Informatie management
Hoofdstuk 1 Informatie systemen
Wat is informatie management?
Het verzamelen, verwerken, opslaan en rapporteren van gegevens zodat je daar informatie
uit kunt halen.
Trends:
-Globalisering grenzen vervagen
-Grotere vliegtuigen
-Non-stop vluchten
-Groter wordende concurrentie tussen reisorganisaties, airlines etc.
Verschil tussen gegevens en informatie:
Gegevens= data, vastgelegde feiten (naakte feiten)
Informatie= gegevens waar betekenis aan is gegeven
Gegevens worden pas informatie wanneer ze een betekenis krijgen
EFT= Electronic Funds Transfer= netwerksysteem die middelen tussen banken overdraagt
IS= Information System= zakelijke toepassingen van de computer
IS gaat niet alleen over informatie, maar ook over:
-processen van zakelijke transacties
-het is een bron van management informatie
Management informatie komt uit de gegevens die zijn verzameld door de Transaction
Processing functie van IS (Information System)
De opbouw (anatomie) van IS:
-Data Capture gegevens verkrijgen en vastleggen
-Processing verwerken van gegevens
-Data Storage opslag van gegevens
-Transaction output betaling
-Management information analyseren
-Information Technology gebruik van computers en servers
-Mensen IS/IT specialisten
Voorbeelden van organisaties met IS:
-Verzekeringsmaatschappij administratie, verwerking
-Productiebedrijf MRP (materials requirement planning), controle
-Ziekenhuis dossiers, resultaten, rekeningen
-Openbaar vervoer OV-kaart, reisinformatie bus en trein
-Universiteiten registratie, administratie
IT= Information Technology= ondersteuning van de IS (Informatie Systemen)
Zoals: computers, IS/IT specialisten en medewerkers, mobiele IT, kassa’s, mobiele apps
,Het verschil tussen kant-en-klare systemen (off the shelve systems) en maatwerk (custom
fit)?
EPOS= een informatiesysteem, Electronic Point of Sale.
Wordt vooral gebruikt als informatiesysteem in supermarkten.
Dit systeem kan onder andere het volgende:
-het product identificeren via barcode
-het product matchen met productinformatie
-herbevoorradingsproces: het voorraadsysteem en aanvulsysteem op de hoogte houden
-verkoopanalyse: contant geld opnemen, proces van pinbetalingen
-klantenkaart analyse: loyaliteitskaart gegevens verwerken
Wat zijn bricks-and-clicks?
Een businessmodel waarbij er zowel in de winkel (=bricks) als online (=clicks) verkocht
wordt
Wat is het verschil tussen e-shop en echte winkel?
=de manier van betaling (bij een webshop betaal je eerst, en wordt dan pas je order
verwerkt)
E-shop= bricks-and-clicks, een alternatief voor winkelen
Wat de e-shop nodig heeft:
-klantregistratie/aanmelden van de klant
-product-database
-winkelwagen software
-beveiligd online betalingen
-bezorgmomenten reserveringssysteem
E-shop backoffice bepaalt het volgende:
-picking lijsten
-pakbonnen en levertijden
-voorraadbeheer
Regionaal warenhuis bevoorraden de supermarkten op just-in-time basis.
De supermarkt houdt zelf erg kleine (tot geen) voorraad aan, de goederen worden geleverd
op het moment dat het nodig is. De supermarkt heeft net genoeg voorraad om de schappen
vol te houden.
-De regionale warenhuizen hebben zelf ook een erg geringe voorraad, zij krijgen de voorraad
ook op een just-in-time basis (op dezelfde dag) van de fabrikant.
Supply Chain netwerk van organisaties die goederen levert aan de handelaar
EPOS controleert het voorraadbeheer en replenishment.
Replenishment= aanvulling, bevoorrading, bestellen van nieuwe voorraad.
Doel klantenkaart= binding met de klant
De klantenkaart is ingeschakeld door IT infrastructuur (van bijv. een supermarkt)
-registreert de aankopen van de klant
, -berekent de opgebouwde punten van de klant (zoals airmiles)
Het voordeel voor de klant: aanbiedingen, punten sparen, kortingen
Het voordeel voor de winkel: details van elke aankopen opgeslagen in database
Data mining: verzamelen van gegevens, het analyseren van het winkelgedrag van de
consument. Dit wordt opgeslagen en hierop wordt marketing en merchandising gebaseerd.
Bijv. Google houdt bij hoe vaak iets wordt opgezocht in de zoekmachine
Hoofdstuk 2 Informatie Systemen in een zakelijke omgeving
De basisfunctie van een bedrijf noemen we in zakelijke termen hun ‘operation’, bijvoorbeeld:
-Een luchtvaartmaatschappij biedt vluchten
-Een bank bewaakt geld van klanten
-Een supermarkt verkoopt boodschappen
Basisfunctie= Operation
De operation van een organisatie vereist:
-Inkomende logistiek bevoorrading
-Uitgaande logistiek verzending of verkoop
-Service bijv. aftersales
Daarnaast zijn er ook ondersteunende functies die bij een organisatie vereist zijn:
-Strategisch Management en Planning
-Finance and Accounting
-Human Resources
-Innovatie (planning van toekomstige producten en diensten)
Conclusie: (Gebaseerd op Porter’s Generic Supply Chain Model)
Primair proces= basis= operations, inkomende logistiek, uitgaande logistiek, service
Secundair proces= ondersteunend= infrastructuur (kantoor, terrein, personeel), HRM, FA,
marketing, innovation, information systems.
Het model van Porter laat activiteiten zien die een bedrijf moet ondernemen, en splitst ze
vervolgens op in primaire en secundaire activiteiten.
Brutowinst= marge= het verschil tussen de kostprijs van de activiteiten van de onderneming
en de waarde van de output van de onderneming.
Needle’s Business in Context Model vertegenwoordigt een organisatie in 4 niveau’s:
-Activiteit niveau operations en ondersteunende functies
-Structureel niveau eigendom, omvang, cultuur en doelen
-Organisatorisch niveau strategie en management
-Omgeving niveau economie en samenleving
ieder niveau staat in verband met elkaar en beïnvloedt buitenste ringen.
Het IS/IT Business Model Whiteley:
IS/IT operations ondersteunde functies management omgeving
IS/IT Operations Ondersteunende functies management omgeving
g
Hoofdstuk 1 Informatie systemen
Wat is informatie management?
Het verzamelen, verwerken, opslaan en rapporteren van gegevens zodat je daar informatie
uit kunt halen.
Trends:
-Globalisering grenzen vervagen
-Grotere vliegtuigen
-Non-stop vluchten
-Groter wordende concurrentie tussen reisorganisaties, airlines etc.
Verschil tussen gegevens en informatie:
Gegevens= data, vastgelegde feiten (naakte feiten)
Informatie= gegevens waar betekenis aan is gegeven
Gegevens worden pas informatie wanneer ze een betekenis krijgen
EFT= Electronic Funds Transfer= netwerksysteem die middelen tussen banken overdraagt
IS= Information System= zakelijke toepassingen van de computer
IS gaat niet alleen over informatie, maar ook over:
-processen van zakelijke transacties
-het is een bron van management informatie
Management informatie komt uit de gegevens die zijn verzameld door de Transaction
Processing functie van IS (Information System)
De opbouw (anatomie) van IS:
-Data Capture gegevens verkrijgen en vastleggen
-Processing verwerken van gegevens
-Data Storage opslag van gegevens
-Transaction output betaling
-Management information analyseren
-Information Technology gebruik van computers en servers
-Mensen IS/IT specialisten
Voorbeelden van organisaties met IS:
-Verzekeringsmaatschappij administratie, verwerking
-Productiebedrijf MRP (materials requirement planning), controle
-Ziekenhuis dossiers, resultaten, rekeningen
-Openbaar vervoer OV-kaart, reisinformatie bus en trein
-Universiteiten registratie, administratie
IT= Information Technology= ondersteuning van de IS (Informatie Systemen)
Zoals: computers, IS/IT specialisten en medewerkers, mobiele IT, kassa’s, mobiele apps
,Het verschil tussen kant-en-klare systemen (off the shelve systems) en maatwerk (custom
fit)?
EPOS= een informatiesysteem, Electronic Point of Sale.
Wordt vooral gebruikt als informatiesysteem in supermarkten.
Dit systeem kan onder andere het volgende:
-het product identificeren via barcode
-het product matchen met productinformatie
-herbevoorradingsproces: het voorraadsysteem en aanvulsysteem op de hoogte houden
-verkoopanalyse: contant geld opnemen, proces van pinbetalingen
-klantenkaart analyse: loyaliteitskaart gegevens verwerken
Wat zijn bricks-and-clicks?
Een businessmodel waarbij er zowel in de winkel (=bricks) als online (=clicks) verkocht
wordt
Wat is het verschil tussen e-shop en echte winkel?
=de manier van betaling (bij een webshop betaal je eerst, en wordt dan pas je order
verwerkt)
E-shop= bricks-and-clicks, een alternatief voor winkelen
Wat de e-shop nodig heeft:
-klantregistratie/aanmelden van de klant
-product-database
-winkelwagen software
-beveiligd online betalingen
-bezorgmomenten reserveringssysteem
E-shop backoffice bepaalt het volgende:
-picking lijsten
-pakbonnen en levertijden
-voorraadbeheer
Regionaal warenhuis bevoorraden de supermarkten op just-in-time basis.
De supermarkt houdt zelf erg kleine (tot geen) voorraad aan, de goederen worden geleverd
op het moment dat het nodig is. De supermarkt heeft net genoeg voorraad om de schappen
vol te houden.
-De regionale warenhuizen hebben zelf ook een erg geringe voorraad, zij krijgen de voorraad
ook op een just-in-time basis (op dezelfde dag) van de fabrikant.
Supply Chain netwerk van organisaties die goederen levert aan de handelaar
EPOS controleert het voorraadbeheer en replenishment.
Replenishment= aanvulling, bevoorrading, bestellen van nieuwe voorraad.
Doel klantenkaart= binding met de klant
De klantenkaart is ingeschakeld door IT infrastructuur (van bijv. een supermarkt)
-registreert de aankopen van de klant
, -berekent de opgebouwde punten van de klant (zoals airmiles)
Het voordeel voor de klant: aanbiedingen, punten sparen, kortingen
Het voordeel voor de winkel: details van elke aankopen opgeslagen in database
Data mining: verzamelen van gegevens, het analyseren van het winkelgedrag van de
consument. Dit wordt opgeslagen en hierop wordt marketing en merchandising gebaseerd.
Bijv. Google houdt bij hoe vaak iets wordt opgezocht in de zoekmachine
Hoofdstuk 2 Informatie Systemen in een zakelijke omgeving
De basisfunctie van een bedrijf noemen we in zakelijke termen hun ‘operation’, bijvoorbeeld:
-Een luchtvaartmaatschappij biedt vluchten
-Een bank bewaakt geld van klanten
-Een supermarkt verkoopt boodschappen
Basisfunctie= Operation
De operation van een organisatie vereist:
-Inkomende logistiek bevoorrading
-Uitgaande logistiek verzending of verkoop
-Service bijv. aftersales
Daarnaast zijn er ook ondersteunende functies die bij een organisatie vereist zijn:
-Strategisch Management en Planning
-Finance and Accounting
-Human Resources
-Innovatie (planning van toekomstige producten en diensten)
Conclusie: (Gebaseerd op Porter’s Generic Supply Chain Model)
Primair proces= basis= operations, inkomende logistiek, uitgaande logistiek, service
Secundair proces= ondersteunend= infrastructuur (kantoor, terrein, personeel), HRM, FA,
marketing, innovation, information systems.
Het model van Porter laat activiteiten zien die een bedrijf moet ondernemen, en splitst ze
vervolgens op in primaire en secundaire activiteiten.
Brutowinst= marge= het verschil tussen de kostprijs van de activiteiten van de onderneming
en de waarde van de output van de onderneming.
Needle’s Business in Context Model vertegenwoordigt een organisatie in 4 niveau’s:
-Activiteit niveau operations en ondersteunende functies
-Structureel niveau eigendom, omvang, cultuur en doelen
-Organisatorisch niveau strategie en management
-Omgeving niveau economie en samenleving
ieder niveau staat in verband met elkaar en beïnvloedt buitenste ringen.
Het IS/IT Business Model Whiteley:
IS/IT operations ondersteunde functies management omgeving
IS/IT Operations Ondersteunende functies management omgeving
g