Hoorcollege 1A.......................................................................................................................1
Hoorcollege 1B.......................................................................................................................9
Hoorcollege 2A.....................................................................................................................19
Hoorcollege 2B.....................................................................................................................30
Hoorcollege 3A.....................................................................................................................40
Hoorcollege 3B.....................................................................................................................50
Hoorcollege 4A.....................................................................................................................59
Hoorcollege 4B.....................................................................................................................69
Hoorcollege 5A.....................................................................................................................79
Hoorcollege 5B.....................................................................................................................85
Hoorcollege 6A.....................................................................................................................93
Hoorcollege 6B...................................................................................................................100
Jurisprudentie per onderwerp..............................................................................................107
Hoorcollege 1A
Sheet 1
IPR-jurist denkt heel anders dan de gewone jurist. IPR is geen privaatrecht. Het gaat om een
bepaalde mindset. We moeten kijken met een IPR-bril.
1
,Sheet 12
Je gaat het pas zien als je het door hebt.
Sheet 14
Internationale gevallen. Buitenlandse bedrijven. Zoals een BenB in Suriname. Heb je dan te
maken met Surinaams of Nederlands recht? Stel je gaat een samenlevingscontract aan. Welk
recht dan van toepassing? Moet je een huwelijk in Nederland erkennen? Welk
huwelijksvermogensregime?
Sheet 19
Max Verstappen woont in Monaco. Dochter gekregen. Niet getrouwd. Hij zal het kind moeten
erkennen. Welk recht bepaalt of er een afstammingsrelatie ontstaat? En welke naam krijgt
zo’n kind? Hoe zit het met gezag?
Sheet 21
Buitenlandse arbeidsovereenkomst. Welk recht van toepassing. Stel Arne Slot wil dat ding
ontbinden. Kan dat bij de Nederlandse rechter?
Sheet 24
MyJewellery. Nederlandse onderneemster heeft dat opgericht. 103 miljoen jaaromzet, netto
omzet 15 miljoen. Ook veel handel in Duitsland, België en Frankrijk. Ze koopt alle spullen
voor die sieraden in China. Ze laat veel spullen maken in China. Internationale overeenkomst.
De vraag is welk recht dan van toepassing is. Stel er is iets niet goed, Nederlandse rechter of
Chinese bevoegd? Allemaal IPR.
Sheet 29
Vorderingen tegen Google. Google zit op verschillende plekken. Is dan één rechter bevoegd?
Rechtbank stelt die vraag of hij wel bevoegd is en welk recht hij moet toepassen. Rome II
Verordening. Daarin staan regels welk recht van toepassing is.
Sheet 38
Kan je een Amerikaans vonnis is Nederland executeren? Moet je dat in Nederland erkennen?
Punitive damages verdragen zich niet tot het Nederlands aansprakelijkheidsrecht. Dat is in
strijd met Nederlandse openbare orde. Daar komen we nog op terug.
Sheet 41
Als we al die zaken bij elkaar nemen zien we drie hoofdonderdelen van IPR terug.
1. Is de Nederlandse rechter bevoegd? Internationaal bevoegdheidsrecht. Rechtsmacht.
2. Als de Nederlandse rechter vindt dat hij bevoegd is, welk recht gaat hij dan toepassen?
Conflictenrecht. Past de Nederlandse rechter wel eens Chinees of Amerikaans recht toe? Ja,
soms moet dat wel. Dat wordt vervelend gevonden want kost veel tijd. Wordt zo weinig
mogelijk gedaan.
3. Internationale erkennings- en tenuitvoerleggingsrecht. Beslissing van buitenlandse rechter.
Sheet 42
Ieder land heeft zijn eigen IPR-regels. Dat betekent dat de rechter in Zuid-Afrika of Australië
zijn eigen IPR regels heeft. Afhankelijk van je cliënt kan je gaan forumshoppen. Met het IPR
kan je in de praktijk interessante dingen doen.
2
,Sheet 43
IPR. Geen internationaal recht, het is nationaal recht. Nederlandse regels voor internationale
gevallen. Ook geen privaatrechtelijke regels. Het zegt niet of wanprestatie leidt tot
schadevergoeding. Doel is om te zorgen dat het internationale rechtsverkeer soepel verloopt.
Want wat gebeurt er als je gewoon altijd Nederlands recht toepast? Dan wil niemand meer
zaken met je doen. Dan stokt de economie, stort de maatschappij in elkaar, etc. Het is
noodzaak om rekening te houden met wat men in het buitenland vindt. Je moet een systeem
van regels maken waarin je bepaalt waarin de rechter bevoegd is en welk recht je toepast. Het
moet in de wereld aanvaardbaar zijn en geaccepteerd worden. IPR blijft wel gebaseerd op
eigen waarden, normen en rechtsbeginselen.
Een rechtsverhouding kan hinkelen. Een huwelijk geldig gesloten in het buitenland, maar
volgens Nederlands IPR niet. Dan is iemand gehuwd in het buitenland en in Nederland niet.
Het huwelijk is iets bijzonders. Je kent de huwelijken die in Amerika worden gesloten tijdens
een vakantie. In Las Vegas kan je ‘trouwen’. Leuk voor de foto. In Nederlands IPR staat dat
als een huwelijk geldig is volgens het land waar het gesloten is, dan is het ook geldig in
Nederland. Een Las Vegas huwelijk is geldig daar, maar ook in Nederland. Als je geen
huwelijkse voorwaarden maakt, dan geldt het wettelijk stelsel. Tot voor kort vloeiden de
vermogens dan samen.
Sheet 46
IPR is lastig want de regels staan verspreid over meerdere wetten. We hebben verordeningen
van de EU, een heleboel. Daarnaast nog allerlei verdragen. Verordeningen weer allemaal een
ander ruimtelijk toepassingsgebied vanaf een bepaalde datum. Geldt ook voor de verdragen.
Telkens moet je kijken in de wet. Blz 306 van de bundel. Brussel I Bis. Bij elke
tentamenvraag moet je zeggen wat het materiële, formele toepassingsgebied en het temporeel
toepassingsgebied. Materieel moet gaan om burgerlijke zaak. Formeel toepassingsgebied staat
in art. 4. Temporeel staat aan het eind van de wet. Vanaf een bepaalde datum van kracht,
namelijk 10 januari 2015 (vorderingen die daarna zijn ingesteld).
Als het buiten het toepassingsgebied valt moet je een treedje lager, kijken naar een verdrag. Is
dat er niet? dan val je terug op boek 10 BW.
Sheet 51
Nu naar onderdeel 2. Het toepasselijke recht.
Wanneer heb je te maken met IPR? Wanneer heb je het nodig? Regels die bepalen welk recht
je moet toepassen. Je hebt land A en land B. Als het recht in land A en B precies hetzelfde zijn
dan maakt het niet uit. Je hoeft dan niet te kiezen. Maar als het verschilt,
rechtsverscheidenheid, dan gaat IPR spelen. Als het recht verschilt is het nog niet per se erg,
zolang ieder in zijn eigen land blijft. Dan heb je ook geen IPR-probleem.
Sheet 53
Door de geschiedenis van het conflictenrecht (conflicten tussen rechtsstelsels) dan zijn steeds
twee vragen belangrijk. Waarom moet je buitenlands recht toepassen? En als je vindt dat het
moet, hoe moet je dat dan doen? op basis van welke uitgangspunten/beginselen? Waarom
zouden we buitenlands recht toepassen? Nederlands recht is toch prima? Als je het niet doet
3
, dan isoleer je jezelf internationaal. Het is economische noodzaak om buitenlands recht te
accepteren.
Sheet 54
De Grieken hadden stadsstaten. In die polissen hadden vreemdelingen geen rechten.
Romeinen waren ook heel praktisch. Gebied veroverd dan gold het Romeinse recht. Wel een
verschil tussen Romeinen en niet-Romeinen, maar dat werd later rechtgetrokken. Niet echt
reden om te denken over een grondslag. Geen verschillend recht. Germanen hadden wel wat
regels, maar niet heel erg goed uitgewerkt en alleen maar als het ging om PFR.
Sheet 55
In twaalfde eeuw kwam het tot ontwikkeling. Stadstaatjes. Allemaal Romeins recht. Maar die
staatjes gingen eigen wetten maken. Op zich niet erg, maar economie kwam tot bloei.
Sheet 56
Je gaat dan nadenken wat het geldingsbereik is van je eigen recht.
Bartolus was de eerste die zich daarover actief ging bezighouden.
Sheet 57
Statutisten: stadstaatjes maakten wetten en die wetten noemen we statuta. Twee vragen die ze
zichzelf stelden: kunnen we onze statuta toepassen op vreemdelingen? En kunnen onze eigen
wetten ook gelden buiten eigen stad? Ze redeneerden vanuit hun eigen BW/privaatrecht.
Sheet 59
Ze pakten hun BW en vanuit de inhoud probeerde men te bedenken wat de reikwijdte van die
regels zou moeten zijn. Drie klassen. Aard, strekking bepaalde het toepassingsgebied.
Sheet 60
Als het ging om regels die op de persoon betrekking hebben dan gaan we kijken wat de
strekking van die regel is. Is het nadelig/voordelig? Wet die verbiedt dat persoon jonger dan
25 jaar een testament maakt, strekt tot bescherming van de minderjarige. Dat is voordelig
voor die persoon. Als die persoon naar een andere stad gaat dan moet die regel blijven gelden.
Maakt een persoon uit Genua een testament in Florence dan is dat niet geldig.
Sheet 61
verbiedt de wet dat dochters erven als er zoons zijn. Dan is dat nadelig voor de dochter.
Buiten die stad volgt het de dochters niet.
zo probeerde men redeneringen te bedenken om de reikwijdte van het eigen materiële recht te
bepalen.
Sheet 63
In hoeverre kan je je eigen BW toepassen op je eigen bewoners als diegene in het buitenland
zijn of wonen. Kijken naar de strekking vanuit het materiële recht deed men toen dus.
Over de grondslag dacht men niet echt na. Er werd alleen gedacht aan de handel.
Sheet 64
Statutenleer was in Frankrijk verder ontwikkeld.
4