Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Infectie en ontsteking // Hoorcolleges Orale Pathologie; acute ontstekin 03-02
ACUTE ONTSTEKING
De nitie ontsteking =
Een infectie is een ontsteking op basis van een microbiologisch agens veroorzaakt door
een virus of een bacterie.
Vijf tekenen van ontsteking
- Warmte
- Roodheid
- Zwelling
- Pijn
- Functie verlies
Oorzaken van een ontsteking
Infectie en ontsteking zijn geen synoniemen. Elke infectie gaat gepaard met een
ontsteking, maar niet elke ontsteking gaat gepaard met een infectie.
Oorzaken:
- Mechanisch
- Fysisch; ioniserende straling
- Chemisch; etsende sto en (zuren, logen)
- Microbiologisch (infectie); bacteriën, virussen
- Immunologisch
Beschermen tegen een infectie
Wapens:
Algemeen
Passief:
- huid
- slijmvliezen —> bacteriën
- speeksel
- trilharen op de slijmvliezen
Actief:
Immunologische response:
- verworven immuniteit
- aangeboren immuniteit
Lokaal
Ontstekingsreactie
= Fundamenteel, stereotypisch proces van cytologische en chemische reacties in
aangedane bloedvaten en aangrenzende weefsels in respons op beschadiging of
abnormale stimulatie veroorzaakt door fysiek, chemisch of biologisch agens.
fi ff g
,Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Cytologisch (gaat om cellen) en chemische reacties (ontstekingsmediatoren)
Ontstekingsmediatoren + Cellen
—> oplosbare sto en die uitgescheiden worden —> Witte bloedcellen
- acute fase eiwitten - granulocyten (2 typen)
- complement factoren - monocyten
(altijd aanwezig in het bloedplasma) - lymfocyten
- Plasmacellen
Verschillende reacties —> ontstekingsmediatoren:
Ontstekingsmediatoren moeten snel naar de plaats van de ontsteking. Sommige liggen in
cellen in de granules (histamine) —> snelle reactie
Sommige moeten op het moment zelf gemaakt worden door de cel (cytokinen/
zuurstofradicalen).
Sommige zitten in het bloedplasma maar zijn nog niet actief.
Ontstekingsmediatoren lokaal; cellular
- Granulen in een cel bevatten mediatoren die uitscheiden kunnen worden.
Belangrijkste zijn Histamine, Serotonine en Lysosomale enzymes. Deze zijn acuut
beschikbaar voor uitscheiding dus snel.
- Prostaglandins, leukotrienes etc zijn ontstekingsmediatoren die nieuw gemaakt moeten
worden.
Ontstekingsmediatoren algemeen
De lever is de belangrijkste bron
voor ontstekingsmediatoren die in
het bloedplasma worden
uitgescheiden: complement
factoren —> niet-actief
Worden geactiveerd door andere
moleculen.
Hoe werken de
ontstekingsmediatoren?
Mediatoren werken over het algemeen over de receptoren van cellen. Dit kunnen
verschillende receptoren zijn. Ze hebben allemaal gemeenschappelijk; receptor aan
binnen en buitenkant van de cel aanwezig.
Binding ontstekingsmediatoren aan receptor; Chemokines = kleine stofjes, cytokines =
grotere stofjes. Deze binding veroorzaakt een keten aan reacties in de cel.
ff
, Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Ontstekingsmediatoren:
- Afkomstig uit plasma; aanwezig in inactieve vorm
- Afkomstig van cellen; opgeslagen in granulae of nieuw gesynthetiseerd
- Werking door binding aan receptor op target cel
- Korte halfwaardetijd
- Potentieel schadelijke e ecten
Cellen die betrokken zijn bij een ontsteking
Witte bloedcellen: leukocyten
- Granulocyten —> gesegmenteerde kern
• Eosineo ele cel —> rood cytoplasma
• Neutro ele cel
• Baso ele cel
- Monocyten; ronde of ovale witte bloedcel
—> in beenmerg/bloed = monocyt
—> in weefsels = macrofaag
- Lymfocyten; bestaat uit vrijwel alleen de kern, vrijwel geen cytoplasma
- Plasmacellen; de kern ligt aan de rand van de cel met ruim cytoplasma eromheen (een
gedi erentieerde lymfocyt; B-cel)
Monocyten en lymfocyten hebben een
ronde kern.
Neutro ele granulocyten hebben
speci eke granules in het cytoplasma.
Hebben als functie; verteren van
bacteriën. Stofjes in de granules verteren
de bacterie.
Fasen van ontstekingreactie (kort)
1. Hyperaemie (= overmatige bloedgehalte in een orgaan of weefsel)
2. Exsudatie (= uitzetting van vocht)
3. In ltratie; als de ontstekingscellen in de ontsteking een rol gaan spelen
• Granulocyten
• Macrofagen
• Lyfocyten
4. Fibrose
Acute ontsteking = wanneer neutro ele granulocyten aanwezig zijn
Chronische ontsteking = wanneer macrofagen en lymfocyten aanwezig zijn
fi fffi fi fi ff fi
, Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Klinische schade Microscopisch
Dolor = pijn Weefselchade
Rubor = roodheid Hyperaemie
Calor = warmte Hyperaemie
Tumor = zwelling; Exsudatie
- vocht dat uit de vaten komt met eiwitten
Functio laesa = functie verlies -
Fasen van ontsteking
1. Toename bloedvolume (HYPERAEMIE)
Vaatrespons begint in postcapillaire venulen. Vaso-actieve mediatoren worden
gevormd ten gevolge van weefsel schade. Deze veroorzaken vasodilatie
(vaatverwijding). Lokaal neemt het bloedvolume toe.
2. Toename permeabiliteit endotheel (HYPERAEMIE)
Onder invloed van de mediatoren; histamine de belangrijkste initiator van
ontstekingsreacties, wordt het endotheel lek. Dit kan op verschillende manieren
gebeuren.
Histamine
- Aanwezig in granulen van mestcellen (mestcellen zitten overal)
Onder invloed van diverse prikkels kunnen de mestcellen histamine
vrijmaken —> degranulatie
- Degranulatie door: trauma, kou, hitten of immunologische reacties
- Veroorzaakt Hyperaemie en verhoogde permeabiliteit van het bloedvat
- Belangrijkste mediator van de snelle respons die de ontstekingsreactie opgang
brengt.
Hoe kan de bloedvaatwand doorlaatbaar worden?
Toename permeabiliteit van endotheel:
• Endotheel cellen zijn normaal strak aan elkaar gebonden. Onder invloed van
histamine raken endotheel cellen een beetje los van elkaar waardoor er gaatjes
ontstaan. Vloeisto en, eiwitten en cellen kunnen vanuit het bloedvat migreren naar
het omliggende weefsel.
• Reorganisatie cytoskelet: Vertragde aanhoudende respons. Cytokines zorgen dat
gaatjes in cytoskelet groter worden —> nog meer ruimte tussen cellen.
3 manieren:
• DIRECTE ENDOTHEELSCHADE: Een bloedvat kan ook lek worden doordat er
directe endotheel schade is—> micro bacteriën, brandwonden.
Respons duurt langer!
• LEUKOCYT-GEMEDIEERDE ENDOTHEELBESCHADIGING:
De ontstekingscellen beschadigen in een ontstekingsreactie zelf de endotheel cellen.
(in latere stadia in de ontsteking/ bepaalde auto-immuunziekte).
Ze moeten eerst aangezet worden dus het duurt langer.
De reparatie van endotheel cellen duurt lang.
• TRANCYTOSE; moleculen/eiwitten door de gaatjes tussen de endotheelcellen.
De endotheelcel barrière blijft intact, maar toch kan er vloeistof en eiwitten de cellen
in komen doordat endotheel cellen actief bepaalde eiwitten dwars door de cel heen
naar binnen halen.
ff
Infectie en ontsteking // Hoorcolleges Orale Pathologie; acute ontstekin 03-02
ACUTE ONTSTEKING
De nitie ontsteking =
Een infectie is een ontsteking op basis van een microbiologisch agens veroorzaakt door
een virus of een bacterie.
Vijf tekenen van ontsteking
- Warmte
- Roodheid
- Zwelling
- Pijn
- Functie verlies
Oorzaken van een ontsteking
Infectie en ontsteking zijn geen synoniemen. Elke infectie gaat gepaard met een
ontsteking, maar niet elke ontsteking gaat gepaard met een infectie.
Oorzaken:
- Mechanisch
- Fysisch; ioniserende straling
- Chemisch; etsende sto en (zuren, logen)
- Microbiologisch (infectie); bacteriën, virussen
- Immunologisch
Beschermen tegen een infectie
Wapens:
Algemeen
Passief:
- huid
- slijmvliezen —> bacteriën
- speeksel
- trilharen op de slijmvliezen
Actief:
Immunologische response:
- verworven immuniteit
- aangeboren immuniteit
Lokaal
Ontstekingsreactie
= Fundamenteel, stereotypisch proces van cytologische en chemische reacties in
aangedane bloedvaten en aangrenzende weefsels in respons op beschadiging of
abnormale stimulatie veroorzaakt door fysiek, chemisch of biologisch agens.
fi ff g
,Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Cytologisch (gaat om cellen) en chemische reacties (ontstekingsmediatoren)
Ontstekingsmediatoren + Cellen
—> oplosbare sto en die uitgescheiden worden —> Witte bloedcellen
- acute fase eiwitten - granulocyten (2 typen)
- complement factoren - monocyten
(altijd aanwezig in het bloedplasma) - lymfocyten
- Plasmacellen
Verschillende reacties —> ontstekingsmediatoren:
Ontstekingsmediatoren moeten snel naar de plaats van de ontsteking. Sommige liggen in
cellen in de granules (histamine) —> snelle reactie
Sommige moeten op het moment zelf gemaakt worden door de cel (cytokinen/
zuurstofradicalen).
Sommige zitten in het bloedplasma maar zijn nog niet actief.
Ontstekingsmediatoren lokaal; cellular
- Granulen in een cel bevatten mediatoren die uitscheiden kunnen worden.
Belangrijkste zijn Histamine, Serotonine en Lysosomale enzymes. Deze zijn acuut
beschikbaar voor uitscheiding dus snel.
- Prostaglandins, leukotrienes etc zijn ontstekingsmediatoren die nieuw gemaakt moeten
worden.
Ontstekingsmediatoren algemeen
De lever is de belangrijkste bron
voor ontstekingsmediatoren die in
het bloedplasma worden
uitgescheiden: complement
factoren —> niet-actief
Worden geactiveerd door andere
moleculen.
Hoe werken de
ontstekingsmediatoren?
Mediatoren werken over het algemeen over de receptoren van cellen. Dit kunnen
verschillende receptoren zijn. Ze hebben allemaal gemeenschappelijk; receptor aan
binnen en buitenkant van de cel aanwezig.
Binding ontstekingsmediatoren aan receptor; Chemokines = kleine stofjes, cytokines =
grotere stofjes. Deze binding veroorzaakt een keten aan reacties in de cel.
ff
, Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Ontstekingsmediatoren:
- Afkomstig uit plasma; aanwezig in inactieve vorm
- Afkomstig van cellen; opgeslagen in granulae of nieuw gesynthetiseerd
- Werking door binding aan receptor op target cel
- Korte halfwaardetijd
- Potentieel schadelijke e ecten
Cellen die betrokken zijn bij een ontsteking
Witte bloedcellen: leukocyten
- Granulocyten —> gesegmenteerde kern
• Eosineo ele cel —> rood cytoplasma
• Neutro ele cel
• Baso ele cel
- Monocyten; ronde of ovale witte bloedcel
—> in beenmerg/bloed = monocyt
—> in weefsels = macrofaag
- Lymfocyten; bestaat uit vrijwel alleen de kern, vrijwel geen cytoplasma
- Plasmacellen; de kern ligt aan de rand van de cel met ruim cytoplasma eromheen (een
gedi erentieerde lymfocyt; B-cel)
Monocyten en lymfocyten hebben een
ronde kern.
Neutro ele granulocyten hebben
speci eke granules in het cytoplasma.
Hebben als functie; verteren van
bacteriën. Stofjes in de granules verteren
de bacterie.
Fasen van ontstekingreactie (kort)
1. Hyperaemie (= overmatige bloedgehalte in een orgaan of weefsel)
2. Exsudatie (= uitzetting van vocht)
3. In ltratie; als de ontstekingscellen in de ontsteking een rol gaan spelen
• Granulocyten
• Macrofagen
• Lyfocyten
4. Fibrose
Acute ontsteking = wanneer neutro ele granulocyten aanwezig zijn
Chronische ontsteking = wanneer macrofagen en lymfocyten aanwezig zijn
fi fffi fi fi ff fi
, Blok: infectie en ontsteking Freeke Coppens; ACTA
Klinische schade Microscopisch
Dolor = pijn Weefselchade
Rubor = roodheid Hyperaemie
Calor = warmte Hyperaemie
Tumor = zwelling; Exsudatie
- vocht dat uit de vaten komt met eiwitten
Functio laesa = functie verlies -
Fasen van ontsteking
1. Toename bloedvolume (HYPERAEMIE)
Vaatrespons begint in postcapillaire venulen. Vaso-actieve mediatoren worden
gevormd ten gevolge van weefsel schade. Deze veroorzaken vasodilatie
(vaatverwijding). Lokaal neemt het bloedvolume toe.
2. Toename permeabiliteit endotheel (HYPERAEMIE)
Onder invloed van de mediatoren; histamine de belangrijkste initiator van
ontstekingsreacties, wordt het endotheel lek. Dit kan op verschillende manieren
gebeuren.
Histamine
- Aanwezig in granulen van mestcellen (mestcellen zitten overal)
Onder invloed van diverse prikkels kunnen de mestcellen histamine
vrijmaken —> degranulatie
- Degranulatie door: trauma, kou, hitten of immunologische reacties
- Veroorzaakt Hyperaemie en verhoogde permeabiliteit van het bloedvat
- Belangrijkste mediator van de snelle respons die de ontstekingsreactie opgang
brengt.
Hoe kan de bloedvaatwand doorlaatbaar worden?
Toename permeabiliteit van endotheel:
• Endotheel cellen zijn normaal strak aan elkaar gebonden. Onder invloed van
histamine raken endotheel cellen een beetje los van elkaar waardoor er gaatjes
ontstaan. Vloeisto en, eiwitten en cellen kunnen vanuit het bloedvat migreren naar
het omliggende weefsel.
• Reorganisatie cytoskelet: Vertragde aanhoudende respons. Cytokines zorgen dat
gaatjes in cytoskelet groter worden —> nog meer ruimte tussen cellen.
3 manieren:
• DIRECTE ENDOTHEELSCHADE: Een bloedvat kan ook lek worden doordat er
directe endotheel schade is—> micro bacteriën, brandwonden.
Respons duurt langer!
• LEUKOCYT-GEMEDIEERDE ENDOTHEELBESCHADIGING:
De ontstekingscellen beschadigen in een ontstekingsreactie zelf de endotheel cellen.
(in latere stadia in de ontsteking/ bepaalde auto-immuunziekte).
Ze moeten eerst aangezet worden dus het duurt langer.
De reparatie van endotheel cellen duurt lang.
• TRANCYTOSE; moleculen/eiwitten door de gaatjes tussen de endotheelcellen.
De endotheelcel barrière blijft intact, maar toch kan er vloeistof en eiwitten de cellen
in komen doordat endotheel cellen actief bepaalde eiwitten dwars door de cel heen
naar binnen halen.
ff