Formeel strafrecht week 1, les 1: het formeel strafrecht
De afdelingen van het
strafrecht
1. Materieel strafrecht
2. Formeel strafrecht
3. Bijzonder strafrecht
4. Penitentiair strafrecht
5. Internationaal strafrecht
Algemeen strafrecht
-te vinden in Sv en Sr
àalles wat hier niet in te vinden is: bijzonder strafrecht
VB: Opiumwet, wegenverkeerswet, wet wapens en munitie
Formeel strafrecht
-strafprocesregels, geeft aan welke procedure moeten worden gevolgd wanneer
iemand ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd
wanneer mag je iemand aanhouden?
wanneer is iemand een verdachte?
naar welke rechter moet ik?
Inquisitoire procesvorm
-er vindt ambtshalve onderzoek plaats dat is gericht op het vaststellen van de
waarheid waarin de verdachte voorwerp is van het onderzoek
-de strafrechter is actief en ondervraagt zelf getuigen en doet zelf onderzoek
VB: zoals het vooronderzoek
Accusatoire procesvorm
-het proces is geconstrueerd als een procedure tussen twee gelijkwaardige
partijen
à de partijen zijn zelf verantwoordelijk voor het aanbrengen van bewijsmateriaal
-de rechter kijkt erop toe dat de procedure eerlijk verloopt
VB: zoals het onderzoek ter terechtzitting
Equality of arms
-de OvJ en de verdediging staan op gelijke voet en vechten met gelijke wapens
Adversarial proceedings
-de verdediging moet in het strafproces de gelegenheid hebben om zelf bewijs in
te brengen en commentaar te leveren op het materiaal dat van invloed kan zijn
op de beslissing van de rechter
Opportuniteitsbeginsel (art. 167 en 242 Sv)
-het OM heeft een dominus litis, een vervolgingsmonopolie
-zij bepaalt of tot vervolging van een strafbaar feit wordt overgegaan
-om de scherpte van het legaliteitsbeginsel te ontnemen, en af en toe een billijke
beslissing te nemen
2
,Het weren van onbenullige feiten en zaken
-het OM betichten van willekeur een zwaar verwijt is waarvoor zeer zware
motiveringseisen gelden
-wil de rechter toch een uitzonderlijk geval aannemen, dan moet aandacht
worden besteed aan het belang van het OM om toch te vervolgen
Het legaliteitsbeginsel, art. 1 Sv
-het beschermt de burger tegen inbreuken op fundamentele rechten door de
overheid
-strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien
à formeel strafrecht, strafprocesrecht
à een wet in formele zin
àduidelijkheid creëren voor mensen, wanneer kan iemand aangehouden worden?
-Strafvordering mag alleen plaatsvinden in een wet in formele zin, bijv. niet bij
een APV
Belangrijke beginselen
opportuniteitsbeginsel
onschuldpresumptie: er wordt vanuit gegaan dat jij als verdachte
onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen, de rechter mag een proces
niet ingaan met de veronderstelling dat de verdachte het gedaan heeft
(art. 6 lid 2 EVRM voor de waarden en eisen hiervan)
beginselen van behoorlijke strafrechtspleging
vertrouwensbeginsel: gebonden aan een belofte van de juiste
persoon
zuiverheid van oogmerk (détournement de pouvoir): verbod van
misbruik van bevoegdheden, het OM gebruikt bijv. zijn
bevoegdheden voor een ander doel dan waarvoor zij zijn bedoeld
zorgvuldigheidsbeginsel: op basis van een compleet beeld moet je
als OvJ een besluit nemen
verbod van willekeur (gelijkheidsbeginsel): gelijke situaties worden
gelijk behandeld
Strafvordering/ inbreuken op grondrechten
à art. 1 Sv, dus specifieke wettelijke basis
Geen of slechts beperkte inbreuk
à art. 3 Pw
VB: het maken van foto’s van een persoon op de openbare weg of het plaatsen
van peilbalken onder een voertuig
Nemo-teneturbeginsel
-niemand behoeft actief mee te werken aan zijn eigen veroordeling en niemand
kan hier tot verplicht of gedwongen worden
-tot de veroordeling wordt je voor onschuldig gehouden
Hier liggen drie zaken ten grondslag
1. Het pressieverbod
2. De procesautonomie van de verdachte
2
, 3. De betrouwbaarheid van het bewijs
Formeel strafrecht week 1, les 2: rechterlijke beslissingsmodel
Rechterlijke beslissingsmodel: de formele vragen (art. 348 en 349 Sv)
1. is de dagvaarding geldig art. 261 Sv
-ja, vraag 2
-nee, nietigheid der dagvaarding (349 Sv)
2. is de rechter bevoegd? sheet 4 en 5
-ja, vraag 3
-nee, onbevoegdheid van de rechter (349 Sv)
3. is het OM ontvankelijk in zijn vervolging? sheet 7
-ja, vraag 4
-nee, niet ontvankelijkheid OM (349 Sv)
4. moet de vervolging geschorst worden?
-ja, schorsing der vervolging (349 Sv)
-nee, vraag 1 materiële vragen
-als bij een van de punten iets mis gaat, kan de procedure opnieuw beginnen
1. Geldigheid van de dagvaarding, art. 261 lid 1 en lid 2 Sv
-in de tenlastelegging (tll) moet vermeld staan:
datum
plaats
omschrijving van het feit
opgave van het feit
-als één van deze punten mist, is de dagvaarding nietig
MAAR: als het wettelijk voorschrift er niet in staat is dit geen probleem
VB: stel er staat in de dagvaarding: hij op of omstreeks 11 november 2024 te
Nijmegen opzettelijk van het leven heeft beroofd. Jack de Groot door deze 4
maal, althans meerder malen, in de hartstreek te steken met eens mes; art. 287
Sr.
Foute datum tll geldige dagvaarding
Geen datum tll nietige dagvaarding
2. Absolute competentie
kantonrechter: art. 382 Sv, gaat over overtredingen en één misdrijf; 314 Sr
politierechter: art. 368 Sv, gaat over eenvoudige misdrijven, waarbij de eis
van de OvJ niet meer dan 1 jaar gevangenisstraf bedraagt
meervoudige kamer: art. 268 Sv, gaat over misdrijven die niet door de
politierechter kunnen worden afgedaan
2. Relatieve competentie, art. 2 Sv
pleegplaats
woonplaats verdachte
2
De afdelingen van het
strafrecht
1. Materieel strafrecht
2. Formeel strafrecht
3. Bijzonder strafrecht
4. Penitentiair strafrecht
5. Internationaal strafrecht
Algemeen strafrecht
-te vinden in Sv en Sr
àalles wat hier niet in te vinden is: bijzonder strafrecht
VB: Opiumwet, wegenverkeerswet, wet wapens en munitie
Formeel strafrecht
-strafprocesregels, geeft aan welke procedure moeten worden gevolgd wanneer
iemand ervan wordt verdacht een strafbaar feit te hebben gepleegd
wanneer mag je iemand aanhouden?
wanneer is iemand een verdachte?
naar welke rechter moet ik?
Inquisitoire procesvorm
-er vindt ambtshalve onderzoek plaats dat is gericht op het vaststellen van de
waarheid waarin de verdachte voorwerp is van het onderzoek
-de strafrechter is actief en ondervraagt zelf getuigen en doet zelf onderzoek
VB: zoals het vooronderzoek
Accusatoire procesvorm
-het proces is geconstrueerd als een procedure tussen twee gelijkwaardige
partijen
à de partijen zijn zelf verantwoordelijk voor het aanbrengen van bewijsmateriaal
-de rechter kijkt erop toe dat de procedure eerlijk verloopt
VB: zoals het onderzoek ter terechtzitting
Equality of arms
-de OvJ en de verdediging staan op gelijke voet en vechten met gelijke wapens
Adversarial proceedings
-de verdediging moet in het strafproces de gelegenheid hebben om zelf bewijs in
te brengen en commentaar te leveren op het materiaal dat van invloed kan zijn
op de beslissing van de rechter
Opportuniteitsbeginsel (art. 167 en 242 Sv)
-het OM heeft een dominus litis, een vervolgingsmonopolie
-zij bepaalt of tot vervolging van een strafbaar feit wordt overgegaan
-om de scherpte van het legaliteitsbeginsel te ontnemen, en af en toe een billijke
beslissing te nemen
2
,Het weren van onbenullige feiten en zaken
-het OM betichten van willekeur een zwaar verwijt is waarvoor zeer zware
motiveringseisen gelden
-wil de rechter toch een uitzonderlijk geval aannemen, dan moet aandacht
worden besteed aan het belang van het OM om toch te vervolgen
Het legaliteitsbeginsel, art. 1 Sv
-het beschermt de burger tegen inbreuken op fundamentele rechten door de
overheid
-strafvordering heeft alleen plaats op de wijze bij de wet voorzien
à formeel strafrecht, strafprocesrecht
à een wet in formele zin
àduidelijkheid creëren voor mensen, wanneer kan iemand aangehouden worden?
-Strafvordering mag alleen plaatsvinden in een wet in formele zin, bijv. niet bij
een APV
Belangrijke beginselen
opportuniteitsbeginsel
onschuldpresumptie: er wordt vanuit gegaan dat jij als verdachte
onschuldig bent tot het tegendeel is bewezen, de rechter mag een proces
niet ingaan met de veronderstelling dat de verdachte het gedaan heeft
(art. 6 lid 2 EVRM voor de waarden en eisen hiervan)
beginselen van behoorlijke strafrechtspleging
vertrouwensbeginsel: gebonden aan een belofte van de juiste
persoon
zuiverheid van oogmerk (détournement de pouvoir): verbod van
misbruik van bevoegdheden, het OM gebruikt bijv. zijn
bevoegdheden voor een ander doel dan waarvoor zij zijn bedoeld
zorgvuldigheidsbeginsel: op basis van een compleet beeld moet je
als OvJ een besluit nemen
verbod van willekeur (gelijkheidsbeginsel): gelijke situaties worden
gelijk behandeld
Strafvordering/ inbreuken op grondrechten
à art. 1 Sv, dus specifieke wettelijke basis
Geen of slechts beperkte inbreuk
à art. 3 Pw
VB: het maken van foto’s van een persoon op de openbare weg of het plaatsen
van peilbalken onder een voertuig
Nemo-teneturbeginsel
-niemand behoeft actief mee te werken aan zijn eigen veroordeling en niemand
kan hier tot verplicht of gedwongen worden
-tot de veroordeling wordt je voor onschuldig gehouden
Hier liggen drie zaken ten grondslag
1. Het pressieverbod
2. De procesautonomie van de verdachte
2
, 3. De betrouwbaarheid van het bewijs
Formeel strafrecht week 1, les 2: rechterlijke beslissingsmodel
Rechterlijke beslissingsmodel: de formele vragen (art. 348 en 349 Sv)
1. is de dagvaarding geldig art. 261 Sv
-ja, vraag 2
-nee, nietigheid der dagvaarding (349 Sv)
2. is de rechter bevoegd? sheet 4 en 5
-ja, vraag 3
-nee, onbevoegdheid van de rechter (349 Sv)
3. is het OM ontvankelijk in zijn vervolging? sheet 7
-ja, vraag 4
-nee, niet ontvankelijkheid OM (349 Sv)
4. moet de vervolging geschorst worden?
-ja, schorsing der vervolging (349 Sv)
-nee, vraag 1 materiële vragen
-als bij een van de punten iets mis gaat, kan de procedure opnieuw beginnen
1. Geldigheid van de dagvaarding, art. 261 lid 1 en lid 2 Sv
-in de tenlastelegging (tll) moet vermeld staan:
datum
plaats
omschrijving van het feit
opgave van het feit
-als één van deze punten mist, is de dagvaarding nietig
MAAR: als het wettelijk voorschrift er niet in staat is dit geen probleem
VB: stel er staat in de dagvaarding: hij op of omstreeks 11 november 2024 te
Nijmegen opzettelijk van het leven heeft beroofd. Jack de Groot door deze 4
maal, althans meerder malen, in de hartstreek te steken met eens mes; art. 287
Sr.
Foute datum tll geldige dagvaarding
Geen datum tll nietige dagvaarding
2. Absolute competentie
kantonrechter: art. 382 Sv, gaat over overtredingen en één misdrijf; 314 Sr
politierechter: art. 368 Sv, gaat over eenvoudige misdrijven, waarbij de eis
van de OvJ niet meer dan 1 jaar gevangenisstraf bedraagt
meervoudige kamer: art. 268 Sv, gaat over misdrijven die niet door de
politierechter kunnen worden afgedaan
2. Relatieve competentie, art. 2 Sv
pleegplaats
woonplaats verdachte
2