Tentamen samenvatting recht & gedrag
Week 1
Validiteit gaat om het natuurgetrouwe beeld van wat je wilt onderzoeken. Onderzoek je wel
echt wat je wilt onderzoeken?
- Een sterk punt kan zijn: het gaat om mensen die iets echt zelf hebben meegemaakt
- Een zwak punt kan zijn: met het interview en de vragen die worden gesteld worden
de antwoorden beïnvloed of de sociale wenselijkheid van antwoorden (kijken in
voetnoten!!)
Generaliseerbaarheid gaat om of je de uitkomsten van het onderzoek ook op andere
situaties zou kunnen toepassen.
- Zijn er variabelen die anders zouden zijn als je de studie ergens anders op zou
richten?
Objectiviteit
Stap 1: is er duidelijk sprake van (als je beschrijving van wie de auteur is leest) een neutrale
onderzoeker? Bijv. ook kijken naar of het onderzoek is gesponsord etc.
Stap 2: zie je iets in de taal/framing van het stuk iets over vooringenomenheid (bijv. bij wage
theft, dat heeft al een bepaalde lading)
Robuustheid: causale relatie
Drie typen onderzoek naar recht
1. Positiefrechtelijk onderzoek: een doctrinaire analyse van de geldende juridische
regels van het positieve recht en de (toekomstige) ontwikkeling daarvan op basis van
rechtsbronnen en de interpretatie daarvan
2. Rechtsfilosofisch onderzoek: een normatieve analyse van de rechtvaardigheid en
wenselijkheid van rechtsregels (of de toepassing daarvan) op basis van filosofische
uitgangspunten of theorieën.
3. Empirisch juridisch onderzoek: een empirische analyse van de werking van het recht
in de praktijk en de wijze waarop dit door betrokkenen ervaren en geïnterpreteerd
wordt op basis van sociaal wetenschappelijke onderzoeksmethoden.
Typen van empirisch onderzoek
- Kwalitatief: geringer aantal personen, maar met meer detail en meer inductief
- (participerende) observatie
- diepte-interviews
- focusgroepen
- inhoudsanalyse
- Kwantitatief: groter aantal personen, minder detail, meer deductief, maakt gebruik
van statistiek
- enquêtes
- statistische analyse van bestaande datasets
- experimenten
, Uitdagingen bij empirisch onderzoek
Validiteit: de mate waarin het onderzoek een waarheidsgetrouw beeld geeft van de
onderzochte werkelijkheid.
Generaliseerbaarheid: de mate waarin de bevindingen van het onderzoek ook kunnen
worden toegepast op andere situaties (andere omstandigheden, individuen of omgevingen)
buiten de reikwijdte waarbinnen dit specifieke onderzoek is uitgevoerd.
Robuustheid: de mate waarin de onderzoeker betrouwbare conclusies trekt over de
verbanden tussen de onderzochte verschijnselen of gedragingen (schoenmaat en
leesvaardigheid > verklaarbaar door leeftijd)
- correlatie: meer A betekent meer B en andersom
- causale relatie: meer A veroorzaakt meer B
Hoofdstuk 1 boek
Hoe verhoudt een empirische bestudering van het recht zich tot een juridische bestudering
van het recht en welke benaderingen kunnen hierin worden onderscheiden?
Benaderingen om het recht te bestuderen:
- Juridisch (positiefrechtelijk)
- Empirisch (sociaal wetenschappelijk)
Verschillen van deze benaderingen:
1. Onderzoeksdoelen
- Juridisch: praktisch en normatief
- Empirisch: beschrijvend, verklarend en objectief
2. Perspectief
- Juridisch: intern
- Empirisch: extern
3. Methode
- Juridisch: Geesteswetenschappelijk (tekstanalyse)
- Empirisch: Sociaal Wetenschappelijk
4. Kennisclaims
- Juridisch: gebonden aan autoriteit, tijd en plaats
- Empirisch: persoonsafhankelijk en universeel
Benaderingen van het recht:
1. Recht als instrument
- Hoe kan het recht effectief bijdragen aan gedragsverandering of
maatschappelijke verandering? (sociological jurisprudence, legal realism,
ELS)
2. Rechtspluralisme
3. Recht en samenleving
Week 2
Week 1
Validiteit gaat om het natuurgetrouwe beeld van wat je wilt onderzoeken. Onderzoek je wel
echt wat je wilt onderzoeken?
- Een sterk punt kan zijn: het gaat om mensen die iets echt zelf hebben meegemaakt
- Een zwak punt kan zijn: met het interview en de vragen die worden gesteld worden
de antwoorden beïnvloed of de sociale wenselijkheid van antwoorden (kijken in
voetnoten!!)
Generaliseerbaarheid gaat om of je de uitkomsten van het onderzoek ook op andere
situaties zou kunnen toepassen.
- Zijn er variabelen die anders zouden zijn als je de studie ergens anders op zou
richten?
Objectiviteit
Stap 1: is er duidelijk sprake van (als je beschrijving van wie de auteur is leest) een neutrale
onderzoeker? Bijv. ook kijken naar of het onderzoek is gesponsord etc.
Stap 2: zie je iets in de taal/framing van het stuk iets over vooringenomenheid (bijv. bij wage
theft, dat heeft al een bepaalde lading)
Robuustheid: causale relatie
Drie typen onderzoek naar recht
1. Positiefrechtelijk onderzoek: een doctrinaire analyse van de geldende juridische
regels van het positieve recht en de (toekomstige) ontwikkeling daarvan op basis van
rechtsbronnen en de interpretatie daarvan
2. Rechtsfilosofisch onderzoek: een normatieve analyse van de rechtvaardigheid en
wenselijkheid van rechtsregels (of de toepassing daarvan) op basis van filosofische
uitgangspunten of theorieën.
3. Empirisch juridisch onderzoek: een empirische analyse van de werking van het recht
in de praktijk en de wijze waarop dit door betrokkenen ervaren en geïnterpreteerd
wordt op basis van sociaal wetenschappelijke onderzoeksmethoden.
Typen van empirisch onderzoek
- Kwalitatief: geringer aantal personen, maar met meer detail en meer inductief
- (participerende) observatie
- diepte-interviews
- focusgroepen
- inhoudsanalyse
- Kwantitatief: groter aantal personen, minder detail, meer deductief, maakt gebruik
van statistiek
- enquêtes
- statistische analyse van bestaande datasets
- experimenten
, Uitdagingen bij empirisch onderzoek
Validiteit: de mate waarin het onderzoek een waarheidsgetrouw beeld geeft van de
onderzochte werkelijkheid.
Generaliseerbaarheid: de mate waarin de bevindingen van het onderzoek ook kunnen
worden toegepast op andere situaties (andere omstandigheden, individuen of omgevingen)
buiten de reikwijdte waarbinnen dit specifieke onderzoek is uitgevoerd.
Robuustheid: de mate waarin de onderzoeker betrouwbare conclusies trekt over de
verbanden tussen de onderzochte verschijnselen of gedragingen (schoenmaat en
leesvaardigheid > verklaarbaar door leeftijd)
- correlatie: meer A betekent meer B en andersom
- causale relatie: meer A veroorzaakt meer B
Hoofdstuk 1 boek
Hoe verhoudt een empirische bestudering van het recht zich tot een juridische bestudering
van het recht en welke benaderingen kunnen hierin worden onderscheiden?
Benaderingen om het recht te bestuderen:
- Juridisch (positiefrechtelijk)
- Empirisch (sociaal wetenschappelijk)
Verschillen van deze benaderingen:
1. Onderzoeksdoelen
- Juridisch: praktisch en normatief
- Empirisch: beschrijvend, verklarend en objectief
2. Perspectief
- Juridisch: intern
- Empirisch: extern
3. Methode
- Juridisch: Geesteswetenschappelijk (tekstanalyse)
- Empirisch: Sociaal Wetenschappelijk
4. Kennisclaims
- Juridisch: gebonden aan autoriteit, tijd en plaats
- Empirisch: persoonsafhankelijk en universeel
Benaderingen van het recht:
1. Recht als instrument
- Hoe kan het recht effectief bijdragen aan gedragsverandering of
maatschappelijke verandering? (sociological jurisprudence, legal realism,
ELS)
2. Rechtspluralisme
3. Recht en samenleving
Week 2