100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4,6 TrustPilot
logo-home
College aantekeningen

Recht van de Europese Unie HC aantekeningen week 2 tot en met 5 heel volledig incl. kopjes en inhoudsopgave

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
53
Geüpload op
23-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Recht van de EU hc aantekeningen week 2 tm 5 - echt woord voor woord meegetypt. Incl. kopjes en extra informatie! (en een inhoudsopgave) Week 6 staat in een ander document op mijn profiel.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
23 januari 2026
Aantal pagina's
53
Geschreven in
2025/2026
Type
College aantekeningen
Docent(en)
Lindeboom
Bevat
Alle colleges

Voorbeeld van de inhoud

1


Recht van de EU hc aantekeningen week 2 tm 5 - echt alles meegetypt
Incl. kopjes en extra informatie!
Week 6 staat in een ander document op mijn profiel.


Inhoudsopgave

Week 2
-​ HC 3: Vrij verkeer van diensten 56 vweu​ ​ ​ ​ p. 1
-​ Hc 4: Vrijheid van vestiging en kapitaal​ ​ ​ ​ p. 10
Week 3
-​ Hc 5: Werknemers ​ ​ ​ ​ ​ ​ p. 19
-​ Hc 6: Unieburgerschap ​ ​ ​ ​ ​ ​ p. 26
Week 4
-​ Hc 7: Inleiding mededingingsrecht en art. 101 vweu​ ​ ​ p. 31
-​ Hc 8: Vervolg en art. 102 vweu​ ​ ​ ​ ​ p. 37
Week 5
-​ Hc 9: Rechtstreekse werking​ ​ ​ ​ ​ p. 41
-​ Hc 10: Rechtsbescherming tegen handelingen van lidstaten​ ​ p. 47


HC 3: Vrij verkeer van diensten 56 vweu.

Deze week gaan we het hebben over 3 vrijheden. We beginnen met vrij verkeer van diensten en morgen het vrije
verkeer van vestiging en kapitaal.

Inleiding tot vrij verkeer van diensten art. 56 vweu
We beginnen met een kort overzicht van het vrije verkeer van diensten, waar je het kan vinden en welke bepalingen
van belang zijn. Het grootste gedeelte is de structuur van art. 56. Daar ziet u al een beetje terug van wat we vorige
week hebben gezien. Het onderscheid in 3 stappen en een paar substappen, dit gaan we de komende weken steeds
terugzien. In het laatste kwartier wil ik eindigen met een soort introductie tot 2 harmonisatiemaatregelen. Die moet je
voor dit vak kennen, maar hier worden geen casusvragen over gesteld. Een van de doelen van deze week is dat
fundamentele vrijheden, dat die heel erg op elkaar lijken, qua structuur en rechtsregels, maar ook dat er een aantal
belangrijke verschillen zijn. Dan gaat het met name over de rechtstreekse werking, de definitie en uitleg van het
begrip beperking, en het begrip beperking correspondeert min of meer met het begrip maatregel van gelijke werking
(hierna MGW) in goederen. (kort herhaling vorige week: goederen: maatregelen van gelijke werking: het hof heeft
veel jurisprudentie hierover: aan de hand van de soort maatregel is er een andere soort toepassing van art. 34 vweu:
zoals producteisen, verkoopmodaliteiten en andere maatregelen die de markttoegang voor goederen in het
buitenland belemmeren)

Structuur diensten (art. 56-62 vweu)
We zullen vandaag en morgen zien dat het bij de andere vrijheden simpeler is. Er is niet een zodanig verschil
(onderscheid) tussen verschillende soorten maatregelen en bepalingen (30, 34 en 110) zoals bij goederen. Dit is er
niet bij diensten.

Het vrije verkeer van diensten vinden we in de buurt van 56 vweu. 56 vweu is eigenlijk het equivalent van 34 vweu:
parafraserend: beperkingen op vrije verkeer van diensten zijn verboden tussen lidstaten. Vervolgens zien we onderin
dat er ook een aantal bepalingen zijn die min of meer het equivalent zijn van art. 36 vweu: met name 51 en 52 vweu.
Deze bepalingen bevatten verdragsrechtvaardigingen op beperkingen van en dan gaat het strikt genomen over de
vrijheid van vestiging - morgen - maar diezelfde bepalingen zijn via een schakelbepaling art. 62 vweu ook van
toepassing op het vrije verkeer van diensten. Het lijkt veel op art. 36 vweu maar het is net even wat anders.

Dan zijn er een tweetal soort uitleggende, verklarende bepalingen art. 57 en 61 vweu:

Art. 57 kom ik zo op terug, uitleg over wat er wordt verstaan onder het begrip diensten in het EU recht.
Art. 61 vweu bevat een discriminatieverbod.
Tot slot hebben we 2 rechtsgrondslagen: art. 59 en 53 vweu: die corresponderen min of meer met 114 vweu, zie hc1.
Ter herhaling, dat zijn bepalingen die een bevoegdheid geven aan de eu wetgever, vaak de raad en het eu
parlement. Om regels te stellen, positieve integratie, op EU niveau dus, waarmee specifieke regels kunnen worden

, 2


gesteld voor bijvoorbeeld liberalisering van specifieke diensten, denk bijvoorbeeld aan liberaliseren van bepaalde
sectoren zoals postbezorging, telecommunicatie, dat soort dingen. Die hebben met diensten te maken en kunnen
worden geharmoniseerd op EU niveau.

Reikwijdte diensten​
Nu gaan we het vooral hebben over het verdrag en niet zozeer over de harmonisatie, dat komt een beetje later aan
de orde.

Stap 1: De toepasselijkheid / reikwijdte van 56 vweu: hoe definieer je het begrip dienst:
Art. 57 vweu = soortvan omschrijving, maar niet een scherpe definitie. Er wordt gesproken over dienstverlening die
iemand aan iemand anders kan leveren, dat dat gewoonlijk tegen vergoeding moet geschieden, en dat dat art. 56
vweu van toepassing is voor zover de andere vrijheden (goederen, personen, kapitaal) niet van toepassing zijn.

Dat betekent eigenlijk dat als de andere 3 nvt zijn, dan moet het wel onder het vrije verkeer van diensten vallen.
Belangrijk is: in het arrest (morgen bespreken) Fidium Finanz: betekent niet dat het vrije verkeer van diensten minder
belangrijk is of ondergeschikt is aan de andere vrijheden.

In elke casus moet je steeds vaststellen, welke vrijheid is nu het meeste van toepassing in deze casus. Soms
makkelijk, soms lastiger. Dan moet je vaststellen welke het meest toepasselijk is.

Diensten zijn moeilijk te definiëren, daarom is de beschrijving van art. 57 vweu ook wat omslachtig zou je kunnen
zeggen. Een dienst is iets wat iemand levert aan iemand anders, en dat is een soort prestatie. Het is iets wat je voor
iemand anders doet en niet stoffelijk. Dus niet de verkoop van een goed bijvoorbeeld. Bijvoorbeeld: iemand een taxirit
verkopen, of een telefoonabbonnement verkopen. Dit zijn niet stoffelijke prestaties.

Vergoedingsvereiste art. 57 vweu
Vervolgens vindt u in 57 vweu dat de diensten die onder het vrije verkeer van diensten van 57 vweu vallen gewoonlijk
tegen vergoeding geschieden. Gewoonlijk is het belangrijkste woord hier. Het betekent dat het er niet toe doet of in
deze concrete casus de dienst tegen vergoeding wordt geleverd. De toets is of het normaal gesproken / in de meeste
gevallen deze specifieke dienst tegen vergoeding wordt geleverd.

Tijdelijkheidscriterium Gebhard
Dan ten derde: het 3e criterium blijkt uit arrest: Gebhard: dienstverlening is iets wat zich gedurende een bepaalde
tijdelijke duur afspeelt. Bij het 3e punt staat er specifiek vermeld dat het gaat om de afbakening van diensten ten
opzichte van vrijheid van vestiging - gaan we het morgen over hebben. Maar kort: Gebhard: gaat over een advocaat
uit Duitsland die in italië juridische diensten ging verlenen aan italiaanse cliënten, en vervolgens was de vraag, is
Gebhard gevestigd als zelfstandig ondernemer in italië, of is hij slechts eventjes voor een week of paar dagen om
een specifieke cliënt te assisteren, en gaat hij daarna weer terug naar duitsland? Hof zegt: als het gaat om iets wat je
voor tijdelijke duur, korte periode, levert aan iemand anders, dan hebben we het hier over de uitoefening van vrije
verkeer van diensten, gaat iemand permanent of voor langere tijd over naar een lidstaat dan gaat het over vestiging.

Stap 1b en stap 1c:
Stap 1b slaan we eigenlijk over.. Teruggaand naar college over goederen: de tweede substap is altijd: is er sprake
van harmonisatiewetgeving. Antwoord ja? Dan de harmonisatiewetgeving toepassen. Bij nee: bij casusvragen
hoeven we de harmonisatiewetgeving net zoals bij goederen niet te kunnen toepassen. En dus bij een casusvraag
over het vrije verkeer van diensten: dan zal het altijd over het vrije verkeer van diensten 56 vweu gaan en niet over
een specifieke richtlijn..

Grensoverschrijdend element
Betekent dat net zoals bij goederen er sprake moet zijn van een Grensoverschrijdend element = een of ander aspect
van de casus moet te maken hebben met meer dan 1 lidstaat. Kan bijvoorbeeld een goed zijn dat geïmporteerd wordt
uit een andere lidstaat, kan gaan om een goed dat ergens geproduceerd is en vervolgens niet op de markt mag
worden gebracht in een andere lidstaat. Maar er moet iets in de casus zijn dat verband houdt met het grensverkeer,
vrije verkeer tussen lidstaten. Dit geldt ook voor de zelfde manier voor het vrije verkeer van diensten. Bij diensten
omdat dat je zou kunnen zegen niet stoffelijke prestaties zijn, zijn er meer speciefieke situaties vast te stellen waarin
er sprake is van een grensoverschrijdend element. De eerste is eigenlijk de situatie die in art 56 wordt omschreven.
Dat is de situatie waarbij de dienstverlener een grens over gaat om vervolgens een dienst te verlenen aan een cliënt
in een ander land. Dus we hebben het hier over hele simpele situaties en vaak beroepen als loodgieter, als schilder,
stratenmaker, noem het maar op, die kun je allemaal als diensten in andere lidstaten leveren, dit zijn allemaal
diensten in de situatie waarin de dienstverlener de grens over gaat is er sprake van een grensoverschrijdend
element, zaak van Binsbergen, komen we straks op terug, Dit is een zo’n specifieke situatie.

, 3


Luisi en Carbone
Wat strikt genomen niet in art. 56 staat, is de situatie waarin de dienstontvanger de grens over gaat. Staat niet in dat
dit niet onder vrij verkeer van diensten valt maar er staat ook niet in dat het er specifiek wel onder valt. Hof heeft er
een aantal decennia geleden al uitspraak over moeten doen in de zaak luisi en carbone. Dat ging over 2 italiaanse
onderdanen die met een bij wijze van spreken koffer vol met geld, die naar frankrijk en duitsland gingen, officieel was
dit was voor een soort van vakantie, het lijkt meer als je meer in de zaak duikt, dat er meer sprake was van een soort
cosmetische / medische behandeling te maken, waarvoor ze naar de andere lidstaat gaan. Maar ze brachten veel
geld mee en dit was ver voor de introductie van de euro en dus waren er allemaal nationale regels die onder andere
de uitvoer van nationale valuta limiteerden. En zij hadden meer mee dan toegestaan was volgens de italiaanse
wetgeving, en ze werden aangehouden. 1 van de vragen die zich hier afspeelde was: mogen die 2 personen, luisi en
carbone, zich tegenover italië beroepen op het vrije verkeer van diensten in hun hoedanigheid als de ontvangers van
diensten in het buitenland. Die vraag beantwoordde het Hof bevestigend. En dan gaat het dus om bijvoorbeeld
medische diensten in het buitenland maar ook om toeristische diensten in het algemeen.

Alpine investments
En de derde situatie die is vandaag de dag alomvattend zou je bijna kunnen zeggen. Dit is de situatie waarin de
dienst zelf de grens over gaat en dat is niet echt voorzien in het verdrag, niet in art. 56 vweu. Maar vandaag de dag
gaat het met name over digitale diensten zoals video streaming. Zoals in de zaak alpine investments, dit is een zaak
uit de begin jaren 90, ging om in dit geval telefonische diensten: het bellen van potentiële klanten uit andere lidstaten.
Om diensten aan te bieden. Dan gaat het dus over de dienst zelf die de grens over gaat. De dienstontvanger blijft in
zijn/haar eigen lidstaat, de dienstverlener ook. Maar doordat de dienst niet stoffelijk is kan afhankelijk van de dienst
ook zelf de grens over gaan. Als geen van deze 3 gevallen zich voordoet dan hebben we hoogstwaarschijnlijk te
maken met een zogenaamde volledige interne situatie. En we weten van het vrije verkeer van goederen dat het vrije
verkeer van goederen niet op zon zelfde situatie van toepassing is, dat blijkt uit oosthoek. En voor andere vrijheden
geldt precies hetzelfde. In de bundel hebben we hiervoor een arrest en dat staat onder het vrije verkeer van
vestiging. De zaak gaat zelf over het vrije verkeer van vestiging. Maar in die zaak stelt het hof dat zowel art. 56
diensten als vrij verkeer van vestiging, als verkeer van kapitaal allemaal een grensoverschrijdend element behoeven
en als dit niet het geval is, dan is het europees recht niet van toepassing en heeft het hof van justitie daar niets over
te zeggen.

Rechtstreekse werking
Dan gaan we naar de laatste substap. Zegmaar 1d. Rechtstreekse werking, en daar speelt een van de verschillen
met het vrije verkeer van goederen. Wat hetzelfde is: beide bepalingen hebben verticale rechtstreekse werking. Toch
heeft het hof in diezelfde van binsbergen, net zoals de zaak lianelli, zaak van de midden jaren 70, vastgesteld dat art.
56 verticale rechtstreekse werking heeft, en dat ook in te roepen is tegen maatregelen van lidstaten. En vervolgens
kwam op een gegeven moment al redelijk snel een vraag op, hoe moet dat dan met maatregelen / handelingen van
private personen. Voor goederen weten we dat het vrije verkeer van goederen niet van toepassing is op dergelijke
private handelingen, voor diensten is dit net wat anders. Het hof heeft in een reeks van arresten vastgesteld dat art.
56 ook van toepassing is op bepaalde private partijen maar niet alle. Dit is niet een hele harde lijn die je kunt trekken.
Bijna een soort gevoel. Er zijn bepaalde private partijen die meer invloed / macht hebben dan anderen. Dus als het
bijvoorbeeld gaat om een natuurlijk persoon of een zzp’er bijvoorbeeld dan zullen die dat soort private partijen
eigenlijk geen enkele mogelijkheid hebben om dit vrije verkeer van diensten te beïnvloeden. Kun je je voorstellen dat
er bijvoorbeeld iemand is die zijn kozijnen wil laten verven en die dan op marktplaats een advertentie zet, en dan erbij
zet: ik wil een schilder maar ik wil alleen een nederlandse, geen poolse of duitse schilder. Dit is discriminerend, maar
is het nou zo dat die ene natuurlijke persoon die zijn kozijnen laat verven hiermee onderworpen is of zich moet
houden aan het vrije verkeer van diensten? Dat is vrijwel zeker niet het geval. Maar er zijn ook andere private
partijen, denk bijvoorbeeld aan sportorganisaties, de zaak Walrave en Koch, komen we zo nog even op terug. Dat
ging om de internationale en enkele nationale wielerorganisaties. Wat is nou kenmerkend voor die sportorganisaties:
dat is dat er vaak maar 1 is. Of: je hebt er 1 op nationaal niveau, 1 op Europees niveau en 1 op internationaal niveau,
en dan kun je eigenlijk heel veel vertellen binnen die sport. Het makkelijkste voorbeeld is voetbal. Hoe het geregeld
wordt bijvoorbeeld bij het EK, champions league. Vrijwel 100% in handen van UEFA of Fifa. dus die private partijen
zijn eigenlijk een soort van overheid op dat kleine gebied. Het Hof heeft daarom al in de jaren 70 in Walrave en Koch
beoordeeld dat voor dit soort organisaties die geen overheid zijn maar wel een meer speciale machtige positie
hebben zich ook aan 56 moeten houden. In de zaak Walrave en Koch ging het om de regel die bepaalt: een bepaald
onderdeel van het baalwielrennen: waarbij je 2 fietsers hebt in een team, dat beide fietsers in 1 team moeten in 1
team beide dezelfde nationaliteit moeten hebben. Dus je mag niet in je team een Spaanse en een Nederlandse
wielrenner hebben. Dit is een maatregel die het vrije verkeer van diensten kan belemmeren want die sporters zijn in
zekere zin dienstverleners die hun dienst verlenen aan een nationaal team bijv. of een bepaalde club, het hof heeft
gezegd in Walrave en Koch: omdat deze sportorganisatie zo een speciale positie heeft en bepaalt hoe de sport
geregeld wordt hebben zij zich te houden aan art. 56 vweu.

Horizontale werking

, 4


Zelfde heeft het Hof geoordeeld in de zaak Laval in het kader van vakbonden. Komen we straks nog meer op terug
maar het ging om collectieve acties, georganiseerd door vakbonden (stakingen etc): die maken het moeilijker om
bepaalde diensten te leveren.. Het Hof zei: vakbonden hebben een hele machtige positie, zeker vakbonden in
Scandinavische landen. Dit is een zaak uit Zweden. Vakbonden hebben een sterke economische invloed op hoe die
sectoren geregeld worden. Dus zij moeten zich ook houden aan art. 57 vweu. Dus het Hof heeft er een iets in
abstractere zin omschrijving aan vastgeknoopt= en die ziet u op de slide: als het gaat om acties / regels die op
collectieve wijze, dus niet alleen voor zichzelf maar voor de hele economische sector bijvoorbeeld, en die op grond
van eigen rechtsbevoegdheid het hele vrije verkeer reguleren.. Wat betekent het stukje op grond van hun eigen
rechtsbevoegdheid, dit is een beetje onduidelijk, dit wordt niet getoetst verder en gedefinieerd. Maar bij vakbonden is
het vaak zo dat die bepaalde bevoegdheden en rechten hebben op grond van Nationaal recht. Hangt er vanaf per
lidstaat maar zeker in scandinavische landen hebben hebben die vakbonden op grond van nationaal recht veel te
vertellen. Er zijn andere voorbeelden te verzinnen dan vakbonden en sportorganisaties: private partijen in een
soortgelijke positie maar voor dit vak zijn deze 2 voldoende.

Grenzen horizontale werking
Hoe zit het dan met de meneer die zijn kozijnen wil laten verven? Kan een Poolse schilder zich beroepen op art. 56
vweu en dit tegen een andere private persoon inroepen? Omdat de Poolse man zegt dat deze man discrimineert op
grond van zijn nationaliteit. Simpel gezegd is daar geen rechtspraak over. Het Hof heeft daar nooit duidelijk over
gezegd art. 56 heeft geen horizontale rechtstreekse werking. In deze situatie, anders dan in de situatie van laval en
walrave. Het is, je zou kunnen zeggen, zeer onwaarschijnlijk dat deze situatie zich zal voordoen.. Simpelweg omdat
gewone private partijen, zoals een natuurlijk persoon, simpelweg niet in staat zijn om dat vrije verkeer van diensten te
reguleren op een vergelijkbare manier als bijvoorbeeld de uefa of vakbond dat wel kan. Het vrije verkeer van diensten
is op dit punt min of meer gelijk als goederen. Dit was de reikwijdte en de eerste stap.

Stap 2: Beperking
Dan nu naar stap 2: wanneer is er sprake van een beperking van het vrije verkeer van diensten. Hier is een plaatje
op de slide een fandiagram van diensten: om te laten zien dat het vrije verkeer van diensten min of meer hetzelfde in
elkaar zit als het vrije verkeer van goederen. Dus dit plaatje zou je ook op precies dezelfde manier voor goederen
maken, ik bedoel hiermee dat je bijvoorbeeld gevallen hebt van directe discriminatie hebt op grond van nationaliteit.
Bijvoorbeeld een wet die zegt een Nederlandse loodgieter mag wel een dienst leveren in NL maar iemand zonder de
NL nationaliteit mag niet als loodgieter werkzaam zijn in NL, dit is directe discriminatie op grond van nationaliteit en
dit is een beperking ex 56 vweu. Dan heb je gevallen van indirecte discriminatie = die heb ik hier aangegeven als een
grotere cirkel dan directe discriminatie. Want hier is ook sprake van discriminatie. Maar deze categorie is ruimer: het
gaat niet alleen over een direct onderscheid van nationaliteit, maar het gaat ook over maatregelen die formeel op alle
dienstverleners en dienstontvangers van toepassing zijn.. Maar die een grotere negatieve invloed op buitenlandse
dienstontvangers of -verleners: zo 2 voorbeelden over. En dan de nog ruimere categorie = dit zijn de niet
discriminatoire maatregelen die niet direct en ook niet indirect discrimineren, maar die wel de markttoegang moeilijker
maken voor dienstverleners of ontvangers.
Waarom is dit een ruimere categorie? Voor de helderheid, dit is ten overvloeden, dat is omdat discriminatie eigenlijk
ook een vorm is van de een belemmering van de markttoegang.. Als je discrimineert op grond van nationaliteit, dan
belemmer je de markttoegang.
Maar omgekeerd is het niet zo dat alle belemmeringen van markttoegang discriminatie is.
Nog even een keer een vergelijking met goederen = je zou kunnen zeggen indirect discriminerende maatregel =
bijvoorbeeld het verbod op televisiereclame op bijvoorbeeld alcohol zoals in Gourmet, dat is een maatregel van
gelijke werking en het is ook belemmering van de markttoegang voor buitenlandse alcoholproducenten..
Maar er zijn ook allerlei andere voorbeelden van maatregelen die ook een belemmering van de markttoegang zijn…
maar geen discriminatie: bijvoorbeeld het verbod op gebruik van motoraanhangers, of een minimum alcohol% voor
vruchtenlikeur.
Dus die belemmeringen voor de markttoegang categorie is dus de meest ruime categorie, en daarbinnen heb je nog
specifiekere vormen van belemmeringen, namelijk maatregelen die discrimineren, indirect of direct.
Dit verbod vind je onder andere op art. 61 vweu als een toelichting op 56 vweu. Komt zelden tot nooit meer voor.
Heel vroeger had je wat voorbeelden daarvan, maar tegenwoordig worden dat soort wetten niet meer aangenomen,
uitzonderingen daargelaten.. In het wetgevingsproces is er altijd wel iemand die zegt, wacht even we mogen op
grond van het EU recht niet discrimineren op grond van nationaliteit.

Indirecte discriminatie
Indirecte discriminatie komt nog wel eens voor. Ook niet vaak meer, maar komt nog zeker wel voor. 2 voorbeelden:
De eerste zaak die ik noemde Van Binsbergen is daar het eerste voorbeeld van = Van Binsbergen gaat over een NL
jurist die onder andere als gemachtigde optrad voor cliënten bij de centrale raad van beroep. Het feit dat hij
gemachtigde was en het feit dat hij niet als advocaat optrad is van belang, zoals we kunnen lezen in de zaak.
Op een gegeven moment besloot Van Binsbergen om fiscale redenen naar België te verhuizen. En vanuit BE wilde
hij dezelfde cliënt vertegenwoordigen als gevolmachtigde bij de centrale raad van beroep in NL. En daar stuitte hij op
€25,96
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
melanievr

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
melanievr Rijksuniversiteit Groningen
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
2
Lid sinds
2 maanden
Aantal volgers
0
Documenten
3
Laatst verkocht
1 maand geleden

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen