Opsporingsonderzoek en verdachte Art. 27
Sv.
Het opsporingsonderzoek
Artikel 132 jo 132a Sv.
Het opsporingsonderzoek Is het onderzoek voorafgaand aan de
behandeling ter terechtzitting.
Art.132a Sv Opsporing
- Onderzoek in verband met opsporen van strafbare feiten.
het onderzoek onder het gezag (de leiding) van officier van justitie.
aan het doel van het onderzoek is het nemen van strafvorderlijke
beslissingen.
Met opsporing van strafbare feiten zijn belast Art. 141 Sv.
- De officier van justitie
- Gewone politie ambtenaren (geel met zwarte pakjes)
- Koninklijke marechaussee
- Buitengewone opsporingsambtenaren : BOA’s (blauwe pakjes) Art. 142
Sv.
Het openbaar ministerie Hoofdtaken
1: Opsporen
2: Vervolgen
3: Afdoen van strafzaken zonder tussen komst van de rechter
- Seponeren
- Transactie
- Strafbeschikking
Wanneer ben je verdachte?
Volgens artikel 27 van de strafvordering:
- Rv 1: een redelijk vermoeden van schuld.
- RV 2: aan enig strafbaar feit.
- Rv 3: gebaseerd op objectiveerbare feiten en omstandigheden.
Bij de laatste rechtsvoorwaarden kan je de jurisprudentie Caribian
Nights 1977 (de kleurling) en Stormsteeg 2-2-1988 koppelen.!!
, Jurisprudentie Hof Amsterdam Caribian Nights 1977 (Art. 27 Sv.
De verdachte)
(Onrechtmatig verkregen bewijs verbalisanten waren niet in de rechtmatige
uitoefening )
Kort de feiten en omstandigheden
- De verbalisanten zagen een kleurling (X) hardlopen richting een café dat
bekendstaat als verzamelplaats van handelaren en gebruikers van
verdovende middelen. X had zijn hand stevig in zijn linker jaszak.
- Ze hielden de kleurling staande. Bij het onderzoeken van de kleding troffen ze
een wikkel van zilverpapier aan, welke (TLL 1) heroïne bleek te bevatten.
- Ook toonde X weerspannigheid (TLL 2) tijdens de aanhouding, het fouilleren
en bij aankomst op het bureau, volgens de verbalisanten.
Oordeel van het hof
1. Het staande houden van X vond plaats zonder dat de voorwaarden uit
artikel 52 jo. 27 Sv waren vervuld.
- X mocht naar objectieve maatstaven niet als verdachte worden
aangemerkt.
- Het feit dat hij hardliep richting het café is niet voldoende objectieve feiten
en omstandigheden om hem als verdachte te zien.
2. Het onderzoek aan de kleding werd aangevangen zonder dat ingevolge
artikel 56 lid 1 Sv en artikel 9 lid 1 Opiumwet de vereiste ernstige bezwaren
tegen X aanwezig waren.
- Staande houden mag alleen als iemand als verdachte kan worden
aangemerkt.
- Er waren niet genoeg objectiveerbare feiten en omstandigheden dat X als
verdachte kon worden aangemerkt.
- Het hardlopen en de hand in de linkerzak waren niet voldoende om hem als
verdachte te zien, waardoor het fouilleren onrechtmatig was.
- Het bewijs is daardoor onrechtmatig verkregen en kan niet gebruikt worden.
In de zaak leidt dit tot vrijspraak.
Uitspraak van het hof
- Gelet op het vorenstaande geldt: bij gebrek aan rechtmatig verkregen
wettige bewijsmiddelen kan het ten laste gelegde niet bewezen worden
geacht.
- De verdachte moet zowel van het onder TLL 1 als van het onder TLL 2
gelegde worden vrijgesproken.