Als er sprake is van wederzijdse afhankelijkheid -> speltheorie.
Uit een speltheorie ontstaat een marktevenwicht: de situatie waarbij beide spelers
tegelijkertijd hun beste actie hebben gekozen gegeven de gekozen actie van de
andere speler.
Een opbrengstenmatrix laat de opbrengsten van beide spelers zien bij alle mogelijke
acties. Een opbrengstenmatrix moet worden opgelost om het marktevenwicht/Nash-
evenwicht te bepalen.
Er kunnen ook meerdere Nash-evenwichten ontstaan uit het oplossen van een
opbrengstenmatrix.
, Hoofdstuk 2: Gelijktijdig spelen
Als een actie altijd gekozen wordt, wat ook voor de andere speler geldt -> dominante
actie. Het Nash-evenwicht kan ook wel het evenwicht in dominante acties genoemd
worden.
2 voorwaarden voor een gevangenendilemma:
1. Beide spelers hebben een dominante strategie
2. Als beide partijen hun dominante strategieën volgen, is de uitkomst niet optimaal (Het
Nash-evenwicht van een gevangenendilemma staat een Pareto-verbetering toe)
Productie collectief goed = gevangenendilemma.
Positief extern effect collectief goed zorgt voor het gevangenendilemma. Het positief
extern effect lokt meeliftgedrag uit: iemand betaald niet voor het collectief goed,
maar geniet wel mee van de opbrengsten.
5 manieren om het gevangenendilemma op te lossen:
1. Collectieve opbrengsten => beide spelers kiezen voor de actie die hen collectief en
individueel het meeste voordeel oplevert.
2. Sociale normen => de sociale norm beperkt de keuzevrijheid van de spelers en spelers
weten van elkaar hoe de ander zich over het algemeen zou gedragen.
3. Zelfbinding => door zelfbinding kiezen spelers een andere actie dan het Nash-evenwicht
en wordt het gevangenendilemma opgelost. Zelfbinding is alleen mogelijk als het
geloofwaardig is. Of mensen je geloven of niet hangt af van je reputatie.
4. Collectieve dwang => spelers worden gedwongen om een bepaalde actie te kiezen. Dit kan
bijvoorbeeld doormiddel van een contract.