Geschiedenis bovenbouw
HAVO/VWO
Hoofdstuk 7: De Tijd van Pruiken en Revoluties
De Verlichting
De 18e eeuw staat ook wel bekend als de eeuw van de Verlichting in Europa.
Kennis, ratio en kritisch denken kwamen centraal te staan; mensen gingen hun
eigen verstand gebruiken in plaats van dat ze blindelings de Kerk of de vorst
geloofden. Door de verlichte ideeën ontstond een rationeel optimisme, een geloof
dat men de samenleving kon verbeteren met de rede. De Verlichte manier van
denken was mede beïnvloed door de Renaissance en de Wetenschappelijke
Revolutie (16e eeuw). Verlichte denkers pasten het rationele en empirische denken
toe in de wetenschap, politiek, economie, filosofie en kunst. Om kennis toegankelijk
te maken voor iedereen, besloten de Franse filosofen Diderot en d’Alembert om een
encyclopédie samen te stellen waarin een groot deel van de toenmalige beschikbare
kennis stond vastgelegd.
Verlichte denkers
Er zijn een aantal invloedrijke Verlichte denkers die bekend zijn geworden om hun
ideeën over de inrichting van de samenleving:
John Locke:
Geloofde in natuurrechten; de mens heeft van nature onvervreemdbare
rechten, namelijk leven, vrijheid en eigendom.
Was voorstander van een sociaal contract waarbij de soevereiniteit altijd bij
het volk lag.
Montesquieu:
Geloofde dat vrijheid alleen gewaarborgd kon worden als de macht was
verdeeld. Hij bedacht daarom de trias politica (machtenscheiding). Deze
bestond uit de wetgevende macht, de uitvoerende macht en de
rechtsprekende macht.
De drie machten moeten elkaar controleren en in balans houden.
Rousseau:
Geloofde in de goedheid van de mens. De mens zou van nature goed zijn,
maar deze goedheid werd bedorven door de samenleving.
Geloofde dat het parlement gebaseerd moet zijn op de algemene wil van het
volk. De macht zou dus bij het volk moeten liggen.