Hoofdstukken: 1,2,3,4,5,6,7,9 en 11.
Gemaakt door Romy van der Vaart
1e jaars rechten student.
, Een verbintenis = Een juridische relatie tussen partijen. De ene partij is verplicht tot
prestatie, waarop de andere partij recht heeft.
Als deze verbintenis is nagekomen gaat deze verbintenis teniet.
Vormen van prestatie:
Doen: Nalaten:
- Betaling van een geldsom. - Verplichting om iets niet te doen.
- Levering van een zaak.
- Verrichten van een dienst.
Rechthebbenden partij = Schuldeiser/ Crediteur.
Presterende partij = Schuldenaar/ Debiteur.
Verbintenissen komen uit:
De wet: Uit een overeenkomst:
-De wil van partijen is niet van belang. - Wilsoverstemming
-Onrechtmatige daad. - Aanbod en aanvaarding
-Rechtmatige daad - Handelingsbekwaam.
- De overeenkomst moet bepaalbaarzijn.
art. 6:162 BW
Onrechtmatige daad = Iemand die iets doet of iets na laat, waardoor een andere
schade lijdt. De gedraging is in strijd met de wet.
Rechtmatige daad:
art. 6:19 BW -Zaakwaarneming = Het behartigen van iemand anders belang, zonder dat erom
gevraagd is.
-Ongerechtvaardigde verrijking = Behaald voordeel ten koste van een ander.
-Onverschuldigde betaling = Een goed of geld dat zonder rechtsgrond is geleverd.
Rechtsubjecten = Dragers van rechten en plichten.
Rechten = Eigendomsrechten en vorderingsrechten.
Plichten = Schulden, leningen en leveren van diensten
Privaatrecht Rechtspersonen
Personenrecht Personen- en familie recht
Vermogensrecht Goederenrecht
Verbintenissenrecht
Dwingend recht = Er mag niet van worden afgeweken, een testament mag alleen door
een notaris.
Regelend recht = Aanvullende regels in de wet.
In der minne schikken = Zonder tussenkomst van een gerechtelijke procedure.
WA-verzekering = Verzekering voor de schade die uit onrechtmatige daad voortvloeien.
Het ressort = Gebied van het gerechtshof.
Het arrondissement = Gebied van de rechtbanken.