Algemene situering
● Snijtanden = 2 tanden per kwadrant (centraal + lateraal).
● Mesiale vlakken van de centrale bovensnijtanden raken elkaar in
de mediaan (tenzij er een diasteem is).
● Nummering:
○ Boven: 11–21 (centrale), 12–22 (laterale)
○ Onder: 31–41 (centrale), 32–42 (laterale)
Functies
● Snijden van voedsel
● Articulatie / spraakvorming
● Esthetiek: ondersteunen van de lippen
● Geleidende functie voor onderkaak bij protractie
Morfologische basiskenmerken
● 3 vestibulaire ontwikkelingslobben → zichtbaar als mamelons (vooral bij eruptie;
slijten later af)
● Slijtage:
○ Boven: slijtfacetten aan linguale zijde
○ Onder: slijtfacetten aan vestibulaire zijde
Mamelons zijn drie kleine, afgeronde knobbeltjes
die je kunt zien op de incisale rand (snijrand) van
pas doorgebroken (net geëruptiseerde)
snijtanden.
Je ziet ze vooral bij centrale en laterale snijtanden
van kinderen en jongvolwassenen.
Ze zijn het gevolg van de drie ontwikkelingslobben
waaruit de tandkroon is gevormd.
Aanwezig op het vestibulaire (voorste) oppervlak
van snijtanden.
Meestal tijdelijk: verdwijnen na verloop van tijd door
slijtage tijdens kauwen en bijten.
, incisale slijtage: vorming slijtfacetten thv linguale zijde
(binnenkant) van bovensnijtanden en thv vestibulaire
zijde (buitenkant) van de ondersnijtanden
Algemene kenmerken van definitieve snijtanden
Vestibulair aanzicht
● Mesiale en distale contourlijnen convergeren cervicaal.
Vanuit vooraanzicht lopen de mesiale en distale zijden van de
snijtand naar elkaar toe wanneer je van het contactpunt naar de
tandhals gaat. Hierdoor is de tand bovenaan breder en onderaan
smaller.
De kroon is:
● Breder ter hoogte van de incisale rand
● Smaller richting de cervix