Latijn cultuur les 28
Scipio Minor en de derde Punische oorlog
264-241 Punische oorlog I
218-201 Punische oorlog II
149-146 Punische oorlog III, Carthago verwoest
Carthago herstelt zich
De Romeinen hadden Carthago al in twee oorlogen verslagen, maar Carthago herstelde zich op
economisch gebied wonderbaarlijk snel. De Romeinse senator Marcus Porcius Cato was hier niet blij
mee. Hij eindigde elke redevoering in de senaat met deze woorden:
‘ceterum censeo Carthaginem esse delendam’ – overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest
moet worden.
Opnieuw oorlog
Een van de vredesbepalingen destijds was dat Carthago uitsluitend met toestemming van de
Romeinen oorlog mocht voeren. Masinissa, de bondgenoot van de Romeinen in Afrika, daagde de
Carthagers dmv grensconflicten uit tot een oorlog. In 150 v. Chr. grepen de Carthagers naar de
wapens, zonder toestemming van de Romeinen. De Romeinen verklaarden daarom in 149 v. Chr. de
oorlog aan de Carthagers. De Romeinen eisten dat de Carthagers hun stad zouden verlaten en deze
verder landinwaarts zouden herbouwen. De Carthagers waren op militair gebied niet sterk, maar
moesten noodgedwongen de oorlog (die ze gedoemd waren om te verliezen) aan te gaan.
Scipio Africanus versloeg Hannibal † 183 v. Chr.
Publius Scipio kleinzoon (door adoptie) van Scipio Africanus. Werd tot aanvoerder van de
Romeinse troepen benoemd.
Scipio Minor Publius Scipio
Scipio Maior Scipio Africanus
De zelfbeheersing van Scipio Maior
De Romeinen idealiseerden Scipio Maior na zijn dood zo, dat ze geloofden dat hij niet een gewone
man maar een god als vader zou moeten hebben gehad. Scipio Maior had tijdens zijn expeditie in
Spanje een mooi krijgsgevangen meisje buitgemaakt. Hij
hield haar niet voor zichzelf, maar gaf haar aan haar
verloofde terug. In ruil daarvoor vroeg hij deze voortaan
een vriend van het Romeinse volk te zijn. De ouders van
het meisje kwamen met geschenken om haar vrij te kopen,
Scipio nam de geschenken aan en gaf ze vervolgens aan de
verloofden als bruidsschat. Dit verhaal is in de beeldende
kunst talloze malen uitgebeeld als voorbeeld van
‘beheerste omgang met macht’.
Scipio Minor en de derde Punische oorlog
264-241 Punische oorlog I
218-201 Punische oorlog II
149-146 Punische oorlog III, Carthago verwoest
Carthago herstelt zich
De Romeinen hadden Carthago al in twee oorlogen verslagen, maar Carthago herstelde zich op
economisch gebied wonderbaarlijk snel. De Romeinse senator Marcus Porcius Cato was hier niet blij
mee. Hij eindigde elke redevoering in de senaat met deze woorden:
‘ceterum censeo Carthaginem esse delendam’ – overigens ben ik van mening dat Carthago verwoest
moet worden.
Opnieuw oorlog
Een van de vredesbepalingen destijds was dat Carthago uitsluitend met toestemming van de
Romeinen oorlog mocht voeren. Masinissa, de bondgenoot van de Romeinen in Afrika, daagde de
Carthagers dmv grensconflicten uit tot een oorlog. In 150 v. Chr. grepen de Carthagers naar de
wapens, zonder toestemming van de Romeinen. De Romeinen verklaarden daarom in 149 v. Chr. de
oorlog aan de Carthagers. De Romeinen eisten dat de Carthagers hun stad zouden verlaten en deze
verder landinwaarts zouden herbouwen. De Carthagers waren op militair gebied niet sterk, maar
moesten noodgedwongen de oorlog (die ze gedoemd waren om te verliezen) aan te gaan.
Scipio Africanus versloeg Hannibal † 183 v. Chr.
Publius Scipio kleinzoon (door adoptie) van Scipio Africanus. Werd tot aanvoerder van de
Romeinse troepen benoemd.
Scipio Minor Publius Scipio
Scipio Maior Scipio Africanus
De zelfbeheersing van Scipio Maior
De Romeinen idealiseerden Scipio Maior na zijn dood zo, dat ze geloofden dat hij niet een gewone
man maar een god als vader zou moeten hebben gehad. Scipio Maior had tijdens zijn expeditie in
Spanje een mooi krijgsgevangen meisje buitgemaakt. Hij
hield haar niet voor zichzelf, maar gaf haar aan haar
verloofde terug. In ruil daarvoor vroeg hij deze voortaan
een vriend van het Romeinse volk te zijn. De ouders van
het meisje kwamen met geschenken om haar vrij te kopen,
Scipio nam de geschenken aan en gaf ze vervolgens aan de
verloofden als bruidsschat. Dit verhaal is in de beeldende
kunst talloze malen uitgebeeld als voorbeeld van
‘beheerste omgang met macht’.