Oefentoets MV Recht
1. Het burgerlijk recht valt onder het publieksrecht
2. Rechtszekerheid en handhaving zijn belangrijke kenmerken van het recht
3. Het strafrechtproces wordt ook wel formeel recht genoemd
4. Regels voor het sturen van de overheid zijn vast gelegd in het privaatrecht
5. Proportionaliteit: een middel staat in verhouding tot het doel waarvoor het gebruikt
wordt
6. Strafbare feiten vind je alleen in het wetboek van strafrecht
7. Een feit is strafbaar als alle andere bestandsdelen uit de delictsomschrijving zijn bewezen
8. Om de verdachte in verzekering te kunnen stellen, is tussenkomst van de rechter vereist
9. Het strafproces sluit af met de fase van het onderzoek ter terechtzitting
10. De dagvaarding bepaalt de omvang van de strafzaak
11. Bij een aanhouding wordt de verdachte opgehouden voor onderzoek
12. Voor voorlopige hechtenis is vereist dat er een redelijk vermoeden van schuld is
13. Na 90 dagen gevangenhouding moet de zaak bij de rechter ter terechtzitting worden
gebracht
14. De rechter heeft de bevoegdheid een zaak te seponeren
15. De rechters behoren tot de staande magistratuur
16. De rechter kan te allen tijde van de eis van de officier van Justitie afwijken
17. Hoger beroep kan alleen worden ingesteld door de verdachte
18. Een dader die verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard, heeft verwijtbaar gehandeld
19. Schulduitsluitingsgronden ontnemen de strafbaarheid van het feit
20. De raadkamerprocedure is openbaar
21. Het openbaar ministerie is onafhankelijk
22. De tenuitvoerlegging van de straf is onderdeel van het strafproces
23. Het strafproces sluit af met de fase van het onderzoek ter terechtzitting
24. De dagvaarding bepaalt de omvang van de strafzaak
25. Geen straf zonder schuld. Dat betekend dat de rechter ook geen maatregel op kan
leggen
26. Bij de deelnemingsvormen doen plegen, is de feitelijke pleger niet strafbaar
27. Huiszoeking en voorlopige hechtenis zijn dwangmiddelen
28. Een feit is strafbaar als alle bestandsdelen uit de delictsomschrijving zijn bewezen
29. Overmacht als noodtoestand is een schulduitsluitingsgrond
30. Een dader die verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard, heeft verwijtbaar gehandeld
1. Het burgerlijk recht valt onder het publieksrecht
2. Rechtszekerheid en handhaving zijn belangrijke kenmerken van het recht
3. Het strafrechtproces wordt ook wel formeel recht genoemd
4. Regels voor het sturen van de overheid zijn vast gelegd in het privaatrecht
5. Proportionaliteit: een middel staat in verhouding tot het doel waarvoor het gebruikt
wordt
6. Strafbare feiten vind je alleen in het wetboek van strafrecht
7. Een feit is strafbaar als alle andere bestandsdelen uit de delictsomschrijving zijn bewezen
8. Om de verdachte in verzekering te kunnen stellen, is tussenkomst van de rechter vereist
9. Het strafproces sluit af met de fase van het onderzoek ter terechtzitting
10. De dagvaarding bepaalt de omvang van de strafzaak
11. Bij een aanhouding wordt de verdachte opgehouden voor onderzoek
12. Voor voorlopige hechtenis is vereist dat er een redelijk vermoeden van schuld is
13. Na 90 dagen gevangenhouding moet de zaak bij de rechter ter terechtzitting worden
gebracht
14. De rechter heeft de bevoegdheid een zaak te seponeren
15. De rechters behoren tot de staande magistratuur
16. De rechter kan te allen tijde van de eis van de officier van Justitie afwijken
17. Hoger beroep kan alleen worden ingesteld door de verdachte
18. Een dader die verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard, heeft verwijtbaar gehandeld
19. Schulduitsluitingsgronden ontnemen de strafbaarheid van het feit
20. De raadkamerprocedure is openbaar
21. Het openbaar ministerie is onafhankelijk
22. De tenuitvoerlegging van de straf is onderdeel van het strafproces
23. Het strafproces sluit af met de fase van het onderzoek ter terechtzitting
24. De dagvaarding bepaalt de omvang van de strafzaak
25. Geen straf zonder schuld. Dat betekend dat de rechter ook geen maatregel op kan
leggen
26. Bij de deelnemingsvormen doen plegen, is de feitelijke pleger niet strafbaar
27. Huiszoeking en voorlopige hechtenis zijn dwangmiddelen
28. Een feit is strafbaar als alle bestandsdelen uit de delictsomschrijving zijn bewezen
29. Overmacht als noodtoestand is een schulduitsluitingsgrond
30. Een dader die verminderd toerekeningsvatbaar is verklaard, heeft verwijtbaar gehandeld