Het hormoonstelsel speelt een essentiële rol in de regulatie van diverse
lichaamsprocessen, waarbij het, in tegenstelling tot het zenuwstelsel, gebruikmaakt
van hormonen als chemische boodschappers voor langzamere, doch langdurige
effecten. Deze hormonen beïnvloeden de stofwisseling en cel activiteit door te binden
aan specifieke eiwitreceptoren op doelcellen of doelorganen. Hun functies zijn breed
en omvatten het veranderen van membraandoorlaatbaarheid, het activeren of
deactiveren van enzymen, het stimuleren of remmen van celdeling, en het bevorderen
of remmen van de afscheiding van producten.
⚖️ Regulatie van Hormoonproductie
De hormoonspiegel wordt nauwkeurig gereguleerd door verschillende mechanismen.
Antagonistische hormonen, zoals insuline en glucagon, werken samen om
tegengestelde effecten te bewerkstelligen, bijvoorbeeld bij de bloedsuikerspiegel.
Negatieve feedback is een cruciaal mechanisme waarbij de geproduceerde stof de
verdere aanmaak van het hormoon remt. Hormoonklieren worden geactiveerd door drie
primaire prikkels:
• Hormonaal: stimulatie door andere hormonen.
• Humoraal: invloed van de concentraties van stoffen in het bloed (bijvoorbeeld
calcium).
• Neuraal: stimulatie door zenuwimpulsen, zoals bij de afgifte van adrenaline
tijdens stress.
🧠 Belangrijkste Hormoonorganen en Hormonen
Hypothalamus en Hypofyse
De hypofyse, ook wel de 'hoofdhormoonklier' genoemd, is via een steeltje verbonden
met de hypothalamus en reguleert de activiteit van vele andere hormoonklieren. De
hypofysevoorkwab produceert diverse hormonen, waaronder:
• Groeihormoon (GH): essentieel voor de groei van skeletspieren en lange botten,
en stimuleert de vetverbranding voor energie.
• Prolactine (PRL): draagt bij aan borstontwikkeling en stimuleert melkproductie
na de bevalling.
• FSH (Follikelstimulerend hormoon) en LH (Luteïniserend hormoon): stimuleren
de geslachtsklieren bij zowel mannen als vrouwen.
• TSH (Thyroïdstimulerend hormoon): beïnvloedt de schildklier.
, • ACTH (Adrenocorticotroop hormoon): regelt de bijnierschors. De
hypofyseachterkwab slaat twee hormonen op die in de hypothalamus worden
aangemaakt:
• Oxytocine: stimuleert baarmoedercontracties tijdens de bevalling en de
toeschietreflex bij borstvoeding; functioneert ook als neurotransmitter
('knuffelhormoon').
• Antidiuretisch hormoon (ADH) of vasopressine: vermindert urineproductie
door waterretentie in de nieren, wat het bloedvolume en de bloeddruk verhoogt.
Pijnappelklier (Epifyse)
De pijnappelklier produceert melatonine, cruciaal voor het slaap-waakritme, en
serotonine, dat stemming en emoties beïnvloedt.
Schildklier
De schildklier produceert:
• Schildklierhormonen (T3 en T4): essentieel voor de stofwisseling, bloeddruk,
hartslag, groei en ontwikkeling; reguleren de snelheid waarmee glucose wordt
omgezet in ATP en warmte. Jodium is hierbij onmisbaar.
• Calcitonine: verlaagt het calciumgehalte in het bloed door de afzetting van
calcium in botten te bevorderen.
Bijschildklieren
De vier bijschildklieren produceren Parathormoon (PTH), dat het calciumgehalte in het
bloed verhoogt door calcium vrij te maken uit botten, de opname uit de darmen te
stimuleren (met hulp van vitamine D) en de heropname door de nieren te bevorderen.
Calcium is van vitaal belang voor bloedstolling, zenuwgeleiding en spiercontractie.
Bijnieren
De bijnieren bestaan uit een bijnierschors en een bijniermerg.
• De bijnierschors produceert:
o Aldosteron: bevordert natrium- en waterretentie in de nieren, wat de
bloeddruk verhoogt.
o Cortisol: een 'stresshormoon' dat helpt bij het omgaan met langdurige
stress, de bloedglucose verhoogt en ontstekingsreacties onderdrukt.
o Androgenen en oestrogenen: kleine hoeveelheden geslachtshormonen.
lichaamsprocessen, waarbij het, in tegenstelling tot het zenuwstelsel, gebruikmaakt
van hormonen als chemische boodschappers voor langzamere, doch langdurige
effecten. Deze hormonen beïnvloeden de stofwisseling en cel activiteit door te binden
aan specifieke eiwitreceptoren op doelcellen of doelorganen. Hun functies zijn breed
en omvatten het veranderen van membraandoorlaatbaarheid, het activeren of
deactiveren van enzymen, het stimuleren of remmen van celdeling, en het bevorderen
of remmen van de afscheiding van producten.
⚖️ Regulatie van Hormoonproductie
De hormoonspiegel wordt nauwkeurig gereguleerd door verschillende mechanismen.
Antagonistische hormonen, zoals insuline en glucagon, werken samen om
tegengestelde effecten te bewerkstelligen, bijvoorbeeld bij de bloedsuikerspiegel.
Negatieve feedback is een cruciaal mechanisme waarbij de geproduceerde stof de
verdere aanmaak van het hormoon remt. Hormoonklieren worden geactiveerd door drie
primaire prikkels:
• Hormonaal: stimulatie door andere hormonen.
• Humoraal: invloed van de concentraties van stoffen in het bloed (bijvoorbeeld
calcium).
• Neuraal: stimulatie door zenuwimpulsen, zoals bij de afgifte van adrenaline
tijdens stress.
🧠 Belangrijkste Hormoonorganen en Hormonen
Hypothalamus en Hypofyse
De hypofyse, ook wel de 'hoofdhormoonklier' genoemd, is via een steeltje verbonden
met de hypothalamus en reguleert de activiteit van vele andere hormoonklieren. De
hypofysevoorkwab produceert diverse hormonen, waaronder:
• Groeihormoon (GH): essentieel voor de groei van skeletspieren en lange botten,
en stimuleert de vetverbranding voor energie.
• Prolactine (PRL): draagt bij aan borstontwikkeling en stimuleert melkproductie
na de bevalling.
• FSH (Follikelstimulerend hormoon) en LH (Luteïniserend hormoon): stimuleren
de geslachtsklieren bij zowel mannen als vrouwen.
• TSH (Thyroïdstimulerend hormoon): beïnvloedt de schildklier.
, • ACTH (Adrenocorticotroop hormoon): regelt de bijnierschors. De
hypofyseachterkwab slaat twee hormonen op die in de hypothalamus worden
aangemaakt:
• Oxytocine: stimuleert baarmoedercontracties tijdens de bevalling en de
toeschietreflex bij borstvoeding; functioneert ook als neurotransmitter
('knuffelhormoon').
• Antidiuretisch hormoon (ADH) of vasopressine: vermindert urineproductie
door waterretentie in de nieren, wat het bloedvolume en de bloeddruk verhoogt.
Pijnappelklier (Epifyse)
De pijnappelklier produceert melatonine, cruciaal voor het slaap-waakritme, en
serotonine, dat stemming en emoties beïnvloedt.
Schildklier
De schildklier produceert:
• Schildklierhormonen (T3 en T4): essentieel voor de stofwisseling, bloeddruk,
hartslag, groei en ontwikkeling; reguleren de snelheid waarmee glucose wordt
omgezet in ATP en warmte. Jodium is hierbij onmisbaar.
• Calcitonine: verlaagt het calciumgehalte in het bloed door de afzetting van
calcium in botten te bevorderen.
Bijschildklieren
De vier bijschildklieren produceren Parathormoon (PTH), dat het calciumgehalte in het
bloed verhoogt door calcium vrij te maken uit botten, de opname uit de darmen te
stimuleren (met hulp van vitamine D) en de heropname door de nieren te bevorderen.
Calcium is van vitaal belang voor bloedstolling, zenuwgeleiding en spiercontractie.
Bijnieren
De bijnieren bestaan uit een bijnierschors en een bijniermerg.
• De bijnierschors produceert:
o Aldosteron: bevordert natrium- en waterretentie in de nieren, wat de
bloeddruk verhoogt.
o Cortisol: een 'stresshormoon' dat helpt bij het omgaan met langdurige
stress, de bloedglucose verhoogt en ontstekingsreacties onderdrukt.
o Androgenen en oestrogenen: kleine hoeveelheden geslachtshormonen.