1.De methoden voor het diagnosticeren van infectieziekten - microscopie, kweken, PCR bij
moeilijk kweekbare bacterien
1. Microscopisch laboratoriumonderzoek, aanwezigheid microben en immuunsysteem >
- Identificatie microben
- Aan of afwezigheid van antilichamen, acuut of al eerder geïnfecteerd
- Gevoeligheid van de microben voor antibiotica
- Respons van een behandeling door aanwezigheid virulentiefactoren
Monster/specimen - gebruik voor kweek (duurt soms weken), bloedtest of PCR (sneller)
Steriele gebieden: bloed, beenmerg, CSF, serum, weefsel, lage luchtwegen en blaas
Gebieden met commensale microben, kan je aanraken of komt eten langs: huid, mond, neus,
hoge luchtwegen, maag/darmstelsel, vrouwelijke genitale, urethra
2. Kweek van microben - bacteriën en schimmels direct van de patiënt op een preparaat
- Vloeibaar medium/bouillon - test aanwezigheid van maar 1 microben, geen grootte of
hoeveelheid
- Vast medium/agarplaat - morfologie kolonies
Identificatie van kenmerken
- Gramkleuring > gram positief of negatief
, - Celmorfologie en rangschikking > kokken/staven en paren/ketens
- Vermogen om te groeien onder anaerobe of aerobe omstandigheden
- Groeivereisten > eenvoudig of nauwkeurig
Verdere identificatie van biochemische eigenschappen, in 2-4 uur
- Het vermogen om enzymen te produceren
- Het vermogen om suikers te metaboliseren via een oxidatieve route of door fermentatie
(aëroob of anaëroob)
- Het vermogen om substraten te gebruiken voor groei (bijv. glucose, lactose, sucrose)
Schimmels - koloniale kenmerken en celmorfologie
Protozoa en helminthen - microscopie
Virussen - serologie, op nucleïnezuur gebaseerde testen (PCR)
Niet-culturele technieken - detecteren microben zonder dat vermenigvuldiging nodig is > snelle
resultaten
Genprobing - gemaakte nucleïnezuur probe (kort fragment DNA of RNA) bindt aan een
complementaire DNA sequentie > PCR maakt snel veel kopieën, geen kweek nodig = nuttig voor
pathogenen die moeilijk te kweken zijn, virussen en protozoa
Real-time PCR - meerdere probes > kan op meer dan 1 pathogeen testen, multiplexing
Serologie - retrospectief > toont aan dat er ooit antilichamen aanwezig waren, zegt niets over de
aanwezigheid van de ziekte op dit moment - bloedgroepen kunne worden bepaald en microben
opgespoord
2. De belangrijkste verwekkers, diagnostiek en antibioticabeleid: Endocarditis,
Meningitis en Urineweginfecties.
UTI’s - meeste acuut > snel over, ernstig > verlies nierfunctie, onderscheid: cystitis (blaas),
urethritis (urineleider) en vaginitis, door opstijgende bacteriën urethra naar blaas overslaan op
de nier (sepsis) of bacterie komt via het bloed bij de nieren -
Verwekkers - Meeste pathogenen in urinewegen komen uit de fecale/darmflora > alleen aerobe
bacteriën kunnen een infectie veroorzaken
Bacteriële verwekkers >
, - CAP: Serotype O, K, E-E.coli 80%, Coagulase-negative Staphylococcus (CoNS) 10%
Staphylococcus epidermis en aureus, Enterococcus faecali, Staphylococcus saprophyticus
(jonge actieve vrouwen), Proteus Mirabilis 5% > grampositief
- HAP: vooral door katheterisatie - Serotype O, K, E-E.coli 40%, Klebsiella, Enterobacter,
Proteus en Pseudomonas Aeruginosa 25%, Proteus Mirabilis 11% > gram negatief en
vaak resistent tegen antibiotica
E.coli produceert hemolysine > kan nierschade veroorzaken
Proteus Mirabilis - gram negatief, kan urine stenen veroorzaken
Schimmels - Candida, opportunistische ziekteverwekker
Virale UTI’s zijn zeldzaam - geassocieerd met cystitis (blaasontsteking) en nieraandoeningen
- Humane polyomavirussen JK en BK - verspreiden van de luchtwegen naar de
epitheelcellen van de niertubuli en ureter, vaak bij niertransplantatie > kan leiden tot
hemorragische cystitis/blaasontsteking
- Cytomegalovirus CMV en rubella - asymptomatisch in de urine van kinderen en
pasgeborenen
- Bepaalde serotypen Adenovirus - oorzaak hemorragische cystitis/blaasontsteking
- Hantavirus - door knaagdieren, infectie capillairen nieren > koorts, nierfalen en
proteïnurie
- Bof en HIV
Protzoon Trichomonas Vaginalis > urethritis en vaginitis - Schistosoma Haematobium >
blaasontsteking en hematurie - Blaaskanker
Vesico-ureterale reflux - terugstroomde urine van blaas via ureters naar de nieren, kinderen
Diagnostiek: Klinische symptomen - vaak asymptomatisch bij oudere
Na de infectie kunnen IgG en IgA antilichamen worden aangetoont
- Dysurie - Pijn of branderig gevoel bij het urineren
- Vaker plassen
- Urgentie om te plassen
- Pyurie of bacteriurie - troebele urine
- Hematurie - bloed in de urine
Onderste UTI’s - komen vaker terugkerende infecties voor - cystitis, prostatitis > koorts,
perineum en lage rugpijn, dysurie, vaker plassen
Bovenste UTI’s - Pyelonefritis, ontsteking nier
UTI’s kan je moeilijk onderscheiden, UPEC E.coli is vaak de verwekker
Asymptomatische gevallen onderzoeken door urinemonsters te testen in het lab, essentieel bij:
zwangere, kinderen, ouderen, diabetes patienten en patienten met urineweg behandeling
Kwantitatieve methoden - verschil tussen contaminatie en infectie, detectie door significante
bacteriurie in het MSU-sample - infectie is significant als er meer dan 10^5 organisme per
milliliter - Penis/Schaamlippen wassen met zeep >
, Normaal: plassen in een steriel potje, eerste deel niet opgevangen zodat contaminanten lager
urethra wegspoelen
Kinderen: Bag urine > zakje aan penis of perineum om plas te verkrijgen, vaak ook fecale
bacteriën - oplossing: plas met een naald uit de blaas gehaald
Patiënten met katheter: urine uit de katheter slang (niet urinezak)
+ Gebruik katheter - vermijd gebruik, kortst mogelijke duur, goed inbrengen + handen
wassen, gesloten steriele drain
Urine moet binnen een uur worden gekweekt, 24 uur bewaren op 4 graden - antibioticagebruik
en vochtinname moet bekend zijn om de urine goed te kunnen interpreteren
Urinemonsters moeten macroscopisch en microscopisch worden onderzocht + gekweekt met
kwantitatieve of semi kwantitatieve methoden
1. Microscopisch - geen zekere diagnose, geeft wel aan of het sample voldoet, Steriel
pyurie: aanwezigheid witte/rode bloedcellen en pus maar geen infectie > door andere
aandoening dan UTI
2. Kweken - resultaat binnen 18-24 uur, interpretatie hangt af van: moet binnen een uur
worden gekweekt of 24 uur bewaren op 4 graden, antibioticagebruik en vochtinname
moet bekend zijn, MSU-sample richtlijnen moet kloppen
Behandeling/antibioticabeleid
1. Ongecompliceerde UTI - 40% geneest binnen 4 weken > advies om veel te drinken en 3 dagen
2 keer per dag antibiotica voor sneller genezing + verlichting klachten
- Trimethoprim-sulfamethoxazole - meest gebruikte, blinde behandeling, resistentie
neemt toe
- Trimethoprim - resistentie neemt toe |”
- Nitrofurantoine - ongecompliceerde UTI door E. coli en Staphylococcus saprophyticus
- Ciprofloxacine, levofloxacine, ofloxacin - breed spectrum, niet tegen enterococci
resistentie neemt toe
2. Gecompliceerde UTI (pyelonefritis) heeft een langere periode van behandeling (bijv. 10-14
dagen).
Meningitis - infectie CS, overgedragen infectieuze agentia via perifere zenuwen of door het
bloed - barriers tegen infecties via het bloed, bloed-brein-barrière >
encefalitis/hersenontsteking
Verwekkers >
- Infecteren de cellen van de barrière
- In intracellulaire vacuole (passief) over de barrière
- Overgedragen via geïnfecteerde witte bloedcellen
Infectie oraal binnengedrongen - kan bloed-hersenbarrière over > encefalitis en verlamming en
bloed-CSF-barrière > meningitis