100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting Bloktoets 1.2 - Chronische zieke hbo-verpleegkunde studenten (Medische kennis en (psycho)pathologie

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
42
Geüpload op
10-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Ik heb een samenvatting gemaakt van de leerdoelen en lesstof/powerpoints voor de bloktoets van jaar 1 blok 2 hbo-verpleegkunde aan de Hogeschool van Amsterdam. De bloktoets bestaat uit: medische kennis en (psycho)pathologie.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Geüpload op
10 januari 2026
Aantal pagina's
42
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Voorbeeld van de inhoud

Chronische zieke – Medische kennis
Les 1

De communicatie tussen cellen is essentieel voor een stabiele homeostase. Dit gebeurd via;

• Zenuwstelsel
• Endocrien stelsel: hormonen

Zenuwstelsel
Regelt snelle, specifieke reacties van het lichaam via elektrische prikkels en neurotransmitters.
Is heel specifiek voor een handeling bijvoorbeeld je raakt een hete pan aan en trekt hand weg.

1. Centrale zenuwstelsel (hersenen + ruggenmerg)
Regelkamer van de hersenen en geeft de leiding – ontvangt, verwerkt en commandeert
het perifeer zenuwstelsel.
2. Perifeer zenuwstelsel (zenuwen buiten centrale zenuwstelsel)
Communiceert en voert uit wat het centrale zenuwstelsel aanstuurt. Er zijn twee vormen:
• Autonoom zenuwstelsel: onwillekeurig denk aan organen en het hart.
➢ Parasympatisch: rust en herstel
➢ Sympathisch: actie
• Somatisch zenuwstelsel: willekeurig denk aan skeletspieren.
➢ Brengt informatie zoals pijn, gevoel terug naar het centrale zenuwstelsel

Endocrien stelsel
Regelt langzame, brede en langdurige processen via hormonen die in het bloed worden
afgegeven. Regelt groei en ontwikkeling, voortplanting, stofwisseling, balans elektrolyten, vocht
en zout en stressreactie. Hormonen zorgen voor een lange reactie en meerdere organen te gelijk
bijvoorbeeld bloedsuiker of cortisol.

Hormonale as
De keten waar de schakeling van de hersenen via de hormonen naar de doelcel plaatsvindt.

1. Hypothalamus (controlepost)
Houdt constant de homeostase in de gaten (bloeddruk, glucose, etc.)

2. Hypofyse (schakelklier)
Bij afwijkingen van het normale geeft de hypothalamus signalen af aan de hypofyse,
bestaande uit voor- en achterkwab, deze sturen de doelorganen aan.

3. Achterkwab (neurohypofyse)
Bestaat uit zenuwweefsel > hormonen worden direct afgegeven aan het bloed.
Geen productie van hormonen, alleen opslag en afgifte. Twee hormonen worden
afgegeven en komen oorspronkelijk uit de hypothalamus, niet gemaakt in hypofyse:
➢ ADH: is het antiplashormoon. Nieren houden water vast, minder plassen.
➢ Oxytocine: baarmoeder en borstweefsel, stimuleert weeën en melkproductie.

4. Voorkwab (adenohypofyse)
Ontvangt signalen via het bloed met hormonen uit de hypothalamus. Deze vertellen de
hypofyse om wel of niet hormonen aan het bloed in het lichaam uit te scheiden. Hier

1

, worden meerdere hormonen aangemaakt. Deze hormonen gaan door het bloed en de
doelorganen met de betreffende receptoren nemen dit op.
➢ TSH (schildklierhormonen): T3 en T4 zorgt voor stofwisseling
➢ GH (groeihormoon): alle cellen met namen de botten en de spieren die gaan
groeien en delen.
➢ ACTH (bijnieren): cortisol, energie.
➢ Prolactine (borstweefsel): aanmaak moedermelk, lactatie
➢ LH/FSH (geslachtsorgaan) progesteron, testosteron of oestrogeen.

Alleen doelcellen en doelorganen met de juiste receptoren reageren op hormonen.

Verschillende soorten hormonen

Peptidehormonen (eiwitten) Steroïdhormonen Aminozuur afgeleide hormonen
(vet oplosbaar)
Groot molecuul of ketens aminozuren Vet molecuul Klein molecuul of een aminozuur
Wateroplosbaar en kunnen niet door Vet oplosbaar en kunnen de cel Gemaakt van één enkel aminozuur, meestal
de celmembraan heen binnen dringen tyrosine of tryptofaan.
Oplosbaarheid afhankelijk van hormoon
Binden aan een receptor op het Intracellulair Op celmembraan of intracellulair
celoppervlak
Werken snel, vaak minuten tot uren Werken trager, maar langer Snel of traag
ADH, GH, insuline Cortisol, oestrogeen Adrenaline, T3 of T4


Schildklier (Thyroïd)
Heeft twee kwabben en in het midden een verbinding: de isthmus. De
functie is het produceren van drie schildklierhormonen, T3 en T4 en
calcitonine.

De schildklier wordt aangestuurd door de schildklier as, dit gebeurd via de hypothalamus.
Hypothalamus geeft THR af aan hypofyse > hypofyse geeft TSH af aan de schildklier en die
maakt T3 en T4 aan.

• 99% van de T3 en T4 cellen zijn gebonden, slechts 1% vrij. Alleen de 1% kan functie
uitoefenen.
• De voordelen zijn dat er 99% aan buffer schildklierhormonen zijn en dat de bloedsuiker
stabiel blijft, omdat die 1% blijft (homeostase).
• T3 en T4 zijn gemaakt van vet en kunnen door het celmembraan heen.


Schildklier maakt voornamelijk T4 (thyroxine) → 90% van de productie en een klein beetje T3
(trijoodthyronine) → 10%. T4 wordt vervolgens omgezet in T3.

• T4: Transport/Voorraad & T3: Actief / doet het werk
• Waarom deze omzetting?
Bescherming: cellen krijgen niet te veel actief hormoon in één keer
Regulatie: lichaam kan precies bepalen hoeveel T3 nodig is
Transport: T4 is stabiel en kan makkelijker door het bloed.

Er bevinden zich twee soorten cellen in de schildklier
1. Folliculaire cellen, hier worden T3 en T4 aangemaakt.


2

, Maakt thyreoglobuline aan en neemt jodide (jodium) op uit het bloed. Deze worden opgeslagen
in het colloïd binnen het follikel.

• Bij T3 zitten er drie jodides aan een thyreoglobuline en bij T4 zitten er vier
• T3 en T4 zorgen voor stofwisseling, temperatuur en aanmaak gluconeogenese: glucose
• Daarnaast belangrijk voor groei en mentale ontwikkeling.


2. Para folliculaire cellen (C-cellen), hier wordt calcitonine aangemaakt.
Speelt een belangrijke rol bij de calciumhuishouding in de botten en het bloed.

• Remt osteoclasten (afbraak), hierdoor minder calcium uit het bot en in het bloed.
• Teveel calcium is slecht voor botafbraak, maar te weinig is ook niet goed


Hyposecretie = te weinig hormoon → organen werken te langzaam of onvoldoende
Hypersecretie = te veel hormoon → organen werken te snel of overactief
Hyposecretie Hypersecretie
(te weinig hormonen) (teveel hormonen)
T3/T4 (schildklier) Langzame stofwisseling, vermoeid en Snelle stofwisseling, hartkloppingen en
gewichtstoename afvallen

GH Verminderde groei kinderen, spierzwakte Gigantisme bij kinderen
volwassenen
Insuline Teveel glucose Te weinig glucose, lage bloedsuiker
ADH Grote hoeveelheid urine, uitdroging Te weinig urine
Cortisol (bijnier) Lage bloedsuiker, verminderde Cushing-syndroom, hoge bloedsuiker, hoge
stressbestendigheid bloeddruk
Testosteron/oestrogeen Verminderde vruchtbaarheid Vroegtijdige puberteit, verminderde
vruchtbaarheid


Wat zijn releasing-hormonen?
Zijn eigenlijk de boodschappers die in de hypothalamus worden aangemaakt en doorgeven aan
de hypofyse of een hormoon wel of niet mag worden afgegeven.




3

, Aantekeningen


Baroreceptor voor de bloeddruk
Osmoreceptor voor de osmolariteit
Nociceptoren de pijnreceptor > veelal aan de buitenkant van lichaam/huid
Thermoreceptor voor de temperatuurregulatie

Hyper osmolariteit: weinig vocht in de cel
Hypo osmolariteit: veel vocht in de cel
Albumine trekt vocht uit een cel terug de bloedbaan in.

Epifyse: in de hersenen en hier wordt melatonine (slaaphormoon aangemaakt)
Thymus: hier worden de T-cellen aangemaakt, zit bij het hart. Hoe ouder je wordt hoe kleiner.

De poortader is de bloedbaan tussen de hypothalamus en de voorkwab van de hypofyse.

Pulmonaal is in de longen

PRL: prolactine

Ziekte van Graves: een auto-immuunziekte van de schildklier.

➢ Het immuunsysteem geeft continu de opdracht om TSH aan te maken. De schildklier
maakt te veel schildklierhormonen (T3 en T4) → dit heet hyperthyreoïdie.

Hypothyroïdie: weinig T3 en T4 Hyperthyroïdie: veel T3 en T4
Habitus: Traagheid, gewichtstoename, vermoeidheid en Habitus: gewichtsverlies, toegenomen eetlust en snelle
langzame stofwisseling. stofwisseling
Huid: droog, koud, bleek, vettige huid Huid: warm, vochtig, overmatig transpireren.
Hoofd: opgeblazen gezicht en haaruitval en opgezette ogen Hoofd: verminderd zicht
Hart: bradycardie Hart: tachycardie, atriumfibrilleren.

Bloedonderzoek of echo om te testen of schildklierprobleem is

Defecatiepatroon: geeft aan hoeveel of hoe vaak iemand ontlasting heeft.




4
€7,30
Krijg toegang tot het volledige document:

100% tevredenheidsgarantie
Direct beschikbaar na je betaling
Lees online óf als PDF
Geen vaste maandelijkse kosten

Maak kennis met de verkoper
Seller avatar
avoermans

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
avoermans Hogeschool van Amsterdam
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
Nieuw op Stuvia
Lid sinds
2 dagen
Aantal volgers
0
Documenten
1
Laatst verkocht
-

0,0

0 beoordelingen

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Recent door jou bekeken

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen