New Business Creation
Kennistoets (individueel)
Inhoud tentamen
-Sheets lessen
-Syllabus/artikelen
-Behandelde lesstof tijdens de lessen
Opzet tentamen
- Open vragen
- Vragen gericht op kennis, begrip en toepassing
Inhoud tentamen
• Sheets lessen
• Syllabus
• Behandelde lesstof tijdens de lessen
Leren:
-Business Model Canvas
-Waardepropositie Canvas
-Lean Canvas
-Ondernemers stromingen
, Misschien handig om 1x te bekijken (afspeelsnelheid
BMC (Business Model Canvas) 1,25)
Van Alex Osterwalder
https://www.youtube.com/watch?
v=iTeG9A35geI&frags=pl%2Cwn
HOE:
-Key partners – Belangrijkste partners
-Key activities – Belangrijkste activiteiten om het businessmodel te laten werken.
-Key recourses – Belangrijkste hulpbronnen zoals apparatuur, patent of merk en personeel.
WAT:
-Value proposition – Waardepropositie, toegevoegde waarde aan de klant
AAN WIE:
-Customor relationships – Op welke manier je in contact staat met klanten, welke relatie heb je met
de klant? Maak een onderscheid tussen wensen van klanten (afnemers die groot inkopen of een
particulier die één product bestelt).
-Channels – (verkoop)kanalen, op welke manier bereik je jouw klant en lever je?
-Customer segments – Je specifieke doelgroep, aan wie lever je je toegevoegde waarde?
Segmenteren = kijken wat je doelgroep is.
FINANCIEEL:
-Cost structure – Kostenstructuur, welke kosten zijn vast/variabel?
-Revenue streams – Inkomsten
Kennistoets (individueel)
Inhoud tentamen
-Sheets lessen
-Syllabus/artikelen
-Behandelde lesstof tijdens de lessen
Opzet tentamen
- Open vragen
- Vragen gericht op kennis, begrip en toepassing
Inhoud tentamen
• Sheets lessen
• Syllabus
• Behandelde lesstof tijdens de lessen
Leren:
-Business Model Canvas
-Waardepropositie Canvas
-Lean Canvas
-Ondernemers stromingen
, Misschien handig om 1x te bekijken (afspeelsnelheid
BMC (Business Model Canvas) 1,25)
Van Alex Osterwalder
https://www.youtube.com/watch?
v=iTeG9A35geI&frags=pl%2Cwn
HOE:
-Key partners – Belangrijkste partners
-Key activities – Belangrijkste activiteiten om het businessmodel te laten werken.
-Key recourses – Belangrijkste hulpbronnen zoals apparatuur, patent of merk en personeel.
WAT:
-Value proposition – Waardepropositie, toegevoegde waarde aan de klant
AAN WIE:
-Customor relationships – Op welke manier je in contact staat met klanten, welke relatie heb je met
de klant? Maak een onderscheid tussen wensen van klanten (afnemers die groot inkopen of een
particulier die één product bestelt).
-Channels – (verkoop)kanalen, op welke manier bereik je jouw klant en lever je?
-Customer segments – Je specifieke doelgroep, aan wie lever je je toegevoegde waarde?
Segmenteren = kijken wat je doelgroep is.
FINANCIEEL:
-Cost structure – Kostenstructuur, welke kosten zijn vast/variabel?
-Revenue streams – Inkomsten