Na een intensieve en inspirerende periode van bijna vier maanden ligt mijn eindopdracht voor de
eerste fase van mijn Bachelor Bedrijfskunde voor u klaar. Het resultaat is een adviesnota met een
onderwerp waarbij ik als docent gitaar direct betrokken ben: de terugloop van cursisten. De
opdrachtgever voor deze adviesnota is dhr. John X, afdelingshoofd Kunsteducatie en
Talentontwikkeling bij het Kunstencentrum X.
Bij deze instelling ben ik werkzaam als docent gitaar. De omslag van een verzorgingsstaat naar een
participatiesamenleving heeft ingrijpende gevolgen voor de Nederlandse cultuursector. De subsidies
waarvan de kunst- en cultuursector lang afhankelijk zijn geweest worden anders ingezet en verdeeld
of verdwijnen. Om in te spelen op deze ontwikkeling en een bijdrage te leveren aan de continuïteit
van het Kunstencentrum X, volg ik de Bacheloropleiding Bedrijfskunde bij de NCOI.
Graag wil ik mijn docent Martin van Brakel bedanken voor de duidelijke en verhelderende lessen
tijdens de twee bijeenkomsten in Utrecht in januari en februari jongstleden. Ook wil ik mijn
medestudenten bedanken voor de samenwerking en feedback tijdens de bijeenkomsten. Ten slotte
wil
ik mijn dank uiten naar mijn opdrachtgever, dhr. X voor zijn tijd, advies, waardevolle
overlegmomenten en de mogelijkheid om ervaring en kennis op te doen bij het Kunstencentrum
X.
,Samenvatting
Dit adviesrapport gaat over het teruglopend aantal cursisten bij het Kunstencentrum X, in het
bijzonder bij de cursussen muziek. Het aantal cursisten voor muzieklessen bij het Kunstencentrum X
daalt sinds 2020. Het gevolg is dat docenten jaarlijks te maken krijgen met deeltijdontslag en
leegstaande uren. Deze bedreiging voor de afdeling muziek vormt de basis voor dit onderzoek.
De centrale hoofdvraag bij dit onderzoek luidt: ‘welke factoren spelen een rol bij de toestroom van
cursisten en welke relaties kunnen onderzocht worden om de negatieve effecten van de huidige trend
tegen te gaan?’ Om een antwoord te krijgen op deze vraag zijn er vijf deelvragen geformuleerd die
vanuit een bedrijfseconomisch, logistiek, marktgericht en strategisch perspectief een bijdrage leveren
op de hoofdvraag. In het theoretisch kader wordt onderzoek gedaan naar de in- en externe factoren
die een rol spelen bij het probleem en om een beeld te krijgen de plaats van het Kunstencentrum in
het geheel. Naar aanleiding hiervan worden vier hypotheses geformuleerd die voorzien worden van
een onderzoeksontwerp.
De adviesnota sluit af met een beschrijving van de analyses die uitgevoerd worden om de
verzamelde kwalitatieve- en kwantitatieve gegevens organiseren en analyseren. Voor het toetsen van
de relatie tussen de toestroom van cursisten en een negatieve balans tussen de prijs en vraag is
gekozen voor een kwantitatieve benchmark analyse omdat de brancheorganisatie Cultuurconnectie
relevante gegevens heeft van alle aangesloten Kunstencentra in Nederland. Voor de overige
hypothesen is gekozen voor kwalitatief onderzoek op basis van deskresearch en panelonderzoek.
Dit levert waardevolle informatie op over de achterliggende behoeften, meningen en motivaties van
alle betrokken doelgroepen met betrekking tot het probleem bij het Kunstencentrum X.
,