Overeenkomst en aansprakelijkheid college 1: totstandkoming
overeenkomst
Wat is een verbintenis?
-vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen twee of meer bepaalde personen
waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de ander
verplicht is
! let op: de verplichting is belangrijk -> vorderingsrecht= opeisbaar -> dus is
belangrijk
-behalve de natuurlijke verbintenis: art. zie 6:3 BW
-kale verplichting: geen verbintenis -> tegenover verplichting van de een staat
geen vorderingsrecht van de ander
Hoe ontstaat een verbintenis?
-door de wet (art. 6:1 BW):
- Direct uit de wet: onrechtmatige daad
- Indirect uit de wet: overeenkomst
- Stelsel van de wet: rechtspraak
Totstandkoming overeenkomst
-het aanbod moet bepaalbaar zijn (art. 6:227 BW)
1. Aanvaarding moet aan de aanbieder worden gericht
2. Inhoud moet overeenkomen aan het aanbod, afwijkende aanvaarding ->
nieuw aanbod
3. Aanvaarding kan alleen plaatsvinden op een nog geldig, niet-herroepen
aanbod
Uitnodiging tot onderhandeling
- Niet elk initiatief is een aanbod, vaak gaat het om een uitnodiging tot
onderhandeling of een uitnodiging tot het doen van een aanbod
(onvolledig aanbod)
- Hieraan zijn in beginsel geen rechtsgevolgen verbonden: wederpartij mag
een aanbod doen, maar de ander mag dit afwijzen
Wanneer kan een aanbod worden herroepen (art. 6:219 lid 1 BW)?
- Lid 1: een aanbod kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de
aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het
aanbod volgt
- Lid 2: de herroeping kan slechts geschieden, zolang het aanbod niet
aanvaard is en evenmin een mededeling, houdende de aanvaarding is
verzonden
-overeenkomst komt echter pas tot stand bij ontvangst van de aanvaarding (art.
3:37 lid 3)
! let op: denk aan het verschil met intrekking:
Pagina 1 van 46
, a) Intrekking: verklaring is nog niet ontvangen -> aanbieder stuurt een
sneller bericht om het aanbod “in te halen”
b) Herroeping: verklaring is ontvangen, maar nog niet aanvaard -> aanbieder
trekt aanbod in
Het vrijblijvend aanbod (art. 6:219 BW)
-bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend wordt gedaan, dan kan de
herroeping nog onverwijld (zonder vertraging) na de aanvaarding geschieden
Verval van het aanbod
1. Door tijdsverloop:
- Termijn in het aanbod -> aanbod vervalt na die termijn
- Geen termijn opgenomen -> art. 6:221 lid 1 BW:
Mondeling aanbod vervalt als het niet onmiddellijk wordt
aanvaard
Schriftelijk aanbod vervalt na een redelijke rijd
-communicatiemiddel speelt mee: antwoord per brief kan
volstaan
2. Door verwerping (art. 6:221 lid 2 BW): latere aanvaarding geldt als nieuw
aanbod, tegenaanbod is impliciete verwerping + nieuw aanbod (art. 6:225
lid 1 BW)
3. Door bijzondere omstandigheden: art. 6:222 BW noemt op waardoor een
aanbod niet vervalt
Te late aanvaarding
-werkt in principe niet -> aanbod is vervallen
-uitzonderingen: art. 6:223 BW en art. 3:37 lid 3 + 6:224 BW: als aanvaarding
door fout van aanbieder (of diens medewerkers) te laat aankomt, geldt deze als
tijdig
Rechtshandeling
-art. 3:33 BW: wil + verklaring (art. 3:37 BW)
De wilsvertrouwensleer (art. 3:33 BW)
-voor een geldige rechtshandeling is vereist:
1. Een verklaring (uiterlijk waarneembaar gedrag)
2. Die een op rechtsgevolg gerichte wil tot uitdrukking brengt
Vorm en werking der verklaring (art. 3:37 lid 1 BW)
- Lid 1: verklaring kunnen (tenzij anders bepaald) in iedere vorm geschieden
Stilzwijgende verklaring: verklaringen kunnen besloten liggen in
gedragingen, de betekenis van stilzwijgen wordt bepaald door wat
de wederpartij redelijkerwijs mocht afleiden
De ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW)
-een tot een persoon gerichte verklaring werkt pas wanneer zij die persoon heeft
bereikt
- Verklaringen die niet of te laat aankomen, hebben geen werking
Pagina 2 van 46
, - Het moment van ontvangst bepaalt het moment van totstandkoming van
de rechtshandeling
-risicocorrectie: verklaring geldt tóch als ontvangen als het niet of te laat
aankomen te wijten is aan:
- Handelingen van de geadresseerde zelf
- Personen voor wie hij aansprakelijk is
- Andere omstandigheden die hem betreffen
-moment van werking bij risicocorrectie: art. 6:224 BW -> verklaring geldt als
ontvangen op het moment dat zij zonder de storende omstandigheid wél
ontvangen zou zijn
Intrekking van een verklaring (art. 3:37 lid 5 BW)
-zolang een verklaring de wederpartij nog niet heeft bereikt, kan deze worden
ingetrokken
-voorwaarde: de intrekking moet de wederpartij eerder of gelijktijdig bereiken
met de ingetrokken verklaring
Discrepantie van wil en verklaring
-wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen
- Inhoud van verklaring berust op verspreking
- Inhoud wordt onjuist overgebracht
- Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat
(misverstand)
HR Bunde/ Erckens + criteria
- Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
-als partijen elkaar begrijpen, is er géén discrepantie
- Geestelijke stoornis: alleen de gestoorde kan zich beroepen (art. 3:34 lid 2)
- Overige gevallen (art. 3:33): zowel handelende persoon als wederpartij kan
dit inroepen
-rechtsgevolg: nietige rechtshandeling
! let op: tenzij wederpartij een beroep kan doen op art. 3:35 BW =
gerechtvaardigd vertrouwen
Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
- Wil en verklaring stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar
dat komt door een geestelijke stoornis
- Degene die zich beroep op de stoornis moet dit bewijzen (art. 150 Rv):
a. Bestaan van de geestelijke stoornis (tijdelijk/blijvend)
b. Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
Pagina 3 van 46
, -nadeel dat te voorzien was, indien rechtshandeling nadelig was,
wordt aangenomen dat verklaring onder invloed stoornis tot
stand kwam
-wederpartij kan vermoeden weerleggen door bewijs dat verklaring niet onder
invloed van stoornis is gedaan
-rechtsgevolg: rechtshandeling is vernietigbaar
! let op: tenzij wederpartij een beroep kan doen op art. 3:35 BW =
gerechtvaardigd vertrouwen
Gerechtvaardigd vertrouwen 3:35 BW
-voorwaarden:
1. Schijn gewekt: verklaring/gedraging van de handelende persoon
2. Subjectief vertrouwen van de wederpartij: de wederpartij heeft de
verklaring opgevat als tot haar gericht
3. Objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen (handelen te goeder trouw): de
wederpartij mocht de verklaring in de omstandigheden zo opvatten
Soms is geen beroep op 3:35 BW mogelijk
-dit is het geval wanneer:
- De omstandigheden twijfel wekken: er bestaat een onderzoeksplciht en de
klagende persoon is niet te goeder trouw (art. 3:11 BW)
- De wederpartij wist hoe de situatie werkelijk was
- een beroep op art. 3:35 BW in strijd is met de redelijkheid en billijkheid:
hoe groter het nadeel voor de ander, hoe kritischer de onderzoeksplicht
Geestelijke stoornis +
Geen nadeel tegenover ernstige gevolgen
HR Westhoff/ Spronsen
Vertegenwoordiging
-rechtshandelingen kunnen door partijen zelf worden verricht, maar ook door een
ander in hun naam
(1) Eigenlijke vertegenwoordiging (onmiddellijke vertegenwoordiging)
-de rechtshandeling komt rechtstreeks tot stand tussen de vertegenwoordigde
(achterman) en de wederpartij
-de vertegenwoordiger zelf wordt geen partij bij de overeenkomst
Ontstaan van bevoegdheid
-op grond van rechtshandeling: volmacht
- Algemene volmacht: alle rechtshandelingen (tenzij uitgesloten)
- Bijzondere volmacht: specifiek doel (bv. aankoop auto)
- Kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend
(2) Volmacht
-de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de
gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten (art. 3:60 lid 1
BW)
Pagina 4 van 46
overeenkomst
Wat is een verbintenis?
-vermogensrechtelijke rechtsbetrekking: tussen twee of meer bepaalde personen
waarbij de een tot een bepaalde prestatie is gerechtigd waartoe de ander
verplicht is
! let op: de verplichting is belangrijk -> vorderingsrecht= opeisbaar -> dus is
belangrijk
-behalve de natuurlijke verbintenis: art. zie 6:3 BW
-kale verplichting: geen verbintenis -> tegenover verplichting van de een staat
geen vorderingsrecht van de ander
Hoe ontstaat een verbintenis?
-door de wet (art. 6:1 BW):
- Direct uit de wet: onrechtmatige daad
- Indirect uit de wet: overeenkomst
- Stelsel van de wet: rechtspraak
Totstandkoming overeenkomst
-het aanbod moet bepaalbaar zijn (art. 6:227 BW)
1. Aanvaarding moet aan de aanbieder worden gericht
2. Inhoud moet overeenkomen aan het aanbod, afwijkende aanvaarding ->
nieuw aanbod
3. Aanvaarding kan alleen plaatsvinden op een nog geldig, niet-herroepen
aanbod
Uitnodiging tot onderhandeling
- Niet elk initiatief is een aanbod, vaak gaat het om een uitnodiging tot
onderhandeling of een uitnodiging tot het doen van een aanbod
(onvolledig aanbod)
- Hieraan zijn in beginsel geen rechtsgevolgen verbonden: wederpartij mag
een aanbod doen, maar de ander mag dit afwijzen
Wanneer kan een aanbod worden herroepen (art. 6:219 lid 1 BW)?
- Lid 1: een aanbod kan worden herroepen, tenzij het een termijn voor de
aanvaarding inhoudt of de onherroepelijkheid ervan op andere wijze uit het
aanbod volgt
- Lid 2: de herroeping kan slechts geschieden, zolang het aanbod niet
aanvaard is en evenmin een mededeling, houdende de aanvaarding is
verzonden
-overeenkomst komt echter pas tot stand bij ontvangst van de aanvaarding (art.
3:37 lid 3)
! let op: denk aan het verschil met intrekking:
Pagina 1 van 46
, a) Intrekking: verklaring is nog niet ontvangen -> aanbieder stuurt een
sneller bericht om het aanbod “in te halen”
b) Herroeping: verklaring is ontvangen, maar nog niet aanvaard -> aanbieder
trekt aanbod in
Het vrijblijvend aanbod (art. 6:219 BW)
-bevat het aanbod de mededeling dat het vrijblijvend wordt gedaan, dan kan de
herroeping nog onverwijld (zonder vertraging) na de aanvaarding geschieden
Verval van het aanbod
1. Door tijdsverloop:
- Termijn in het aanbod -> aanbod vervalt na die termijn
- Geen termijn opgenomen -> art. 6:221 lid 1 BW:
Mondeling aanbod vervalt als het niet onmiddellijk wordt
aanvaard
Schriftelijk aanbod vervalt na een redelijke rijd
-communicatiemiddel speelt mee: antwoord per brief kan
volstaan
2. Door verwerping (art. 6:221 lid 2 BW): latere aanvaarding geldt als nieuw
aanbod, tegenaanbod is impliciete verwerping + nieuw aanbod (art. 6:225
lid 1 BW)
3. Door bijzondere omstandigheden: art. 6:222 BW noemt op waardoor een
aanbod niet vervalt
Te late aanvaarding
-werkt in principe niet -> aanbod is vervallen
-uitzonderingen: art. 6:223 BW en art. 3:37 lid 3 + 6:224 BW: als aanvaarding
door fout van aanbieder (of diens medewerkers) te laat aankomt, geldt deze als
tijdig
Rechtshandeling
-art. 3:33 BW: wil + verklaring (art. 3:37 BW)
De wilsvertrouwensleer (art. 3:33 BW)
-voor een geldige rechtshandeling is vereist:
1. Een verklaring (uiterlijk waarneembaar gedrag)
2. Die een op rechtsgevolg gerichte wil tot uitdrukking brengt
Vorm en werking der verklaring (art. 3:37 lid 1 BW)
- Lid 1: verklaring kunnen (tenzij anders bepaald) in iedere vorm geschieden
Stilzwijgende verklaring: verklaringen kunnen besloten liggen in
gedragingen, de betekenis van stilzwijgen wordt bepaald door wat
de wederpartij redelijkerwijs mocht afleiden
De ontvangsttheorie (art. 3:37 lid 3 BW)
-een tot een persoon gerichte verklaring werkt pas wanneer zij die persoon heeft
bereikt
- Verklaringen die niet of te laat aankomen, hebben geen werking
Pagina 2 van 46
, - Het moment van ontvangst bepaalt het moment van totstandkoming van
de rechtshandeling
-risicocorrectie: verklaring geldt tóch als ontvangen als het niet of te laat
aankomen te wijten is aan:
- Handelingen van de geadresseerde zelf
- Personen voor wie hij aansprakelijk is
- Andere omstandigheden die hem betreffen
-moment van werking bij risicocorrectie: art. 6:224 BW -> verklaring geldt als
ontvangen op het moment dat zij zonder de storende omstandigheid wél
ontvangen zou zijn
Intrekking van een verklaring (art. 3:37 lid 5 BW)
-zolang een verklaring de wederpartij nog niet heeft bereikt, kan deze worden
ingetrokken
-voorwaarde: de intrekking moet de wederpartij eerder of gelijktijdig bereiken
met de ingetrokken verklaring
Discrepantie van wil en verklaring
-wil en verklaring stemmen niet met elkaar overeen
- Inhoud van verklaring berust op verspreking
- Inhoud wordt onjuist overgebracht
- Inhoud van de verklaring wordt door partijen verschillend opgevat
(misverstand)
HR Bunde/ Erckens + criteria
- Verklaring richt zich op een verkeerd persoon (afdwaling)
-als partijen elkaar begrijpen, is er géén discrepantie
- Geestelijke stoornis: alleen de gestoorde kan zich beroepen (art. 3:34 lid 2)
- Overige gevallen (art. 3:33): zowel handelende persoon als wederpartij kan
dit inroepen
-rechtsgevolg: nietige rechtshandeling
! let op: tenzij wederpartij een beroep kan doen op art. 3:35 BW =
gerechtvaardigd vertrouwen
Geestelijke stoornis (art. 3:34 BW)
- Wil en verklaring stemmen op het moment van sluiten wel overeen maar
dat komt door een geestelijke stoornis
- Degene die zich beroep op de stoornis moet dit bewijzen (art. 150 Rv):
a. Bestaan van de geestelijke stoornis (tijdelijk/blijvend)
b. Verband tussen de stoornis en de verklaring
Stoornis belette een redelijke waardering van de belangen of
De verklaring is onder invloed van de stoornis gedaan
Pagina 3 van 46
, -nadeel dat te voorzien was, indien rechtshandeling nadelig was,
wordt aangenomen dat verklaring onder invloed stoornis tot
stand kwam
-wederpartij kan vermoeden weerleggen door bewijs dat verklaring niet onder
invloed van stoornis is gedaan
-rechtsgevolg: rechtshandeling is vernietigbaar
! let op: tenzij wederpartij een beroep kan doen op art. 3:35 BW =
gerechtvaardigd vertrouwen
Gerechtvaardigd vertrouwen 3:35 BW
-voorwaarden:
1. Schijn gewekt: verklaring/gedraging van de handelende persoon
2. Subjectief vertrouwen van de wederpartij: de wederpartij heeft de
verklaring opgevat als tot haar gericht
3. Objectief (gerechtvaardigd) vertrouwen (handelen te goeder trouw): de
wederpartij mocht de verklaring in de omstandigheden zo opvatten
Soms is geen beroep op 3:35 BW mogelijk
-dit is het geval wanneer:
- De omstandigheden twijfel wekken: er bestaat een onderzoeksplciht en de
klagende persoon is niet te goeder trouw (art. 3:11 BW)
- De wederpartij wist hoe de situatie werkelijk was
- een beroep op art. 3:35 BW in strijd is met de redelijkheid en billijkheid:
hoe groter het nadeel voor de ander, hoe kritischer de onderzoeksplicht
Geestelijke stoornis +
Geen nadeel tegenover ernstige gevolgen
HR Westhoff/ Spronsen
Vertegenwoordiging
-rechtshandelingen kunnen door partijen zelf worden verricht, maar ook door een
ander in hun naam
(1) Eigenlijke vertegenwoordiging (onmiddellijke vertegenwoordiging)
-de rechtshandeling komt rechtstreeks tot stand tussen de vertegenwoordigde
(achterman) en de wederpartij
-de vertegenwoordiger zelf wordt geen partij bij de overeenkomst
Ontstaan van bevoegdheid
-op grond van rechtshandeling: volmacht
- Algemene volmacht: alle rechtshandelingen (tenzij uitgesloten)
- Bijzondere volmacht: specifiek doel (bv. aankoop auto)
- Kan uitdrukkelijk of stilzwijgend worden verleend
(2) Volmacht
-de bevoegdheid die een volmachtgever verleent aan een ander, de
gevolmachtigde, om in zijn naam rechtshandelingen te verrichten (art. 3:60 lid 1
BW)
Pagina 4 van 46