College 7 (H20)
“Een geestelijk ambt bekleden die personen, die binnen een kerkgenootschap of een ander
genootschap geestelijke grondslag zijn aangewezen om voor te gaan in de eredienst dan
wel op andere wijze aan het geestesgoed van het genootschap uiting te geven.”
(Kamerstukken II 1986-1987, 19908, nr. 3, p. 21)
Wat typeert het geestelijk ambt? Geen wettelijke definitie. Kenmerken van het geestelijk
ambt zijn:
- Voorgaan in eredienst
- Daartoe aangewezen/ benoemd door de geloofsgemeenschap
- Zielzorg/ geestelijke zorg (vaak ook ambtsgeheim en verschoningsrecht)
- Meestal bezoldigd (ontvangt een loon of inkomen voor werkzaamheden)
- Daartoe opgeleid (zie bijvoorbeeld art. 3 lid 2 sub b Regeling functie-eisen en
vergoeding geestelijk verzorgers overige stromingen)
Het geestelijk ambt is een open begrip. Er is discussie mogelijk over onder andere:
- De ouderling
- Kerkelijk werker met alleen zielzorgtaak
- Gv’-er (geestelijk verzorger) Nieuwe Religieuze Beweging (NRB)
Check kerkelijk statuut: gereguleerde positie met bijvoorbeeld clausule ambtsgeheim,
opleidingseisen, taken waaronder voorgaan en zielzorg
Voorbeelden geestelijk ambt
1. Gemeentepredikant PKN
- Taken: zielzorg, voorgaan eredienst, bediening sacramenten
- Opleiding (PThU)
- Beroepingsprocedure en bevestiging (Ord. 3)
- Ambtsgeheim
- Lid kerkenraad
- Tucht en opzicht: normering beroepsgroep
- Bij conflicten of einde verbintenis anderszins: losmaking
2. Priester RKK
- Taken: zielzorg, voorgaan eredienst, bediening sacramenten
- Opleiding (seminarie)
- Wijding, vaak benoeming ambt (bv. pastoor)
- Ambtsgeheim
- Onderworpen aan bisschop (incardinatie)
- Bij conflicten of einde verbintenis anderszins: verplaatsing door bisschop
3. Geestelijk verzorger in instelling. Er is een verbintenis hoe de geestelijk verzorger
werkzaam is in de instelling.
- Taken: geestelijke zorg in instelling (krijgsmacht, justitie, zorg), voorgaan eredienst
- Zending geloofsgemeenschap
- Opleiding
- Aanstelling: tripartite (gv’er instelling geloofsgemeenschap)
, a. Verbintenis instelling – gv’er
b. Verbintenis geloofsgemeenschap – gv’er
c. Verbintenis instelling - geloofsgemeenschap gv’er
Een ambt is een bepaalde positie waar bepaalde bevoegdheden aan verbonden zijn.
Wanneer je tot bisschop bent gewijd, heb je nog niet zoveel bevoegdheden. Die krijg je pas
als je benoemd bent in het ambt. De verhouding van geestelijke tot de kerk wordt in het
canoniek recht niet als arbeidsovereenkomst beschouwd. Een dergelijke kwalificatie past in
het geheel niet bij de kerkelijke positie die zij innemen. Geestelijken sluiten geen contract,
maar zijn ambtsdragers die worden gewijd tot hun dienst en een gelofte afleggen tot
canonieke gehoorzaamheid. Sluit de kerkelijke ambtsopvatting a priori uit dat een
predikant een contractuele rechtsverhouding aangaat, dan is daarmee een
arbeidsovereenkomst ipso facto niet aan de orde (H20.7)
1. Is er wel of geen contract?
2. Voldoet de contractuele rechtsverhouding tussen kerkgenootschap en voorganger
aan de specifieke eisen van art. 7:610 BW? Is het contract aan te merken als een
arbeidscontract?
a. Is er sprake van een overeenkomst (contract)
b. De bedoeling van partijen gericht op een arbeidsovereenkomst: de door het
kerkgenootschap eigen theologische uitgangspunten gehanteerde
rechtsvormpositie is hierbij leidend, mits door partijen gevolgd en toegepast
c. Verrichten van arbeid
d. Tegenprestatie in de vorm van loon: enerzijds is er de opvatting dat de financiële
vergoeding voor d predikant of geestelijk het loon vormt voor de door deze te
verrichten geestelijke arbeid. Anderzijds is er ook de visie waarbij de
inkomensvergoeding kwalificeert als het verschaffen van levensonderhoud. In de
tweede zienswijze wijdt de predikant of geestelijke zich volledig aan zijn
geestelijke ambtstaken en kan hij daarom niet in eigen inkomen voorzien, zodat er
voor zijn levensonderhoud dient te worden zorggedragen door de kerk. Of er
hierbij sprake is van loon in de zin van art. 7:610 BW hangt af van de
partijbedoeling en de uitvoeringspraktijk. Een vaste voorziening in het
levensonderhoud heeft minder het karakter van loon dan een werk gerelateerde
urenvergoeding.
e. Gezagsverhouding: er wordt onderscheid gemaakt tussen materieel gezag, dat
zich richt op de instructies ten aanzien van de werkinhoud, en het formele gezag,
dat betrekking heeft op de werkdiscipline, het zich houden aan de regels en de
orde van de arbeidsrelatie.
f. Arbeidsrelatie kent een zekere tijdsduur
g. De werker verkeert doorgaans in een zwakkere positie
Samenvattend: kerkgenootschappen kiezen voor hun voorgangers veelal hun eigen kerkelijke
rechtspositievormen, maar kunnen ook opteren voor de civiele arbeidsovereenkomst. Bij
onduidelijkheid of onenigheid daarover markeren de hier beschreven elementen de eisen
waaraan een arbeidsovereenkomst dient te voldoen.
3. In hoeverre zijn de wettelijke arbeidsrechtelijke bepalingen van boek 7.10 BW en de
bijzondere arbeidsrechtelijke wetten harmonieus of botsend met intern-rechtelijke
regelingen?