Samenvatting module 3
1.101 Geneeskunde, de normale veroudering
Veroudering: celniveau
- Verlies van cellen
- Minder snelle aanmaak van celcomponenten
- Minder snelle aanmaak van enzymen
- Neuronen (hersencellen/ zenuwcellen) delen niet
Veroudering: weefselniveau
Atrofie (afname van weefsel- of orgaanmassa):
- Minder spierweefsel (lager creatinine)
- Afname van neuronen
- Afname van geleidingssnelheid door verandering van de zenuwcel
- Osteoporose (brozer worden van het bot)
- Na 55e levensjaar vaak gewichtsverlies (echter toename van
vetpercentage)
Tussenstofveranderingen:
- Bindweefsel = al het weefsel tussen spieren en gewrichten
- Stugger worden van bindweefsel door verandering van
collageenmoleculen (waardoor er minder vocht wordt vast
gehouden
Verouderingsprocessen op orgaanniveau
Endogene (van binnen uit) verouderingsveranderingen:
- Grijs haar
- Presbyacusus (ouderdomsdoofheid)
- Seniele staar (ouderdomsstaar, leidt tot wazig zicht)
- Osteoporose
Exogene (van buiten af) verouderingsveranderingen:
- Roken
- Overvoeding
- Milieu-invloeden
Fysiologische veranderingen (van het ouder worden)
Biologische veroudering:
, - Normale veroudering = een tijdsafhankelijk biologisch proces dat,
hoewel het niet een ziekte op zichzelf betreft, functionele
achteruitgang en risico voor ziekte en dood met zich meebrengt.
- Sterftekans in leeftijd 65-84 jaar bij mannen 1,5x groter dan bij
vrouwen.
- Met name Sterfte door kanker, cardiovasculair lijden en COPD
Fysiologische en psychologische veranderingen
Cardiovasculair
Hart: door onder meer sclerose (weefselverharding) van het
endocard (binnenbekleding), fibrose van de hartkleppen
(verdikking hartkleppen door littekenweefsel) en een verminderd
aantal spiervezels neemt de kracht van het myocard (hartspier)
af. Het hart moet hierdoor harder pompen en slijt daardoor meer.
Inspanningsvermogen neemt af.
Minder prikkelgeleiding door het stugger worden van het weefsel.
Verhoogd risico op trombusvorming (bloedstolselvorming)
Vaten: vaatwanden verliezen hun veerkracht door vermindering
van gladspierweefsel en arteriosclerose (aderverkalking) --> leidt
tot verminderde bloedtoevoer naar organen.
Baroreceptoren minder effectief door stuggere wand van de
arteriën (slagaders) en autonome zenuwstelsel functioneert
minder --> vaker bloeddrukschommelingen.
Varices (spataderen), met ulcus crusis (open been) als gevolg
Centraal zenuwstelsel
Afname reflexen/ cognitieve taken: geheugenproblemen,
planning en orde. Dit komt door vermindering van de kwaliteit
van de zenuwgeleiding als gevolg van afname van de dikte van
de myelineschede. Ook neemt de reactiesnelheid af doordat er
minder neurotransmitters beschikbaar zijn waardoor de
transmissiesnelheid afneemt.
Ouderen vaak wel betere reflectie en emotionele balans (limbisch
systeem).
Longen
Minder goed in staat zuurstof op te nemen, eerder
luchtweginfecties (minder trilharen)
Minder goed ademhalen: kyfose, minder spierkracht
Bewegingsapparaat
, Spieren: productie groeihormonen neemt af, atrofie van die
spieren (sarcopenie) --> spiermassa/ -kraht neemt af -->
valincidenten
Kraakbeen: tussenwervelschijven (disci intervertevrales) dunner
Botten: afname dichtheid, sneller fractuur
Huid
De epidermis (opperhuid) atrofieert. Het aantal cellagen neemt
af, waardoor de huid dunner wordt.
Verminderde aanmaak talg --> drogere huid
Afname van hyaluronzuur -->vochtgehalte neemt af
Dikte van de dermis (lederhuid) neemt af --> minder elastisch
Vermindering van de cutane vascularisatie --> blekere huid
Zintuigen
Afname van reuk/smaak/speeksel/traanvocht/horen, met name
door de afname/atrofie van de zintuigcellen.
Gastro-intestinaal
Darmen: minder opname darm, motiliteit, obstipatie
Urinewegen
Minder nierfunctie, meer urineweginfectie (UWI) en incontinentie
Multimorbiditeit
Het tegelijkertijd voorkomen van ten minste drie chronische
aandoeningen bij een persoon, over een periode van ten minste één jaar
Invloed van deze veranderingen op de gezondheid en welzijn van
ouderen
Kwetsbaarheid: “Een proces van opeenstapeling van lichamelijke,
psychische en/of sociale tekorten in het functioneren, dat de kans
vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten (functiebeperkingen,
opname en overlijden).”
Kwetsbaarheid: 3 vlakken
1. Lichamelijke kwetsbaarheid
- Functiebeperkingen, minder zelfzorg (ADL)
2. Psychische kwetsbaarheid
- Depressie, dementie, persoonlijkheidsstoornissen
3. Sociale Kwetsbaarheid
, - Sociaal economische status, woonsituatie, toegang tot zorg
--> grotere kans op negatieve gezondheidsuitkomsten
Er is sprake van kwetsbaarheid wanneer drie of meer van de volgende vijf
criteria aanwezig zijn:
1. Vertraagd looppatroon
2. Lage fysieke activiteit
3. Ongewild gewichtsverlies
4. Subjectieve uitputting
5. Algemene spierzwakte
1.111 Geneeskunde, de psychische veroudering
Dementie: een langzaam ontwikkelende geheugenstoornis, wordt
veroorzaakt door anatomische veranderingen in de hersenen en is niet te
genezen.
Dementie is een syndroom
Symdroom = een verzameling van klachten en symptomen, zodanig
gecombineerd dat het als een ziekte te beschrijven is en waarvan niet
bekend is wat de precieze oorzaak is.
Dementie is een neurocognitieve stoornis = aandoeningen waarbij er
veranderingen optreden in de hersenen, waardoor het denkvermogen (de
cognitie) achteruit gaat.
Dementie-syndroom: klinisch relevante symtomen en klachten
Cognitieve stoornissen (uitval van hersenfuncties)
- Geheugen
- Oriëntatie en herkenning
- Taal (afasie) en handelingen (apraxie)
- Uitvoerende (executieve) vermogens
- Aandacht/ concentratie, verwerkingssnelheid
- Stoornissen in visueel-ruimtelijke of -constructieve vaardigheden.
Neuropsychiatrische symptomen:
- Depressie, angstig, achterdochtig, passiviteit
- Agitatie, agressief gedrag, nachtelijke onrust
- Wanen en hallucinaties
Belangrijkste beïnvloedbare risicofactoren van dementie
- Lage mentale activiteit, roken, weinig bewegen, depressie, hoge
bloeddruk, diabetes, overgewicht
1.101 Geneeskunde, de normale veroudering
Veroudering: celniveau
- Verlies van cellen
- Minder snelle aanmaak van celcomponenten
- Minder snelle aanmaak van enzymen
- Neuronen (hersencellen/ zenuwcellen) delen niet
Veroudering: weefselniveau
Atrofie (afname van weefsel- of orgaanmassa):
- Minder spierweefsel (lager creatinine)
- Afname van neuronen
- Afname van geleidingssnelheid door verandering van de zenuwcel
- Osteoporose (brozer worden van het bot)
- Na 55e levensjaar vaak gewichtsverlies (echter toename van
vetpercentage)
Tussenstofveranderingen:
- Bindweefsel = al het weefsel tussen spieren en gewrichten
- Stugger worden van bindweefsel door verandering van
collageenmoleculen (waardoor er minder vocht wordt vast
gehouden
Verouderingsprocessen op orgaanniveau
Endogene (van binnen uit) verouderingsveranderingen:
- Grijs haar
- Presbyacusus (ouderdomsdoofheid)
- Seniele staar (ouderdomsstaar, leidt tot wazig zicht)
- Osteoporose
Exogene (van buiten af) verouderingsveranderingen:
- Roken
- Overvoeding
- Milieu-invloeden
Fysiologische veranderingen (van het ouder worden)
Biologische veroudering:
, - Normale veroudering = een tijdsafhankelijk biologisch proces dat,
hoewel het niet een ziekte op zichzelf betreft, functionele
achteruitgang en risico voor ziekte en dood met zich meebrengt.
- Sterftekans in leeftijd 65-84 jaar bij mannen 1,5x groter dan bij
vrouwen.
- Met name Sterfte door kanker, cardiovasculair lijden en COPD
Fysiologische en psychologische veranderingen
Cardiovasculair
Hart: door onder meer sclerose (weefselverharding) van het
endocard (binnenbekleding), fibrose van de hartkleppen
(verdikking hartkleppen door littekenweefsel) en een verminderd
aantal spiervezels neemt de kracht van het myocard (hartspier)
af. Het hart moet hierdoor harder pompen en slijt daardoor meer.
Inspanningsvermogen neemt af.
Minder prikkelgeleiding door het stugger worden van het weefsel.
Verhoogd risico op trombusvorming (bloedstolselvorming)
Vaten: vaatwanden verliezen hun veerkracht door vermindering
van gladspierweefsel en arteriosclerose (aderverkalking) --> leidt
tot verminderde bloedtoevoer naar organen.
Baroreceptoren minder effectief door stuggere wand van de
arteriën (slagaders) en autonome zenuwstelsel functioneert
minder --> vaker bloeddrukschommelingen.
Varices (spataderen), met ulcus crusis (open been) als gevolg
Centraal zenuwstelsel
Afname reflexen/ cognitieve taken: geheugenproblemen,
planning en orde. Dit komt door vermindering van de kwaliteit
van de zenuwgeleiding als gevolg van afname van de dikte van
de myelineschede. Ook neemt de reactiesnelheid af doordat er
minder neurotransmitters beschikbaar zijn waardoor de
transmissiesnelheid afneemt.
Ouderen vaak wel betere reflectie en emotionele balans (limbisch
systeem).
Longen
Minder goed in staat zuurstof op te nemen, eerder
luchtweginfecties (minder trilharen)
Minder goed ademhalen: kyfose, minder spierkracht
Bewegingsapparaat
, Spieren: productie groeihormonen neemt af, atrofie van die
spieren (sarcopenie) --> spiermassa/ -kraht neemt af -->
valincidenten
Kraakbeen: tussenwervelschijven (disci intervertevrales) dunner
Botten: afname dichtheid, sneller fractuur
Huid
De epidermis (opperhuid) atrofieert. Het aantal cellagen neemt
af, waardoor de huid dunner wordt.
Verminderde aanmaak talg --> drogere huid
Afname van hyaluronzuur -->vochtgehalte neemt af
Dikte van de dermis (lederhuid) neemt af --> minder elastisch
Vermindering van de cutane vascularisatie --> blekere huid
Zintuigen
Afname van reuk/smaak/speeksel/traanvocht/horen, met name
door de afname/atrofie van de zintuigcellen.
Gastro-intestinaal
Darmen: minder opname darm, motiliteit, obstipatie
Urinewegen
Minder nierfunctie, meer urineweginfectie (UWI) en incontinentie
Multimorbiditeit
Het tegelijkertijd voorkomen van ten minste drie chronische
aandoeningen bij een persoon, over een periode van ten minste één jaar
Invloed van deze veranderingen op de gezondheid en welzijn van
ouderen
Kwetsbaarheid: “Een proces van opeenstapeling van lichamelijke,
psychische en/of sociale tekorten in het functioneren, dat de kans
vergroot op negatieve gezondheidsuitkomsten (functiebeperkingen,
opname en overlijden).”
Kwetsbaarheid: 3 vlakken
1. Lichamelijke kwetsbaarheid
- Functiebeperkingen, minder zelfzorg (ADL)
2. Psychische kwetsbaarheid
- Depressie, dementie, persoonlijkheidsstoornissen
3. Sociale Kwetsbaarheid
, - Sociaal economische status, woonsituatie, toegang tot zorg
--> grotere kans op negatieve gezondheidsuitkomsten
Er is sprake van kwetsbaarheid wanneer drie of meer van de volgende vijf
criteria aanwezig zijn:
1. Vertraagd looppatroon
2. Lage fysieke activiteit
3. Ongewild gewichtsverlies
4. Subjectieve uitputting
5. Algemene spierzwakte
1.111 Geneeskunde, de psychische veroudering
Dementie: een langzaam ontwikkelende geheugenstoornis, wordt
veroorzaakt door anatomische veranderingen in de hersenen en is niet te
genezen.
Dementie is een syndroom
Symdroom = een verzameling van klachten en symptomen, zodanig
gecombineerd dat het als een ziekte te beschrijven is en waarvan niet
bekend is wat de precieze oorzaak is.
Dementie is een neurocognitieve stoornis = aandoeningen waarbij er
veranderingen optreden in de hersenen, waardoor het denkvermogen (de
cognitie) achteruit gaat.
Dementie-syndroom: klinisch relevante symtomen en klachten
Cognitieve stoornissen (uitval van hersenfuncties)
- Geheugen
- Oriëntatie en herkenning
- Taal (afasie) en handelingen (apraxie)
- Uitvoerende (executieve) vermogens
- Aandacht/ concentratie, verwerkingssnelheid
- Stoornissen in visueel-ruimtelijke of -constructieve vaardigheden.
Neuropsychiatrische symptomen:
- Depressie, angstig, achterdochtig, passiviteit
- Agitatie, agressief gedrag, nachtelijke onrust
- Wanen en hallucinaties
Belangrijkste beïnvloedbare risicofactoren van dementie
- Lage mentale activiteit, roken, weinig bewegen, depressie, hoge
bloeddruk, diabetes, overgewicht