Door: Manon Kooning
30 – 01 – ’21
13.1 – Hormoonklieren
Je lichaam telt verschillende hormoonklieren. Dit zijn organen die in het lichaam organen en
weefsels activeren. Cellen van de klier maken daartoe een stof, een hormoon, en geven die af aan
het bloed. Alleen de cellen met een passende receptor voor dat hormoon reageren.
Hormonen werken dus alleen bij hun doelwitorganen en -weefsels. Hormoonklieren kunnen
processen in meerdere weefsels en organen tegelijk aansturen.
Exocriene klieren: klieren die producten afgeven via lichaamsbuisjes, komen dus in het externe
milieu.
Endocriene klieren: klieren waarvan de producten rechtstreeks afgegeven worden aan het bloed.
Het hormoonstelsel werkt samen met het zenuwstelsel. Dit gebeurt voornamelijk via de hypofyse
(binas 88c). Deze verbindt de twee stelsels met elkaar, prikkelt veel hormoonklieren en activeert
organen. Dit is een centrale hormoonklier en bevindt zich net onder de grote hersenen.
Het zenuwstelsel geeft impulsen (= elektrische schokjes) af die via zenuw(cellen) naar het orgaan
gaan.
Een verschil tussen het zenuwstelsel en hormoonstelsel is dat je met het hormoonstelsel
makkelijker de hoeveelheid kunt regelen. Met het zenuwstelsel kan dit (bijna) niet; een
impuls is er wel of niet.
Hormonen beïnvloeden processen die op de achtergrond plaatsvinden en waar je geen
invloed op hebt. Het zenuwstelsel beïnvloedt bewuste processen die nu moeten
plaatsvinden, je hebt er wel invloed op.
Precies boven de hypofyse bevindt zich de hypothalamus, het onderdeel van de hersenen dat het
endocriene stelsel van je lichaam controleert. Als reactie op informatie uit het lichaam activeren
bepaalde neuronen uit de hypothalamus de voorkwab van de hypofyse door middel van
releasinghormonen (RH’s)
Andere neuronen van de hypothalamus geven inhibiting-hormonen (IH’s), die de productie
van hormonen door de hypofyse remmen.
Weer andere neuronen produceren neurohormonen. Deze hormonen komen in de
hypofyseachterkwab in de bloedbaan.
Onder invloed van het hormoon oestradiol worden chromosomen goed verdeeld tijdens de meiose.
13.2 – Reacties van cellen op hormonen
Zintuigen, zenuwen, hersenen en hormoonklieren werken samen om ervoor te zorgen dat een
organisme onder alle omstandigheden goed kan functioneren. Ze zorgen voor de afstamming en
coördinatie van levensprocessen.
De hypofyse geeft gedurende heel je leven goeihormoon releasing hormoon (GRH/GHRH) af. (Binas
89A en C). Maar na de puberteit verdwijnen de groeischijven en dit betekent het einde van de groei.
Het adrenocorticotroop hormoon (ACTH) komt vrij als reactie op stress.
Er zijn twee soorten hormonen:
1. In vet oplosbaar -> kunnen de cel zonder probleem in omdat ze makkelijk door het
celmembraan kunnen. Dit zijn steroidhormonen (hydrofoob), gemaakt uit cholesterol (binas
67K). Een receptoreiwit bindt vervolgens het hormoon en brengt het naar de kern.
2. Niet in vet oplosbaar -> kunnen de cel niet gemakkelijk in. Moeten zich binden aan een
receptor op het celmembraan.