Bestuurswetenschap Blok 1
Eerst wordt het boek ‘De Bestuurlijke Kaart van Nederland’
behandeld. Dit was voor de midterm van OBBW.
Inhoudsopgave
Hoofdstuk 1. De bestuurlijke kaart van Nederland.................................................2
Hoofdstuk 2. De Nederlandse staat........................................................................3
Hoofdstuk 3. De politiek-bestuurlijke instituties.....................................................5
Hoofdstuk 4. De organisatie van de rechtsspraak (hoeft niet voor midterm).........9
Hoofdstuk 5. Nationaal besluit: het Rijk................................................................11
Hoofdstuk 6. Middenbestuur: provincie en waterschap........................................13
Hoofdstuk 7. Lokaal bestuur: de gemeente..........................................................16
Hoofdstuk 8. Samenwerkend bestuur...................................................................18
Hoofdstuk 9. Bestuur en maatschappelijke omgeving..........................................20
Hoofdstuk 10. Europees bestuur..........................................................................21
Hoofdstuk 11. De internationale context van bestuur..........................................26
Alles wat hieronder behandeld wordt, is van het boek ‘Openbaar Bestuur’. Dit was
voor het tentamen................................................................................................ 29
Hoorcollege 1. (sommige dingen staan wel in het boek, andere niet)..................30
Hoorcollege 3. Deze komt overeen met H1 t/m 4.................................................35
Hoofdstuk 1. De wereld van het openbaar bestuur..............................................38
Hoofdstuk 2. Beleid en sturing............................................................................. 41
Hoofdstuk 3. De beleidsomgeving........................................................................42
Hoofdstuk 4. Beleidsprocessen............................................................................. 43
Hoofdstuk 5. Organisatie en omgeving................................................................45
Hoofdstuk 6. Managementbenaderingen..............................................................50
Hoofdstuk 7. Leiderschap en gedrag....................................................................53
Hoofdstuk 8. De politieke omgeving van het openbaar bestuur...........................55
Hoofdstuk 9. Politiek-ambtelijke verhoudingen.....................................................56
Hoofdstuk 10. Politiek bestuur en media..............................................................60
1
,Hoofdstuk 1. De bestuurlijke kaart van
Nederland
Wat is openbaar bestuur?
Juridisch gezien behoren alle organisaties met een publiekrechtelijke grondslag tot het
openbaar bestuur. Met publiekrechtelijke grondslag wordt bedoeld dat het bestaan van
een organisatie wettelijke is vastgeerlegd.
Kenmerken Nederlands openbaar bestuur
- Nederland is een constitutionele monarchie: dat wil zeggen dat een koning het
staatshoofd is. In tegenstelling tot een absolute monarchie is het handelen van de
koning gebonden aan een grondwet of constitutie. Dit is een geheel van
elementaire geschreven en ongeschreven regels met betrekking tot de organisatie
van een staat.
- Nederland is rechtsstaat: het overheidshandelen is onderworpen aan de regels van
het recht. Dit heet ook wel het legaliteitsbeginsel: de overheid mag alleen
handelen op grond van wettelijke bevoegdheden.
- Nederland kent een scheiding der machten, dat wil zeggen dat de wetgevende,
uitvoerende en rechtsprekende macht. Belangrijk bij dit onderscheid is dat de
organen die deze functies vervullen, zelfstandig zijn en elkaar in evenwicht
moeten houden door elkaar te controleren (checks-and-balances)
- Nederland heeft een scheiding tussen kerk en staat.
- Nederland heeft een parlementair stelstel, wat inhoudt dat de bevolking
rechtstreeks het hoogste besluitvormende orgaan kiest de Tweede Kamer.
Bij het parlementaire stelstel hoort het beginsel van ministeriële
verantwoordelijkheid: de ministers zijn verantwoordelijk, ook voor het
optreden van het staatshoofd en voor het doen het laten van de
rijksambtenaren.
Vertrouwensregel: ministers worden geacht af te treden zodra zij het
vertrouwen van de volksvertegenwoordigers verloren hebben.
Het parlementaire stelsel is daarnaast dualistisch, dit wil zeggen dat er
een duidelijke scheiding is tussen kabinet en parlement ministers
kunnen geen deel uitmaken van de Staten-Generaal.
- De Nederlandse bevolking kiest geen bestuurders.
- Het kiesstelstel is gebaseerd op een stelsel van evenredige vertegenwoordiging ,
wat wil zeggen dat het aantal zetels voor een partij in overeenstemming is het de
aanhang van die partij onder de bevolking. Dit is anders dan het districtenstelsel.
Ook hebben we hier geen kiesdrempel geen minimaal stemmenpercentage
- Nederland is een gedecentraliseerde eenheidsstaat. De rijksoverheid kan
zaken/taken geven aan lagere overheden
- Geen constitutioneel hof, zij toetsen wetten aan de Grondwet
- Geen juryrechtspraak
- Nederland is lid van de Europese Unie. Veel nationale wet- en regelgeving wordt
direct of indirect door de Europese wetgeving bepaald.
- Nederland kent een functioneel bestuur: bestuursorganen hebben een beperkt,
wettelijk vastgelegd takenpakket.
Het Nederlandse openbaar bestuur is als inclusief te typeren besluiten worden pas
genomen als er brede steun voor bestaat onder de betrokken politieke actoren
draagkracht in de besluitvorming.
De Nederlandse bestuursstijl is te karakteriseren met behulp van 6 co’s: coalitie,
compromis, consensus, collegialiteit, coöperatie en coöptatie (snelle opname van
nieuwkomers in het bestel)
2
,Hoofdstuk 2. De Nederlandse staat
Wanneer spreek je van een staat (4 kenmerken):
1. Er is sprake van een specifiek grondgebied (territorium)
2. Er is een bevolking
3. Er is een wettelijke ordening en er is een bestuurlijke organisatie die
gezaghebbend de wet- en regelgeving kan handhaven
4. Een staat is erkend door andere staten
De Staat der Nederlanden is een rechtspersoon en is dus bevoegd om rechtshandelingen
te verrichten.
Nederland is onderdeel van het Koninkrijk der Nederlanden, dat ook Aruba, Curaçao en
Sint Maarten omvat. De Nederlandse koning is het staatshoofd van het gehele Koninkrijk.
Op de eilanden wordt de koning vertegenwoordigd door een gouverneur, met elk eiland
zijn eigen.
De regering van het Koninkrijk bestaat uit de koning en de Raad van Ministers (ook wel
Rijksministerraad). alle Nederlandse ministers + drie gevolmachtigde ministers (van
elk eiland 1, die namens de regering van het eigen land optreedt)
Zoals hierboven gezegd is Nederland dus een rechtsstaat. Globaal kunnen we zeggen dat
een rechtsstaat de volgende kenmerken heeft:
- Overheidsbevoegdheden zijn vastgelegd in de wet
- Er dient sprake te zijn van een machtenscheiding. De Nederlandse staat voldoet
niet volledig aan dit beginsel. Zo is de regering actief betrokken bij
wetsvoorbereiding Grondwet bepaalt dat wetten door de regering + Staten-
Generaal worden vastgesteld.
- Er is sprake van vrije en geheime verkiezingen
- Er zijn grondrechten
- Er bestaan vrije en onafhankelijke media (persvrijheid)
Ontwikkeling openbaar bestuur
Verzuiling (circa 1880 tot medio jaren 1970)
- gezondheidszorg, onderwijs, wonen en armenzorg door maatschappelijke groepen
geregeld (georganiseerd langs levensbeschouwelijke lijnen).
- Dat werd particulier initiatief genoemd (PI). Daarnaast waren er openbare
voorzieningen (vaak gemeentelijk)
Verzorgingsstaat (circa 1930 tot medio jaren 1980)
- uitgebreid stelsel van voorzieningen, uitkeringen, verzekeringen
- Koerswijziging (vanaf jaren 1980)
heroriëntatie op verzorgingsstaat (gevolg economische crises: bezuinigingen en
verminderd geloof in centrale overheidssturing)
- Hervormingen: decentralisatie (verhevelen van macht, taken, bevoegdheden en
middelen naar lagere overheden), verzelfstandiging
(overheidsorganisatieonderdeel omgevormd naar zelfstandig publiekrechtelijk of
privaatrechtelijk bedrijf ZBO, agentschappen), privatisering (naar de markt
brengen van staatsbedrijven) en deregulering (verminderen of afschaffen van
overheidsregels)
Na de ontzuiling wordt meer verwacht van de burger
• Burgerparticipatie (meedenken, meebeslissen, meedoen)
• Zelfsturing: meer zelf doen (zelfredzaamheid) in de buurt en opvang en zorg voor
naasten
• Dat wordt ook wel de Participatiesamenleving genoemd
3
, Gedecentraliseerde eenheidsstaat (Huis van Thorbecke)
Dit bestaat eigenlijk uit 2 begrippen.
1. Decentralisatie: dit heeft betrekking op de overdracht van taken en bevoegdheden
aan lagere rechtsgemeenschappen of bestuurslagen.
2. Eenheidsstaat: dit wijst op de samenhang en coördinatie die centraal, van
bovenaf, worden opgelegd.
De verhouding hiertussen komt tot uitdrukking in de volgende begrippen:
- Autonomie: De eigen bevoegdheid van gemeenten en provincies (denk aan de
APV)
- Medebewind: de provincie of de gemeente moeten dan een regel van de regering
uitvoeren.
- Toezicht: Het principe van de eenheid is uitgewerkt in het zogenoemde toezicht.
de nationale overheid kan alle besluiten van lagere overheden vernietigen wanner
die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang
Voordelen samenwerken:
- Het is in sommige gevallen doelmatiger en rechtvaardiger
- Lagere bestuursorganen en vooral gemeenten weten vaak beter wat de
problemen op lokaal niveau zijnen waar hun inwoners behoefte aan hebben.
- Vele problemen waarmee overheden te maken hebben, beperken zich niet alleen
tot hun eigen grondgebied. Denk aan verkeer en vervoer
Gemeenten krijgen hiervoor geld vanuit het Rijk, maar dat is vaak niet genoeg. Daarom
zijn er gemeentelijke belastingen, zoals honden- en parkeerbelasting. Ook heb je
heffingen, zoals rioolheffing. En moet inwoners tarieven betalen, bijvoorbeeld voor het
afgeven van vergunningen en paspoorten.
De provincie is vaak de tussenliggende of overlappende bestuurslaag en wordt dan ook
belast met de afstemming en coördinatie.
Territoriaal bestuur: bestuur met een in principe onbeperkt takenpakket (open
huishouding) binnen het eigen territorium)
Functioneel bestuur: bestuur met een beperkt wettelijk vastgelegd takkenpakket.
4