Inleiding & Personen- en Familierecht I
Wat is IPR? Wanneer is sprake van een internationaal privaatrechtelijk geval? Indien er
sprake is van een privaatrechtelijke casus (strafrechtelijke gevallen worden anders
behandeld, dus hier niet van toepassing). Er moet sprake zijn van grensoverschrijdende
aspecten. Hier is ook aan voldaan als er twee Nederlanders in het buitenland zijn. Er mag
geen sprake zijn van een ‘intern geval’. IPR is geen internationaal recht. Het woord
‘internationaal’ staat voor het grensoverschrijdend element. IPR is nationaal recht, ieder land
heeft zijn eigen IPR.
Het IPR geeft antwoord op vier kernvragen zodra een privaatrechtelijke casus
grensoverschrijdende elementen bevat:
(1) Internationaal bevoegdheidsrecht (rechtsmacht is formeel of internationaal
procesrecht): welke rechter(s) is (zijn) bevoegd? Is de Nederlandse rechter bevoegd?
(2) Toepasselijk recht (dit is materieel IPR of conflictenrecht): welk recht is van
toepassing?
(3) Erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen (dit is formeel of
internationaal procesrecht): hoe komt het buitenlandse vonnis voor erkenning (en
tenuitvoerlegging) (in Nederland) in aanmerking? Bij erkenning van buitenlandse
rechterlijke beslissingen gaat het om de vraag of en onder welke voorwaarden deze
beslissing rechtskracht heeft. De vraag naar erkenning kan zich voordoen bij alle
typen beslissingen. Bij tenuitvoerlegging van buitenlandse rechtelijke beslissingen
gaat het om de vraag of onder welke voorwaarden deze beslissing in Nederland kan
worden ten uitvoer gelegd zoals bedoeld in boek 2 Rv. De vraag naar
tenuitvoerlegging kan zich alleen voordoen bij beslissingen die een veroordeling
bevatten.
Voor tenuitvoerlegging is een executoriale titel vereist. Een beslissing van de
Nederlandse rechter is een executoriale titel. Een beslissing van een buitenlandse
rechter in beginsel niet en die kunnen in beginsel niet in Nederland ten uitvoer
worden gelegd (art. 431 Rv). Dat ligt anders indien de buitenlandse beslissing op
grond van een verdrag of een wettelijke bepaling in aanmerking komt voor
tenuitvoerlegging in Nederland. In dat geval kan de beslissing in Nederland ten
uitvoer worden gelegd nadat de Nederlandse rechter verlof (exequatur) tot
tenuitvoerlegging heeft gegeven (art. 985 Rv). Het onderzoek door de rechtbank is
beperkt tot de vraag of alle formaliteiten in acht zijn genomen en de toetsingscriteria
van de toepasselijk verdragsregeling, niet naar inhoud. Op grond van art. 45 Brussel II
ter is geen exequatur vereist.
(4) Internationale rechtshulp en internationale samenwerking (laatste blijft hier buiten
beeld)
We kijken vanuit Nederland, dus naar de bronnen die hier gelden. Er is een rangorde:
1. Verdragen en verordeningen: materieel, formeel en temporeel toepassingsgebied,
verordeningsautonome interpretatie houdt in dat begrippen van een verordening niet
, mogen worden uitgelegd aan de hand van het nationale recht van een lidstaat, maar
aan de hand van het begrippensysteem van de verordening zelf.
2. Nederlandse wetgeving (o.a. boek 10 BW en Rv)
3. Ongeschreven Nederlands recht (dat tegenwoordig een bescheidener rol heeft door
vergaande codificatie) = jurisprudentie en doctrine
Internationale verdragen en Europese verordeningen: soms problemen van samenloop
omdat verdragen en verordeningen op hetzelfde niveau zitten. Er is pas sprake van
samenloop als beide regelingen zowel materieel, formeel en temporeel van toepassing zijn.
Om dit probleem op te lossen kijk je in de nieuwere regeling of er een bepaling over is
opgenomen. Is dit niet het geval kan je kijken in het Weens verdragenverdrag.
- Materieel toepassingsgebied: ziet op de inhoud en het onderwerp. Bepalen door te
kijken naar bepaling met definities, beschrijving van het materieel toepassingsgebied
- Formeel toepassingsgebied: vraagt deze regeling een specifieke band met de
verdragsluitende staten danwel de lidstaten. Is dat zo, welke band is dat dan, welke
eis. Deze eis noemen we het formeel toepassingsgebied. Bijvoorbeeld: de verweerder
moet woonplaats hebben in lidstaat. Bij het conflictenrecht geldt vaak een universeel
toepassingsgebied
- Temporeel toepassingsgebied: in bepaalde periode van toepassing, vanaf een
bepaalde datum geldig in een bepaald land.
Nederlandse wetgeving
- De bevoegdheid is neergelegd in art. 1-14 Rv
- Het toepasselijk recht is neergelegd in boek 10 BW
- De erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse vonnissen is geregeld in art. 431
Rv
Wat is conflictenrecht? Historische achtergrond: er zijn twee methoden:
1. Statutenleer/ neo-statutisme: het uitgangspunt is de rechtsregel en je kijkt naar de
aard van de regel
2. Verwijzingsmethode (Von Savigny): het uitgangspunt is de rechtsverhouding. Wat
geeft een natuurlijke band tussen de rechtsverhouding en een bepaald land weer?
Methodisch sluit het conflictenrecht aan bij de Savigniaanse verwijzingsmethode:
een neutrale verwijzingsregel zoekt per rechtsverhouding een aanknopingspunt van
de nauwste verbondenheid (vaak “gewone verblijfplaats”: definitie in HvJ MPA). Het
doel hiervan is de Entscheidungsharmonie (beslissingsharmonie). Iedereen komt uit
op hetzelfde toepasselijke recht en dezelfde uitkomst, daarmee bereik je
beslissingsharmonie. Klassieke kenmerken:
a. Neutraal: de conflictregel geeft geen voorkeur voor de inhoud van het recht dat
het aanwijst. De regel zegt alleen welk recht van toepassing is, niet welk recht
beter of rechtvaardiger is.
b. Regelblind: de conflictregel kijkt niet naar de inhoud van de onderliggende
rechtsregels. De rechter bepaalt eerst welk recht volgens de conflictregel van
toepassing is, en dan pas onderzoekt hij de inhoud van dat recht.
c. Abstract: de conflictregel formuleert algemene aanknopingspunten zonder te
kijken naar de concrete feiten van de zaak of de belangen van partijen. Het doel
hiervan is rechtszekerheid.
, De internationale rechtsverhouding wordt door middel van een aanknopingsfactor
aan het toepasselijke rechtsstelsel verbonden.
Volgens de moderne Savigniaanse conflictrechtelijke methode is daar een functionele
component bij gekomen (bescherming zwakkere partij, beperkte partijautonomie):
‘Methodenpluralisme’. Niet alleen meer nauwste verbondenheid is van belang maar,
ook andere aanknopingsbeginselen als de nauwste verbondenheid, het
beschermingsbeginsel (= functionele aanknoping. Bijvoorbeeld aanknopen bij
gewone verblijfplaats zwakkere partij), het begunstigingsbeginsel en partijautonomie.
Bij bepaalde onderwerpen mogen partijen zelf bepalen welke rechter bevoegd
(forumkeuze) is of welk recht zij toepassen (rechtskeuze), ze mogen een rechtskeuze
doen
Bij het beschermingsbeginsel blijft het beginsel van de nauwste betrokkenheid intact, maar
wordt de keuze van de aanknopingsfactor afgestemd op de beschermende strekking van de
regels van het objectieve recht. De verwijzingsregel beoogt veilig te stellen dat de
sociaaleconomisch zwakkere partijen worden beschermd naar de maatstaven die gelden in
hun leefomgeving. Gericht op aanknoping rechtsstelsel nauwste betrokkenheid van
sociaaleconomisch zwakkere partij.
In de conflictregels die gebaseerd zijn op het begunstigingsbeginsel wordt bij de aanwijzing
van het toepasselijke recht beslissende betekenis gehecht aan de inhoud van de bij de
internationale rechtsverhouding betrokken rechtstelsels (nauwste betrokkenheid heeft
weinig invloed). Aan de toepassing van het naar inhoud ‘gunstigere’ rechtsstelsel (maatstaf),
wordt voorrang verleend. Het doel is niet om voorrang te geven aan de nauwste
betrokkenheid, maar om een materieel wenselijk geacht resultaat zeker te stellen. Gericht
op gunstig resultaat.
Processuele aspecten van het conflictenrecht. Bijvoorbeeld:
- Art. 10:2 BW: ‘De regels van internationaal privaatrecht en het door die regels
aangewezen recht worden ambtshalve toegepast’. Het conflictenrecht en
bevoegdheidsrecht worden ambtshalve toegepast door de rechter, dus als partijen er
niet aan denken, dan kijkt de rechter daarna en doet er iets mee (verplichting). Op
grond van art. 18 Brussel II ter toetst de aangezochte rechter zijn bevoegdheid
ambtshalve.
- Art. 79 lid 1 RO: ‘De Hoge Raad vernietigt handelingen, arresten, vonnissen en
beschikkingen wegens schending van het recht met uitzondering van het recht van
vreemde staten’. Als de rechter dus het recht van een ander land verkeerd toepast,
dan kan dat niet gecasseerd worden! Let op: Nederlandse IPR wel, maar niet
toepassing van het buitenlandse recht.
Echtscheiding
Bevoegdheid Brussel II ter
Art. 4 lid 1 Rv Brussel II ter
Art. 9 Rv
Toepasselijk recht Rome III (is voor Nederland niet van
toepassing)
, Art. 10:56 BW
Erkenning en tenuitvoerlegging Brussel II ter
Art. 10:57-69 BW
Echtscheiding: waar gaat het over? Internationale bevoegdheid?
1. Waar op de IPR-landkaart zitten we? Bevoegdheid is altijd de eerste relevante vraag,
want je moet bij de juiste rechter zijn die ontvankelijk is om je zaak überhaupt te
behandelen.
2. Toepasselijk recht? Welke rechtsgrond?
3. Erkenning en tenuitvoerlegging?
I. Bevoegdheid
Is er een verdrag of verordening? Is Brussel II-ter van toepassing? Pas als bij alle 3 de
toepassingsgebieden de verordening/verdrag van toepassing is, dan ga je de regels in de
verordening/het verdrag toepassen.
- Materieel toepassingsgebied: art. 1 lid 1 sub a van toepassing bij echtscheiding,
scheiding van tafel en bed en nietigverklaring van het huwelijk.
Een verzoek tot ontbinding van het geregistreerd partnerschap valt niet onder het
bereik van de verordening. In Nederland geldt daarvoor art. 4 lid 4 Rv.
Valt een same-sex huwelijk onder materieel toepassingsgebied? Nederland gaat uit
van wel, maar andere landen kunnen daar anders over denken. Er is namelijk nog
geen uitleg over wat een scheiding inhoudt, of same-sex huwelijk daar ook onder
valt. De rechter kan beslissen dat hij het verzoek niet inhoudelijk zal behandelen
want, de erkenning van het huwelijk valt niet onder het bereik van Brussel II ter.
- Temporeel toepassingsgebied: art. 100 lid 1 en 2. Kijken naar welk moment
verzoekschrift wordt ingediend, moet vallen na 1 augustus 2022!
- Formeel toepassingsgebied (dit verschilt per deelonderwerp): art. 6 (volgens HvJ MPA
r.o. 84-87 met betrekking tot art. 6-7 Brussel II-bis). Vraagt verordening om een
bepaalde band met een land? Deze verordening vraagt of je checkt of er een EU-
rechter bevoegd is. Zo ja, dan is verordening van toepassing. Opmerkelijk: je moet dus
kijken naar bevoegdheid terwijl je met formeel toepassingsgebied nog bezig bent
In geval van samenloop heeft Brussel II ter voorrang op genoemde verdragen op grond van
art. 95.
Als Brussel II ter niet van toepassing is kijk je naar het commuun IPR, neergelegd in art. 1-14
Rv. Art. 4 lid 1 (materieel ruimer toepassingsgebied dan Brussel II ter) Rv bepaald dat in
enkele gevallen waarin Brussel II ter formeel niet van toepassing is, geldt dat ook indien de
verordening niet van toepassing is, de bevoegdheid van de Nederlandse rechter toch aan de
hand van de bevoegdheidsbepalingen in art. 3-5 Brussel II moet worden vastgesteld. In art. 9
sub b en sub c is een forum necessitatis neergelegd: als Brussel II ter formeel niet van
toepassing is en er geen andere rechter is tot wie partijen zich zouden kunnen wenden, dan
wel van partijen niet gevraagd mag worden zich tot een bepaalde bevoegde rechter te
wensen.