100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Online lezen of als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting functieleer

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
33
Geüpload op
17-03-2026
Geschreven in
2024/2025

Samenvatting van alle colleges functieleer studiejaar . Zelf een 7,5 gehaald voor het tentamen.

Voorbeeld van de inhoud

INLEIDING FUNCTIELEER
HOORCOLLEGES


H1 INTROPSYCHOLOGIE

1.2 VÓÓR-ONTWIKKELINGEN
Psychologie: bestuderen van gedrag om interne processen te begrijpen.
Hermann von Helmholtz: leverde veel inzichten op gebied van zien en horen, mat als
eerste snelheid van zenuwimpulsen.
Franciscus Donders: oogarts, mat de tijd van mentale processen de structuur van de
geest te begrijpen, mentale chronometrie. Proef met ka/ke/ki/ko/ku met wel/geen
discriminatie en wel/geen keuze in antwoord proefpersoon. Verschillende situaties zorgen
voor additieve factoren.
Evolutietheorie: levende wezens zijn resultaat van aanpassingen aan veranderende
omstandigheden door genetische variatie.


1.3 ONTSTAAN VAN DE PSYCHOLOGIE
Wilhelm Wundt: opende eerste lab voor experimentele psychologie, begonnen
natuurwetenschap en psychologie te combineren
Structuralisme: onderzoek psychologie moet zich richten op onmiddellijke ervaring
(hangt af van sensaties, herinneringen, gevoelens)
Introspectie: zeer onbetrouwbare methode om structuur en elementen bewustzijn te
ontdekken
Alfred Binet en Theodore Simon: ontwikkelde intelligentie test
William James: ontwikkelde functionalisme = psychologie gebruiken om onderwijs te
optimaliseren, gevaarte op te sporen en industriële productie te bevorderen
John Watson: ontwikkelde behaviorisme = enkel observeer baar gedrag bestuderen
Sigmund Freud: ontwikkelde psychoanalyse = bewustzijn en gedrag zijn slechts
oppervlakkige fenomenen, onderbewuste krachten (seks en agressie) zijn oorsprong van
gedrag en zijn verantwoordelijk voor persoonlijkheidsverschillen en mentale stoornissen.
Gestalt psychologie: geheel is meer dan de som der delen (Max Wertheimer, Wolfgang
Köhler, Kurt Koffka) verzetten zich tegen structuralisme en behaviorisme
Perceptie: wat je waarneemt
Sensatie: wat er daadwerkelijk gebeurt




1.4 ONDERZOEKSMETHODEN
Beschrijvend onderzoek: correcte informatie verzamelen over een onderwerp.
Door naturalistische observatie, vragenlijst, gestandaardiseerde psychologische test,
archieftest, gevalsstudie of kwalitatief onderzoek.
Correlatie onderzoek: beschrijven van verbanden tussen gegevens van onderzoek.
Probleem; oorzaak-gevolg niet te onderscheiden.
Correlatiecoëfficiënt: getal tussen -1 en 1 welke richting en mate van lineaire verband
tussen twee variabelen weergeeft.
Experimenteel onderzoek: onderzoekers manipuleren een of meerdere variabelen en
kijken of dit effect heeft op een andere variabele. Hypothese opstellen en variabelen
operationaliseren (omzetten in concrete en meetbare handelingen)

,Onafhankelijke variabele: datgene wat de onderzoeker varieert
Afhankelijke variabele: datgene wat gemeten wordt
Controle variabelen: aspecten van een experiment die gelijk blijven bij experimentele
en controle condities
Persoonsvariabelen: manier waarop groepen worden samengesteld



1.5 BIOLOGISCHE FACTOREN
Biologische factoren in de psychologie spelen op 4 manieren een rol:
1. Centrale zenuwstelsel: maakt gedragingen mogelijk. Aandoeningen in het CZS
hebben effect op psychologisch functioneren.
2. Invloed van lichaam op geest: staat van lichaam kan van invloed zijn op
gedragingen (bijv. honger)
3. Erfelijkheid: eigenschappen kunnen erfelijk zijn, tweelingenonderzoek,
adoptiestudies, stamboomonderzoeken.
4. Evolutie: bepaalde gedragingen kunnen begrepen worden vanuit menselijke
evolutiegeschiedenis.


1.6 COGNITIEVE FACTOREN
Cognitieve psychologie: menselijk gedrag begrijpen en voorspellen met informatie-
verwerkende cognitieve processen in de hersenen  behavioristen negeerden cognities
Tolman: toont bestaan van cognities aan m.b.v. ratten in doolhof
Sociale factoren: mens is een sociaal wezen dat deel uitmaakt van allerhande sociale
netwerken, verschillende sociale netwerken zorgen voor cultuur verschillen
Geert Hofstede: onderscheidde 5 sociale factoren waarin culturen verschillen.
1. Individu – collectief
2. Macht – egalitair
3. Zekerheid – laissez-faire
4. Man – vrouw
5. Lang – korte termijn denken


1.7 SOCIALE FACTOREN
WEIRD people: merendeel van psychologisch onderzoek is gebaseerd op blanke mensen
uit de westerse wereld.
Nature: aangeboren
Nurture: omgevingsinvloeden


1.8 BIOPSYCHOSOCIALE MODEL
Biopsychosociale model: biologische, psychologische en sociale factoren spelen een
rol bij elke menselijke activiteit



H3 GEWAARWORDING

3.1 GEWAARWORDING VERSUS WAARNEMING
De vijf traditionele zintuigen: zicht, gehoor, reuk, smaak, tast
Criterium zintuig: heeft een eigen reeks van receptoren waarvan de prikkels in een
apart deel van de hersenen worden verwerkt.

,3.2 GEZICHTSVERMOGEN
Licht: vorm van elektromagnetische straling, beweegt zich voort in golven, zichtbaar
licht 400-700nm
Lichtintensiteit: aantal fotonen per tijdseenheid op een oppervlakte.
Het oog: het beeld moet uiteindelijk scherp op netvlies (retina) vallen
 Hoornvlies (cornea): zorgt voor 80% breking (je ziet niet scherp in water omdat
cornea op aanraking met lucht staat ingesteld)
 Kamervocht
 Pupil (hieromheen iris: spier
voor lichtregeling/aandacht)
 Lens (hieromheen ciliaire
spier voor
accommodatie/dichtbij-veraf)
 Glasachtig lichaam
 Netvlies (retina)
- Fovea (~4 graden waarmee
je scherp ziet)
- Kegeltjes (in fovea): hier
heb je 7 miljoen van, zorgen voor waarneming kleur en detail bij een hoge
lichtintensiteit.
- Staafjes (in periferie): hier heb je 120 miljoen van, zorgen niet voor waarneming
kleur en detail, maar voor waarneming beweging, werken bij lage lichtintensiteit
(nachtzicht).
- Blinde vlek: daar waar de oogzenuw het oog verlaat, andere oog vult de ‘vlek’
in, of als je met 1 oog kijkt vullen de hersenen de ‘vlek’ in.
Retina bestaat uit 3 lagen:
 Visuele receptoren (127 miljoen)
 Horizontale cellen, bipolaire cellen, amacriene cellen
 Ganglioncellen (= oogzenuw, 1 miljoen)
Licht valt op kegeltje/staafje  chemische reactie  cel vuurt  geleiding en verdere
integratie met andere neutrale cellen.
1 cel krijgt input van meerdere kegeltjes/staafjes die naast elkaar liggen
Kegeltjes en staafjes liggen geordend in de vorm van een ‘donut’, grootte van donut
varieert afhankelijk van locatie (klein in centrum/fovea, groot in periferie.
2 varianten van een donut: centerON/surroundOFF of centerOFF/surroundON.
Wanneer een centerON/surroundOFF ganglioncel in het midden verlicht wordt, gaat hij
maximaal signalen vuren. Wanneer hij in alleen de surround verlicht wordt, gaat hij
minimaal vuren. Omgekeerd hetzelfde voor centerOFF/surroundON.
Als center zijn zin krijgt zijn de signalen sterker dan wanneer surround zijn zin krijgt.
In werkelijkheid zijn er weinig ‘donuts’ maar veel constrastovergangen (licht  donker
of
donker  licht). Deze zijn cruciaal voor
herkenning van objecten.
Hermann Grid illusion: als wit door meer
zwart wordt omringd, lijkt het wit ‘witter’.
Van oog naar occipitale lob
 Oogzenuw: nasale gedeelte
(binnenkant hoofd) van beide ogen
kruist, temporaal (buitenkant hoofd)
blijft aan zelfde kant
 Chiasma opticum: kruising zenuwen

,  Eerste schakelstation Corpus Geniculatum Laterale (CGL; thalamus)
 Primaire visuele cortex (V1)
Retinope organisatie: buurcellen in de retina zijn ook buurcellen in de primaire visuele
cortex (V1)
Corticale magnificatie: fovea krijgt veel meer ruimte in V1, 80% van de cellen in V1
krijgen input van de macula. ( V1)

Hubel en Wiesel: hebben aangetoond dat cellen in de primaire visuele cortex elementaire
visuele kenmerken coderen (lijnen onder een bepaalde hoek in een bepaald retinaal
veld).
Ventrale route (WAT-route): cellen projecteren van V1 naar inferotemporele cortex (IT)
Dorsale route (WAAR- of ACTIE-route): cellen projecteren van V1 naar pariëtaal
Oogbewegingen:
 Saccades: ballistische sprongen van ca 20-40 ms waarin je blind bent. Worden
gebruikt wanneer je de omgeving aan het scannen bent of leest.
Je hebt nauwelijks een visueel geheugen van het beeld uit de vorige sacade.
 Nystagmus: tremorachtige oogbeweging. Nodig omdat kegeltjes anders snel
oververmoeid zouden raken (refrectaire periode). Zonder nystagmus verdwijnt
zich binnen seconden.
 Volgbewegingen: extern target volgen
 Convergentie: houdt beide ogen op het target gefixeerd
Change blindness: een ‘masker’ op de overgang tussen 2 plaatjes waardoor het
verschil tussen beide slecht te zien is.
Bijziend (myopie): lens te bol/oog te lang, brandpunt te dichtbij (-glazen)  bij jonge
kinderen (<2 jaar) door telefoon
Verziend (hypermetropie): lens te plat/oog te kort, brandpunt te ver (+glazen), goed
zicht veraf, slecht dichtbij
Presbyopie: binnenste van lens verhard, lens niet bol genoeg (leesbril vanaf ~40 jaar)
Astigmatisme: cornea niet geheel bolvormig.
Staar: vertroebeling van de lens (door ouderdom, suiker)  staaroperatie, nieuwe lens
van glas/siliconen.
Macula degeneratie: focus is zwart en vervormt (rokers).
Glaucoom: perifeer zicht (buitenste rand van zicht) wordt minder (uitval M-cellen ten
gevolge van druk in oog)  tunnelzicht.


Kleurperceptie:
 3 soorten kegeltjes: blauw: kort (5% niet in fovea, max bij 435 nm), groen:
midden (35%, max bij 535 nm), rood: lang (60%, max bij 565 nm).
Bij wit licht (alle golflengtes) vuren alle kegeltjes  Young/Helmholtz:
trichromatische theorie; met blauw, groen en rood licht kun je alle kleuren licht
maken.
Additieve kleurmenging bij licht: meer en meer golflengtes bereiken de retina
als meer kleuren licht worden samengevoegd.
Subtractieve kleurmenging bij verf: steeds minder golflengtes bereiken de
retina omdat steeds meer wordt
geabsorbeerd.
 Opponente processentheorie
(Hering): de signalen uit de 3 types
kegeltjes worden op hun weg naar de
hersenen, in de retina, gehercodeerd in
3 kanalen met opponente processen
(rood-groen proces, geel-blauwe
proces, wit-zwarte proces)

Documentinformatie

Geüpload op
17 maart 2026
Aantal pagina's
33
Geschreven in
2024/2025
Type
SAMENVATTING

Onderwerpen

€5,99
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Online lezen of als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
elskedijkstraa

Ook beschikbaar in voordeelbundel

Thumbnail
Voordeelbundel
Vakken blok 1 - semester 1 - jaar 1 psychologie
-
2 2026
€ 11,98 Meer info

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
elskedijkstraa Tilburg University
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
1 week
Aantal volgers
0
Documenten
17
Laatst verkocht
1 dag geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Populaire documenten

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen