Hoofdstuk 1: Jezelf blijven
4: De kandidaten kunnen met een voorbeeld uitleggen dat het toeschrijven van
verantwoordelijkheid aan een persoon een filosofische (metafysische) opvatting over
persoonlijke identiteit vooronderstelt.
Een psychologisch criterium voor persoonlijke identiteit wordt vastgesteld. Volgens John
Locke is het ons bewustzijn, en met name ons geheugen dat van doorslaggevend belang is
voor persoonlijke identiteit door de tijd heen. (Voorbeeld blz. 14 over het slaapwandelen)
Uitleg: metafysisch gaat over ‘het zijn’, de dingen in de wereld en werkelijkheid. Een
metafysische vraag kun je herkennen doordat er een is in staat ‘wat is iets?’
*Kentheoretisch gaat meer over de kennis ‘hoe weet je iets zeker?’ De mens heeft een ziel
of geest of zelf. Hoe weet je dat? Dat is een kentheoretische vraag, een kennis vraag.
5: De kandidaten kunnen met het gedachte-experiment ‘Het schip van Theseus
uitleggen wat de metafysische vraag naar (persoonlijke) identiteit inhoudt.
Daarbij kunnen zij de volgende onderscheidingen uitleggen en toepassen:
- de continuïteit van een persoon en de continuïteit van een ding
- kwalitatieve identiteit en numerieke identiteit.
De metafysische vraag luidt: ‘Wat maakt dat een persoon dezelfde blijft door de tijd?’
Wanneer je je iPhone laat vallen en hij is helemaal kapot, is de kwalitatieve identiteit
verdwenen, omdat die niet meer op de andere iPhones lijkt. Maar als getal is de iPhone
hetzelfde als voor de val dus de numerieke identiteit verandert niet. Het gaat nog steeds om
dezelfde iPhone. De iPhone na de val is numeriek identiteit aan de iPhone voor de val.
Zoals je over een iPhone denkt, zo kun je ook denken over een persoon. De vraag naar
kwalitatieve identiteit van een persoon is de vraag in hoeverre iemand lijkt op iemand
anders: tweelingen of mensen met dezelfde kleding. De vraag naar numerieke identiteit van
een persoon is de vraag hoe we door tijd geen dezelfde persoon blijven ondanks alle
veranderingen.
Kwalitatieve identiteit: de eigenschappen zijn van beide dingen zijn van zodanig aard dat ze
‘hetzelfde’ zijn te noemen. Zoals twee pingpongballen.
Numerieke identiteit: wat is het originele?
De continuïteit van een persoon en de continuïteit van een ding: Je kunt geen precies
moment aanwijzen van een verandering, denk aan het gedachte-experiment van Theseus.
6: De kandidaten kunnen het psychologische criterium voor persoonlijke identiteit
van John Locke weergeven, uitleggen en toepassen en er voorbeelden bij geven.
Daarbij kunnen zij aangeven welke rol het bewustzijn/geheugen speelt in Lockes
onderscheid tussen persoon en mens.
Er is volgens John Locke onderscheid tussen een mens en een persoon. De mens is een
‘levend lichaam: een biologisch organisme met een zekere functionele organisatie, een
rationeel dier.
Levende wezens zoals mensen, dieren en planten kunnen voortbestaan zonder dat er
sprake is van materiële continuïteit. De functionele organisatie van organismen zorgt ervoor
dat zij onafhankelijk zijn van hun materiële lichaam. De identiteit van een mens is gelegen in
de functionele organisatie van zijn lichaam. Een mens wordt een persoon wanneer die zelf
na kan denken (bewustzijn heeft).
1
,Locke definieert ‘persoon’ als een intelligent, denkend wezen met reden en reflectie met
bewustzijn. Ons geheugen is doorslaggevend: er zijn herinneringen die volgens Locke zowel
een voldoende als noodzakelijke voorwaarde vormen voor persoonlijke identiteit.
Een papagaai schrijf je geen persoonlijke identiteit toe, omdat die geen geheugen heeft (zie
dialoog blz. 19) Locke zegt: ‘Als je geen geheugen hebt ben je geen persoon.’
Persoon is volgens Locke een forensisch (gerechtelijk) begrip dat de basis vormt voor
morele verantwoordelijkheid en juridische aansprakelijkheid. Als je je handelingen uit
het verleden kunt herinneren, ben je onafhankelijk van de staat van je materiële lichaam.
Aanvulling: Een mens is volgens Locke een biologisch wezen dat functioneert. Ook een
mens die een harttransplantatie heeft ondergaan, beschouwen we nog als dezelfde mens.
Als functionerend geheel is die mens hetzelfde gebleven. Maar de mens is meer dan een
functioneerde geheel. Het dier noem je geen mens. De mens heeft een bewustzijn. Het weet
waar hij op bepaalde tijden was. De mens heeft hier een geheugen voor. “De mens” met
besef van plaats en tijd is vervolgens moreel verantwoordelijk en juridisch aansprakelijk.
Locke noemt deze mens ook wel “een forensisch persoon.”
7: De kandidaten kunnen uitleggen dat herinneringen volgens Locke zowel voldoende
als noodzakelijke voorwaarden zijn voor persoonlijke identiteit en dit toepassen op
vragen naar verantwoordelijkheid.
Kan iemand een persoonlijke identiteit hebben zonder dat hij een geheugen heeft? Ja, want
demente mensen zou je hetzelfde noemen ook al weten ze niet meer wie ze zijn. (Hebben
ze geen geheugen/herinneringen meer aan wie ze waren.)
Het is wel een voldoende kenmerk, want als een wezen een geheugen heeft, dan schrijf je
dat wezen een persoonlijke identiteit toe.
Noodzakelijk en of voldoende kenmerk:
*Kan iemand een persoonlijke identiteit hebben zonder dat hij een geheugen heeft?
(Kan iets x zijn zonder kenmerk y?)
Vergelijk: Kan iets een gouden ring zijn (x-zijn), zonder dat er een waarmerk in zit
(kenmerk y)? Is het antwoord “nee,” dan is het waarmerk een noodzakelijk kenmerk.
Is het antwoord ja, dan is het waarmerk geen noodzakelijk kenmerk.
(Kan iets kenmerk y hebben, zonder x te zijn?)
Kan iets een waarmerk hebben, zonder dat het object goud is? Is het antwoord “nee,” dan is
het waarmerk een voldoende kenmerk van het gouden object. Is het antwoord “ja,” dan is
het waarmerk geen voldoende kenmerk van het gouden object.
8: De kandidaten kunnen de kritiek van Thomas Reid op Lockes psychologische
criterium voor persoonlijke identiteit weergeven en uitleggen met een voorbeeld.
De kritiek van Thomas Reid op John Locke is dat het criterium van Locke leidt tot een
tegenstrijdigheid (voorbeeld van het jongetje tot generaal op blz. 21)
Reid: “Locke kan in een situatie als in het voorbeeld niet vertellen of het over dezelfde
persoon gaat. Toch zou je wel denken dat het om dezelfde persoon gaat.
Lockes criterium voor persoonlijke identiteit klopt dus niet/ schiet te kort.” Is de generaal nu
wel of niet dezelfde persoon als de jongen? Volgens het criterium van Locke – het
geheugen- dus niet,” aldus Reid.
2
, 9: De kandidaten kunnen overeenkomsten en verschillen tussen het psychologische
criterium voor persoonlijke identiteit van Derek Parfit en Locke weergeven, uitleggen
en toepassen.
Daarbij kunnen zij aangeven welke problemen bij Lockes criterium worden opgelost
door het criterium van Parfit.
Volgens Parfit en Locke zijn de herinneringen een voorwaarde van persoonlijke identiteit
maar bij Locke gaat het alleen over wat je je kan herinneren terwijl het bij Parfit gaat om
psychologische continuïteit. Lockes criterium heeft als probleem: als iemand zich niet meer
alles uit een periode kan herinneren, zal hij ook niet meer dezelfde persoon zijn.
Parfit lost dit op met zijn idee van psychologische continuïteit: de karaktereigenschappen,
verlangens, overtuigingen en intenties (bedoelingen) van de persoon door de tijd heen.
Al kan iemand zich even niet aan een bepaalde periode uit zijn leven herinneren, spreek je
nog wel over dezelfde persoon volgens Parfit.
Parfit is het met Locke eens over dat het geheugen de persoonlijke identiteit weergeeft.
Het gaat Parfit niet om numeriek identiteit van personen, maar om het bestaan van
psychologische continuïteit. Deze is gradueel.
10: De kandidaten kunnen met een gedachte-experiment uitleggen dat je in meer of
mindere mate dezelfde persoon kunt zijn en uitleggen dat vragen naar persoonlijke
identiteit daarom volgens Parfit soms leeg zijn.
Gedachte-experiment blz. 23 Napoleon
Als je meer van je herinneringen “uitzet” in je hoofd, dan ben je in mindere maten jezelf.
Als een chirurg de helft van Jaaps herinneringen in zijn lichaam uitzet en de helft van
Napoleons herinneringen aanzet, dan is de persoon “half/half”. Half zichzelf en half
Napoleon (als je alleen let op de herinneringen natuurlijk.) En als de herinneringen van
Napoleon weg worden gehaald dan is Jaap weer in meerdere maten Jaap. Er is geen
moment waarop Jaap verandert in Napoleon, wanneer er gevraagd wordt wanneer Jaap
verandert in Napoleon, is dat een lege vraag omdat dat moment niet aan te wijzen is. (Net
als de vraag wanneer wordt een verzameling van steeds meer zandkorreltjes “een berg
zandkorrels.”
11: De kandidaten kunnen de kritiek van Paul Ricoeur op Parfits theorie over
persoonlijke identiteit weergeven en uitleggen. Daarbij kunnen zij de
onderscheidingen tussen ipse-identiteit en idem-identiteit, tussen een huidig en
toekomstig perspectief en tussen een eerste- en derde persoonsperspectief
toepassen.
Idem-identiteit: Is te zien vanuit het derde-persoons perspectief. Hierbij vinden Locke en
Parfit dat het gaat om het geheugen en dat je daarbij dezelfde persoon bent als je het je kan
herinneren of van buitenaf gezien dezelfde persoon bent. (Hierbij maak je onderscheid)
idem-identiteit gaat over de continuïteit van dat wat hetzelfde blijft door de tijd heen.
Ipse-identiteit: Is te zien vanuit het eerste-persoons perspectief, daarbij gaat het om hoe
iemand zich tot zichzelf verhoudt en stuurt. Het heeft betrekking op het ‘wie’: het zelf dat zich
door de tijd geen tijd zichzelf verhoudt.
Aanvulling: Parfit richt zich op wat aan `een persoon´ hetzelfde blijft door de tijd heen: de
overlappende psychologische toestanden. Het gaat hem om de psychologische toestanden
op zichzelf, niet om een persoon die –van binnenuit– van alles ervaart. (1e
persoonsperspectief.) Paul Ricoeur beweert dat er een idem-identiteit is: wat blijft er door
3