Week 1: Inleiding en begrippen
Vierstappenplan:
1. Het vaststellen van de feiten en het formuleren van de rechtsvraag
2. Het zoeken naar een algemene oplossing
3. Het toepassen van de algemene oplossing op de casus
4. Het formuleren van een conclusie
Indeling Burgerlijk Wetboek
Privaatrecht
Personenrecht Vermogensrecht
- Personen en familierecht - Verbintenissenrecht
- Rechtspersonenrecht - Goederenrecht
Vermogensrechten
Onderscheid:
- Absolute rechten (goederenrecht)
Werken tegenover iedereen
Men krijgt bepaalde bevoegdheden met betrekking tot het object van het recht
Bijvoorbeeld: erfdienstbaarheid
- Relatieve rechten (verbintenissenrecht)
Werken in tegenover 1 bepaalde persoon
(persoonlijke rechten)
Bijvoorbeeld: huurrecht
Goederen
Wat zijn goederen, art. 3:1 Bw:
- Zaken
- Vermogensrechten
- Zaken: Art. 3:2 Bw
Voor menselijke beheersing vatbare stoffelijke objecten
Voorbeelden: kledingstuk, computer, huis
- Vermogensrechten, art. 3:6 Bw
Een vermogensrecht is onstoffelijk (recht met een vermogenswaarde)
Goederen
Goederen
Zaken Vermogensrechten
Zaken
Goederen
Zaken Vermogensrechten
Roerend Onroerend
3:3 Bw 3:3 Bw
, Kenmerken absolute rechten
1. Absoluut: werking jegens een ieder (relatieve rechten werken ten opzichte van bepaalde
persoon)
2. Exclusief: als enige het recht hebben
3. Droit de suite / zaaksgevolg: het absolute recht volgt de zaak en niet de persoon
4. Prioriteit: ouder recht gaat voor jonger recht
5. Bevoorrechte positie: gerechtigde neemt in faillissement een bevoorrechte positie in.
Recht uitoefenen alsof er geen faillissement is
Soorten goederenrechtelijke rechten
Goederenrechtelijk recht
Volledig recht Beperkt recht
- Eigendom - Boek 3: vruchtgebruik, pand, hypotheek
- Rechthebbende vermogensrecht - Boek 5: Erfdienstbaarheid, erfpacht, opstal
Eigendom
- Belangrijkste recht
- Art. 5:1 Bw
- Met uitsluiting van anderen
- Revindicatie = eigendom opeisen
Beperkte rechten
- Zijn afsplitsing van volledig recht
- Gesloten stelsel
- Boek 3
- Boek 5