schadelijke gevolgen of
biedt voordeel.
- Mal-adaptief gedrag de aanpassing heeft schadelijke consequenties
voor het weefsel of herstel.
- Randvoorwaarden de output (beweging) hangt af van de
anatomische mogelijkheden, de coördinatie van het systeem en de
perceptie van de context.
- Scapula-positie de stand van het schouderblad op de thorax is
bepalend voor wat het systeem maximaal toelaat, maar protractie kan
bijvoorbeeld een grotere armheffing faciliteren.
Trauma-gerelateerde schouderklachten:
- Traumatische glenohumerale luxatie de kop schiet uit de kom, vaak
door een val op een geabduceerde en geëxoroteerde arm.
o Gevolgen schade aan kapsel en labrum, verhoogd risico op
chronische instabiliteit.
o Beleid na repositie volgt immoilisatie (1-3 weken), gevolgd
door training van de rotator cuff en scapulastabilisatoren.
- Acute cuffruptuur een potstelinge scheur in de pezen (vaak m.
supraspinatus) door trauma. Dit leidt tot direct krachtverlies bij het
heffen van de arm.
Overbelasting-gerelateerde schouderklachten:
- Deze klachten ontstaan geleidelijk door repetitieve handelingen of een
disbalans tussen belasting en belastbaarheid.
- Subacrominaal pijnsyndroom (SAPS) / impingement inklemmen van
de supraspinatuspees of slijmbeurs bij armheffing.
o Primair impingement structurele vernauwing (bijv.
botuitsteeksels/osteofyten).
o Secundair impingement functionele problemen door
instabiliteit of scapulaire dyskinesie (slecht bewegen van het
schouderblad).
- A-traumatische glenohumerale laxiteit een te ruime schouder
zonder specifiek trauma, vaak door hypermobiliteit of langdurige
overbelasting bij zwemmers of turners.
- Frozen shoulder een aandoening met een onbekende
ontstaanswijze waarbij het kapsel verkort en verdikt, wat leidt tot
ernstige pijn en stijfheid.