Ontwikkelingspsychopathologie
Samenvatting
Boek hoofdstuk: 1,2,5,6,7,8,9,11,12,13,14,15,16,17
Alle hoorcolleges
Hoorcollege 1: Classificeren en classificatie systemen
Boek hoofdstuk 1 en 2
, Ontwikkelingspsychopathologie
Ontwikkelingspsychologie= de studie van de normale ontwikkeling
Klinische psychologie= de studie van de afwijkende ontwikkeling
(ortho)pedagogiek= de studie van opvoedkundige praktijk
(kinder)psychiatrie= de studie van psychiatrische stoornissen
Sociologie= studie van maatschappelijke normen, waarden en processen
Culturele antropologie= studie van culturen
Psychopathologie= de wetenschap waarin psychische stoornissen worden bestudeerd.
Ontwikkelingspsychopathologie= het ontstaan en het beloop van psychische stoornissen worden
onderzocht.
Een psychische stoornis kent nooit maar één oorzaak. Het is altijd het resultaat van een
wisselwerking tussen biologische en omgevingsfactoren.
Een psychische stoornis komt tijdens de adolescentie meer voor dan tijdens de vroege- en midden
kindertijd. Ook komen psychische stoornis vaker voor bij jongens dan bij meiden, dat komt door de x
en y chromosomen, vrouwen hebben meer bescherming door twee x chromosomen.
Afwijkend gedrag of een psychische stoornis wordt niet als statisch gezien (iets wat je hebt of niet
hebt), maar als dynamisch (je kunt er soms last van hebben en vaak niet, soms een beetje last en dan
juist weer heel veel)
Epidemiologisch onderzoek= wetenschappelijke studie van het vóórkomen en de oorzaken van
ziekten.
Een maat binnen epidemiologisch onderzoek is prevalentie hoe vaak een stoornis vóórkomt
- Zeer zeldzaam minder dan 1%
- Zeldzaam ongeveer 1%
- Niet zo zeldzaam 2-5%
- Minst zeldzaam meer dan 5%
Er zijn vier soorten prevalentie:
1. Ooit prevalentie/ lifetime prevalentie het percentage kinderen dat ooit in hun leven een
bepaalde stoornis heeft gehad.
2. Jaar prevalentie het percentage kinderen dat afgelopen jaar een stoornis heeft gehad
3. Maand prevalentie het percentage kinderen dat afgelopen maand een stoornis heeft
gehad.
4. Punt prevalentie het percentage kinderen dat op een bepaald moment een stoornis
heeft.
Prevalentie moet niet verward worden met:
Incidentie het aantal nieuwe ziektegevallen in een bepaalde periode (meestal een jaar)
Wordt niet gebruikt in dit boek
Ontwikkelingsperspectief – normale ontwikkeling
Vroege kindertijd (0-6) bedplassen, driftbuien en separatieangst
Midden kindertijd (6-12) bang in het donker en beweeglijk
Adolescentie (12-18) experimenteren, grenzen verkennen en stemmingswisselingen
Ontwikkelingsperspectief - ontstaan psychopathologie
Vroege kindertijd ASS
Midden kindertijd oppositioneel opstandige gedragsstoornis ODD, construct disorder/ norm
overschrijdende geragsstoornis CD en angststoornissen
Adolescentie stemmingsstoornissen, eetstoornissen en schizofrenie
, Ontwikkelingspsychopathologie
Wanneer is er sprake van (ontwikkelings)psychopathologie
1. Er moeten klachten zijn
- Lichamelijk functioneren
- Gedrag
- Emoties
- Cognities
- Relaties
2. Wanneer klachten:
- Niet passen bij de leeftijd
- Niet/ zeer moeilijk te corrigeren zijn
- Het algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloeden
- Het kind en/of de omgeving doen lijden
- Uiteindelijk mogelijk ontwikkeling doen stagneren
Deze rijtjes uit je hoofd kennen voor het tentamen
Classificatie en classificatiesystemen
Classificatie= iets (een situatie, persoon of voorwerp) herkennen, er de juiste naam aan geven en het
vervolgens indelen in een categorie, het is alleen beschrijvend, niet verklarend.
Om te kunnen classificeren moeten we waarnemen, maar ook onderscheid kunnen maken tussen de
categorieën waarin we de waarnemingsresultaten indelen.
Differentiaaldiagnose= bij een psychische stoornis moet men zich altijd afvragen of er nog een
andere psychische stoornis is die dezelfde symptomen kan veroorzaken en die dus uitgesloten moet
worden.
Comorbiditeit= het tegelijkertijd vóórkomen van stoornissen.
Classificatiesystemen= dit zijn systematische beschrijvingen van gedrag op basis van door
wetenschappers onderscheiden en gegroepeerde gedragskenmerken, met als doel gedrag in te
delen, bijv. om te bepalen of er sprake is van een stoornis of om onderscheid te maken tussen
stoornissen.
Psychische stoornissen zijn altijd een kwestie van observeren. Dit is een subjectief proces dat, onder
andere door het DSM systeem, zo objectief mogelijk wordt gemaakt.
Veelgebruikte classificatiesystemen:
International Classification of Diseases (ICD nu ICD-11)
Ontwikkelt door WHO= World Health Organization
Diagnostic and Statistical Manual of the mental disorders (DSM nu DSM-5)
APA= American Psychiatric Association
- consensus experts
Voordelen van deze systemen:
- Duidelijke beschrijving kern problematiek
- Internationale eenduidigheid (onderzoek, onderwijs, beleid, communicatie)
- Richtinggevend voor behandelingen (bij de ene stoornis worden vaker medicijnen gebruikt
dan bij de ander)
Minpunten/ beperkingen:
- Informatie sterk gereduceerd
- Categoriale indeling
- Suboptimale basis voor behandeling
, Ontwikkelingspsychopathologie
Historisch overzicht van classificatiesystemen
ICD 6 (1948) eerste versie met psychische stoornissen
ICD 10 (1992; 1996) assen toegevoegd (verschillende dimensies/ type informatie die relevant is
voor de classificatie.
ICD 11 sinds juni 2018, effectief in 2022, assen vervallen, het is een classificatie van alle ziekten
DSM III-R (1987) assen toegevoegd
DSM 5 (2013, invoering 2017) assen vervallen
DSM-5 classificatie kijkt naar:
- Aanwezige stoornissen
- Uitgebreide specificaties & stressoren (V en Z codes)
- Ernst: per stoornis
- Niveau van functioneren
WHO DAS (Disability Assessment Scheldule)
36 items over 6 domeinen: communicatie, mobiliteit, zelfzorg, sociale omgang, activiteiten,
deelname aan gemeenschap
- Hoe hoger het percentage, hoe lager het niveau van dagelijks functioneren scoring 0%
(goed functionerend) – 100% (volledig afhankelijk)
Hoe wordt er genoteerd in DSM-5:
Vanuit een groot verslag over de (thuis)situatie van het kind wordt de kern samengevat.
Hierna wordt het in de DSM-5 in steekwoorden neergezet ADHD, afwezigheid & verslaving vader,
schoolprobleem, ernstig, 55%
Negatieve punten DSM-5:
1. Onvoldoende rekening houdt met de context waarin een stoornis ontstaat.
2. Houdt te weinig rekening met de culturele context
Het DSM systeem is ontwikkeld in west Europa en Noord Amerika en past daardoor ook bij
die culturen.
Bij jonge kinderen (0-5) wordt gebruik gemaakt van DC:0-5 (2016 VS, 2019 NL)
Hierbij worden wel nog assen gebruikt
AS 1: stoornis
AS 2: relationele context (gedrag, affect, betrokkenheid)
AS 3: medische, lichamelijke conditie
AS 4: psychosociale stressoren
AS 5: niveau van ontwikkeling
Child Behavior Checklist vragenlijst om te bekijken of een kind een problematiek heeft, het is een
van de meest gebruikte dimensionale classificatie systemen
De CBCL sluit beter aan bij het gedachtegoed van de ontwikkelingspsychpathologie.
Achenback geeft een aantal argumenten die pleiten voor de vragenlijsmethode:
1. Sluit beter aan bij de praktijk van snel wisselende en verder ontwikkelende (talige, cognitieve
en sociale) vaardigheden bij kinderen.
Op een bepaald moment kan een kind voldoen aan de criteria voor psychische problematiek,
maar op een ander moment in de ontwikkeling kan dat anders zijn.
De CBCL met de dimensionale aanpak kan de veranderingen beter in kaart brengen dan
DSM-5, die immers meer uitgaat van statistische categorieën.
2. Er zijn voor psychische stoornissen geen harde criteria te geven, terwijl DSM daar wel
impliciet van uitgaat.
Samenvatting
Boek hoofdstuk: 1,2,5,6,7,8,9,11,12,13,14,15,16,17
Alle hoorcolleges
Hoorcollege 1: Classificeren en classificatie systemen
Boek hoofdstuk 1 en 2
, Ontwikkelingspsychopathologie
Ontwikkelingspsychologie= de studie van de normale ontwikkeling
Klinische psychologie= de studie van de afwijkende ontwikkeling
(ortho)pedagogiek= de studie van opvoedkundige praktijk
(kinder)psychiatrie= de studie van psychiatrische stoornissen
Sociologie= studie van maatschappelijke normen, waarden en processen
Culturele antropologie= studie van culturen
Psychopathologie= de wetenschap waarin psychische stoornissen worden bestudeerd.
Ontwikkelingspsychopathologie= het ontstaan en het beloop van psychische stoornissen worden
onderzocht.
Een psychische stoornis kent nooit maar één oorzaak. Het is altijd het resultaat van een
wisselwerking tussen biologische en omgevingsfactoren.
Een psychische stoornis komt tijdens de adolescentie meer voor dan tijdens de vroege- en midden
kindertijd. Ook komen psychische stoornis vaker voor bij jongens dan bij meiden, dat komt door de x
en y chromosomen, vrouwen hebben meer bescherming door twee x chromosomen.
Afwijkend gedrag of een psychische stoornis wordt niet als statisch gezien (iets wat je hebt of niet
hebt), maar als dynamisch (je kunt er soms last van hebben en vaak niet, soms een beetje last en dan
juist weer heel veel)
Epidemiologisch onderzoek= wetenschappelijke studie van het vóórkomen en de oorzaken van
ziekten.
Een maat binnen epidemiologisch onderzoek is prevalentie hoe vaak een stoornis vóórkomt
- Zeer zeldzaam minder dan 1%
- Zeldzaam ongeveer 1%
- Niet zo zeldzaam 2-5%
- Minst zeldzaam meer dan 5%
Er zijn vier soorten prevalentie:
1. Ooit prevalentie/ lifetime prevalentie het percentage kinderen dat ooit in hun leven een
bepaalde stoornis heeft gehad.
2. Jaar prevalentie het percentage kinderen dat afgelopen jaar een stoornis heeft gehad
3. Maand prevalentie het percentage kinderen dat afgelopen maand een stoornis heeft
gehad.
4. Punt prevalentie het percentage kinderen dat op een bepaald moment een stoornis
heeft.
Prevalentie moet niet verward worden met:
Incidentie het aantal nieuwe ziektegevallen in een bepaalde periode (meestal een jaar)
Wordt niet gebruikt in dit boek
Ontwikkelingsperspectief – normale ontwikkeling
Vroege kindertijd (0-6) bedplassen, driftbuien en separatieangst
Midden kindertijd (6-12) bang in het donker en beweeglijk
Adolescentie (12-18) experimenteren, grenzen verkennen en stemmingswisselingen
Ontwikkelingsperspectief - ontstaan psychopathologie
Vroege kindertijd ASS
Midden kindertijd oppositioneel opstandige gedragsstoornis ODD, construct disorder/ norm
overschrijdende geragsstoornis CD en angststoornissen
Adolescentie stemmingsstoornissen, eetstoornissen en schizofrenie
, Ontwikkelingspsychopathologie
Wanneer is er sprake van (ontwikkelings)psychopathologie
1. Er moeten klachten zijn
- Lichamelijk functioneren
- Gedrag
- Emoties
- Cognities
- Relaties
2. Wanneer klachten:
- Niet passen bij de leeftijd
- Niet/ zeer moeilijk te corrigeren zijn
- Het algemeen functioneren ernstig nadelig beïnvloeden
- Het kind en/of de omgeving doen lijden
- Uiteindelijk mogelijk ontwikkeling doen stagneren
Deze rijtjes uit je hoofd kennen voor het tentamen
Classificatie en classificatiesystemen
Classificatie= iets (een situatie, persoon of voorwerp) herkennen, er de juiste naam aan geven en het
vervolgens indelen in een categorie, het is alleen beschrijvend, niet verklarend.
Om te kunnen classificeren moeten we waarnemen, maar ook onderscheid kunnen maken tussen de
categorieën waarin we de waarnemingsresultaten indelen.
Differentiaaldiagnose= bij een psychische stoornis moet men zich altijd afvragen of er nog een
andere psychische stoornis is die dezelfde symptomen kan veroorzaken en die dus uitgesloten moet
worden.
Comorbiditeit= het tegelijkertijd vóórkomen van stoornissen.
Classificatiesystemen= dit zijn systematische beschrijvingen van gedrag op basis van door
wetenschappers onderscheiden en gegroepeerde gedragskenmerken, met als doel gedrag in te
delen, bijv. om te bepalen of er sprake is van een stoornis of om onderscheid te maken tussen
stoornissen.
Psychische stoornissen zijn altijd een kwestie van observeren. Dit is een subjectief proces dat, onder
andere door het DSM systeem, zo objectief mogelijk wordt gemaakt.
Veelgebruikte classificatiesystemen:
International Classification of Diseases (ICD nu ICD-11)
Ontwikkelt door WHO= World Health Organization
Diagnostic and Statistical Manual of the mental disorders (DSM nu DSM-5)
APA= American Psychiatric Association
- consensus experts
Voordelen van deze systemen:
- Duidelijke beschrijving kern problematiek
- Internationale eenduidigheid (onderzoek, onderwijs, beleid, communicatie)
- Richtinggevend voor behandelingen (bij de ene stoornis worden vaker medicijnen gebruikt
dan bij de ander)
Minpunten/ beperkingen:
- Informatie sterk gereduceerd
- Categoriale indeling
- Suboptimale basis voor behandeling
, Ontwikkelingspsychopathologie
Historisch overzicht van classificatiesystemen
ICD 6 (1948) eerste versie met psychische stoornissen
ICD 10 (1992; 1996) assen toegevoegd (verschillende dimensies/ type informatie die relevant is
voor de classificatie.
ICD 11 sinds juni 2018, effectief in 2022, assen vervallen, het is een classificatie van alle ziekten
DSM III-R (1987) assen toegevoegd
DSM 5 (2013, invoering 2017) assen vervallen
DSM-5 classificatie kijkt naar:
- Aanwezige stoornissen
- Uitgebreide specificaties & stressoren (V en Z codes)
- Ernst: per stoornis
- Niveau van functioneren
WHO DAS (Disability Assessment Scheldule)
36 items over 6 domeinen: communicatie, mobiliteit, zelfzorg, sociale omgang, activiteiten,
deelname aan gemeenschap
- Hoe hoger het percentage, hoe lager het niveau van dagelijks functioneren scoring 0%
(goed functionerend) – 100% (volledig afhankelijk)
Hoe wordt er genoteerd in DSM-5:
Vanuit een groot verslag over de (thuis)situatie van het kind wordt de kern samengevat.
Hierna wordt het in de DSM-5 in steekwoorden neergezet ADHD, afwezigheid & verslaving vader,
schoolprobleem, ernstig, 55%
Negatieve punten DSM-5:
1. Onvoldoende rekening houdt met de context waarin een stoornis ontstaat.
2. Houdt te weinig rekening met de culturele context
Het DSM systeem is ontwikkeld in west Europa en Noord Amerika en past daardoor ook bij
die culturen.
Bij jonge kinderen (0-5) wordt gebruik gemaakt van DC:0-5 (2016 VS, 2019 NL)
Hierbij worden wel nog assen gebruikt
AS 1: stoornis
AS 2: relationele context (gedrag, affect, betrokkenheid)
AS 3: medische, lichamelijke conditie
AS 4: psychosociale stressoren
AS 5: niveau van ontwikkeling
Child Behavior Checklist vragenlijst om te bekijken of een kind een problematiek heeft, het is een
van de meest gebruikte dimensionale classificatie systemen
De CBCL sluit beter aan bij het gedachtegoed van de ontwikkelingspsychpathologie.
Achenback geeft een aantal argumenten die pleiten voor de vragenlijsmethode:
1. Sluit beter aan bij de praktijk van snel wisselende en verder ontwikkelende (talige, cognitieve
en sociale) vaardigheden bij kinderen.
Op een bepaald moment kan een kind voldoen aan de criteria voor psychische problematiek,
maar op een ander moment in de ontwikkeling kan dat anders zijn.
De CBCL met de dimensionale aanpak kan de veranderingen beter in kaart brengen dan
DSM-5, die immers meer uitgaat van statistische categorieën.
2. Er zijn voor psychische stoornissen geen harde criteria te geven, terwijl DSM daar wel
impliciet van uitgaat.