paragraaf 1 / het werkt!
De meeste organen liggen in je romp.
middenrif = dik gespierd vlies wat de romp verdeeld in de
borstholte & buikholte.
Organen zijn opgebouwd uit cellen (=kleinste bouwstenen)
weefsel = cellen met dezelfde vorm en functie
organen die samenwerken aan dezelfde grotere taak
➙ orgaanstelsel
5 orgaanstelsels:
Verteringsstelsel
- maakt voedsel zo klein ➙ bloed kan voedingsstoffen uit voedsel
opnemen.
- organen in buikholte
Ademhalingsstelsel
- uit lucht zuurstof opnemen in het bloed ➙ koolstofdioxide afgeven bloed
naar buitenlucht.
- borstkas
Bloedvatenstelsel
- vervoert voedingsstoffen, zuurstof &
koolstofdioxide.
- hart ➙ pompt bloed door bloedvaten naar
organen.
Uitscheidingsstelsel
- voert afvalstoffen af, door:
- nieren, urineblaas, lever, longen, huid
Zenuwstelsel
- geeft opdrachten om (spieren) samen te trekken.
- ➙ organen & organenstelsels laten werken &
samenwerken.
1
,Opbouw cellen
1. Celkern
2. Cytoplasma
3. Celmembraan
In cytoplasma zitten organellen (= onderdeel van
een cel met bepaalde functie)
Verschillende organellen:
Celkern
- DNA in celkern zorgt voor zijn vorm heeft & zn taken doet ➙ doen de eiwitten in dna.
Ribosomen
- maken eiwitten
- komt terecht in: transportkanalen ➙ celmembraan // andere blijven in cytoplasma.
Mitochondriën
- maken energie vrij uit glucose
- cellen die veel energie gebruiken, des te meer mitochondriën.
- ➙ verbranding van glucose
Hoe komen spieren aan energie?
Energie krijg je door koolhydraat ➙ glucose
- door verbranding van glucose in spiercellen ➙ energie vrij ➙ zuurstof nodig
Orgaanstelsels actief bij verbranding glucose:
- verteringsstelsel: glucose (van voedsel) in bloed.
- ademhalingsstelsel: zuurstof in bloed.
- bloedvatenstelsel: glucose & zuurstof bij spieren.
- bij verbranding afvalstoffen ➙ koolstofdioxide & water
- Weggevoerd door bloedvatenstelsel, afgescheiden door:
- ➙ ademhalingsstelsel, koolstofdioxide uit
➙ uitscheidingsstelsel (nieren), water afgevoerd als urine, zweet, long
- glucose + zuurstof ➙ energie + koolstofdioxide + water
2
, paragraaf 2 / je eet
voedingsmiddelen bestaan uit voedingsstoffen:
- koolhydraten (zetmeel & suikers)
- vetten
- eiwitten
- mineralen
- water
- vitamines
Cellen hebben voedingsstoffen nodig om te kunnen werken.
- Daarvoor moeten de voedingsstoffen eerst klein gemaakt worden om in je bloed te
worden opgenomen.
- water, mineralen & vitamines direct opgenomen in bloed
- koolhydraten (te groot) ➙ klein gemaakt door enzymen ➙ vertering
vertering = klein maken van voedingsstoffen.
Organen van verteringsstelsel verteren het voedsel stap voor stap komt
door:
- verteringssappen die speciale cellen maken in organen
- In (speekselklieren) mond, verteringssap ➙ speeksel
enzymen
enzymen = speciale eiwitten
- 1 soort voedingsstof afbreken.
- Werkt best bij optimumtemperatuur & niet meer bij
maximumtemperatuur.
- Vorm & werking hangt af van zuurgraad.
- Enzymen kun je telkens weer hergebruiken.
Een enzym knipt voedingsstoffen zo lang zodat ze klein genoeg is om
te worden opgenomen in je bloed.
werking enzymen:
- Voor elk soort voedingsstof ➙ apart enzym met speciale vorm & taak.
- Verteringsezymen maken voedingstoffen kleiner (wordt gemaakt door cellen in
spijsverteringsklier)
1. enzym bindt zich aan voedingsstof
2. enzym knipt voedingsstof in 2
3. enzym laat los en gaat weer opnieuw andere knippen
3