Vormen van landbouw
Akkerbouw, tuinbouw en veeteelt = 3 vormen van landbouw
• Voedingsgewassen: planten die in de akkerbouw en tuinbouw worden
verbouwd
• Landbouwhuisdieren: dieren die in de veeteelt worden gehouden
Gangbare akkerbouw
• Monocultuur: op een grote akker wordt 1 soort gewas verbouwd
• Er worden bestrijdingsmiddelen gebruikt omdat monoculturen de kans op
plagen en ziekten vergroten
• Bodem raakt snel uitgeput → er wordt veel kunstmest gebruikt
• Gebruik van kunstmest en stalmest zorgt voor productieverhoging
Bemesting (bij voedingsgewassen)
• Mineralen (zoals nitraat en fosfaat) worden toegevoegd door het oogsten
• Voedingsstoffen (mineralen uit de kringloop) worden aangevuld
• Door bodembewerking (ploegen en eggen) wordt de bodemstructuur
verbeterd
• Plantenwortels kunnen beter doordringen in de bodem
• Er is meer zuurstof beschikbaar voor reducenten
• Voedingsgewassen worden beschermd tegen ziekten en plagen
Veredeling
• Voedingsgewassen met gunstige eigenschappen ontstaan door:
• Selecteren en kruisen
Genetische modificatie
• Voedingsgewassen met gunstige eigenschappen ontstaan door het
toevoegen of aanpassen van genen in het DNA van een organisme
• Genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s / gm-organismen) worden ook
transgene organismen genoemd