Hoorcollege week 1
Politieke communicatie = de interacties tussen politiek, media en het publiek. Ook als de
politiek er zelf niet in zit.
è Het gaat dus om relaties tussen politieke actoren, media/journalisten en burgers
è Vaak is de vraag: wie geeft de richting aan deze relaties? Wie controleert wie?
è Focus op machtsrelaties!
Politiek wil met het publiek/kiezers/ samenleving praten, maar het publiek kan ook
terugpraten. Waarom vinden ze dat je op ze moet stemmen?
We kunnen niet alleemaal met elkaar communiceren, daarom communiceren we met de
media. Hoe wordt deze gemedieerd? Media als mediator die de richting van de ene naar de
andere gaat
è Hierdoor welke boodschappen worden doorgeven en welke niet
Politiek praat via een medium (X bijv.), dus afhankelijk van welk medium bepaalt wat je wel of
niet kan doen om een boodschap vorm te geven. Media heeft dus een belangrijke rol.
Wat is politiek? = zodra we met meer dan 1 persoon een beslissing moeten nemen, dan is
er al sprake van politiek (VB: ik ga met vrienden wat eten en ik wil naar de chinees en een
vriend naar Italiaan. We willen samen eten en welke processen gaan een rol spelen om een
beslissing te nemen)
è Machtsverhouding: hoe kan ik zorgen dat mijn beslissing. Elkaar onderling
overtuigen.
Wat verwachten we van de media?
(Vrije) media als vierde macht
1 harde wet = macht verdelen zodat je probleem voorkomen
- Wetgevende macht -> die maken de wetten (VS: congres; NL: parlement en regering)
- Uitvoerde macht -> wetten uitvoeren (VS: president; NL: regering)
- Rechterlijke macht -> controleren of ze zich houden aan de wetten hoe we die
hebben vastgesteld
è Media is een vierde macht: die als een extra controlerende macht. Kijkt naar andere
machten en laten die verantwoording voor afleggen.
,Functies van de media in een (ideale) democratie:
1. Informatie (monitoring, informeren van het publiek) -> nieuwsmedia moeten ons
vertellen wat er gebeurt.
2. Educatie (uitleggen wat feiten en vent betekenen) -> we moeten weten wat de
informatie betekend (waarom is het cabinet gevallen (interpretatie))
3. Waakhond: controle en rapportering over wat de overheid (of bedrijven) doet -> op
zoek gaan naar dingen (politicus doet iets stoms); journalisten doen hun best om
problemen te ontdekken
Volgende 2 communicatie tussen 2 groepen. Communicatie horizontaal (burgers praten met
elkaar) – verticaal (politici met burgeres praten)
4. Platform (horizontaal): media als een virtuele plaats waar ideeën kunnen uitgewisseld
worden
5. Kanaal (verticaal): politieke boodschappen en meningen moeten een kans krijgen,
media stellen daarvoor plaats ter beschikking. (Nieuwsmedia als een kanaal optreden
dat politici met burgers kunnen praten.
Wat voor rol meten journalisten zichzelf aan, wat hun taak is binnen een democratisch stel:
We kunnen de rollen in een cirkel vormgeven. Als dingen naast elkaar liggen lijken de op
elkaar en tegenover elkaar stellen ze andere ideeën voor. Belangrijk is hoe verhouden de
clusters met elkaar.
18 rollen vormen 6 clusters.
- Informatie voorziening: de rol van de journalist dat informatie zich verspreid in de
samenleving (gekoppeld aan informatie functie). Er is heel veel informatie, niet de rol
van de journalist om alles door te geven. Hij moet selectief zijn in welke informatie
verspreid wordt. De storysteller: een narratief van wat betekent het welke informatie
verspreiden.
- Betrekking en empoweren van publiek: het publiek de ruimte geven dat ze zich
kunnen uiten en ontwikkelen (acces proboder: het publieke debat is mogelijk dat
mensen zich kunnen uiten.
- De macht ter verantwoording roepen: het kritisch benaderen van de overheid.
Verschillen in hoeveel moeite je als journalist moet steken of je kritisch bent of ben je
opzoek waar problemen zitten. Waar zit de macht? (ontmaskeren)
- Participanten in politieke discours: Hoe staat hij tegenover informatie voorziening?
Bovenste is de doel informatie leveren aan publiek, is hieronder de taak om deel te
zijn van het politieke debat en daarmee een bepaalde kant opduwen. (Advocate rol:
groepen in de maatschappij die een mindere pocitie hebben en deze belangen
vertegenwoordigen om dit te doen. Boven is meer de objectieve journalist en hier is
het deel van het debat en een bepaalde verandering in te wegen.
- Promoten van sociale verandering: tegenover Betrekking en empoweren van publiek.
Hier staat meer de journalist centraal bij het promoten. (educator: gaat over dat de
journalist zelf dat er belangrijke thema’s zijn en hier positie in neemt.
- Partner van de overheid: journalist als een collaborator met de overheid. Journalist
werkt samen met de overheid om te zorgen dat hun ideeën goed gecommuniceerd
worden. Veranderingen te werk stellen die nodig zijn.
,Is het overal hetzelfde, of verschillen ze per context?
è Nee, hoe deze functie sbetekenis krijgen, uitgevoerd worden, etc. verschilt per
context.
VB:
- in de TK zitten veel partijden (15)
- NL heeft altijd een coalistie regering
- NL heeft een zeer sterke publieke omproep
- Tradioneel sterk politiek parallellisme
VB:
- VS heeft 2 partijen
- Altijd 1 partij heeft de macht
- Een zwakke publieke omroep
- Traditioneel zwak politiek parallellisme
Politieke systemen (Arend Lijphart):
1. Meerderheidsdemocreatieën (UK, VS)
o ‘Plurality voting system’ (meeste stemmen en krijg je de zetel)
o Twee-partijen systeem (kleine partijen willen weinig zetels)
o Eén-partij regeringen
o Macht geconcentreerd bij de uitvoerende macht
o ‘Indivisualized pluralism’
2. Consensusdemocratieën (NL)
o Proportionele representatie (stemmen met de stembus)
o Meer-partijen systeem
o Coalitie regeringen
, o Macht gedeeld tussen uitvoerende en wetgevende macht
o ‘Organized pluralism’
Deze hangen samen met de media (Hallin & machini):
- Vergelijking op basis van historische ontwikkeleing van zowel poltieke als media
systeem
Vier media dimensies, 3 modellen
- Ontwikkeling van de pres
- Politieke parallelisme
- Ontwikkeling van journalistiek als beroep
- Staat van de media: welke rol heeft de overheid in het media
3 modellen:
- Polarized pluralist
- Democratie corparatist
- Liberaal
Media systemen bekritiseerd:
- Te westers
- Niet (meet) in lijn met de werkelijkheid, want Hallin en Mancini letten vooral op
historische ontwikkelingen
- Dus leiden ‘nieuw’ trends tot een verandering in deze media systemen?
- Evoluties gaan samen met grotere maatschappelijke trends (individualisering,
ontzuiling, de crisis van politieke partijen, groter volatiteit van kiezers (=meer
zwevende keizers, commercialisering etc.)
- Bijvoorbeeld, leidt mediatisering tot het naar elkaar toe bewegen van media
systemen?
o Algemeen idee: hoe media steeds belangrijker wordt
En een ‘nieuw’ trend: digitalisering
- Digitalisering is niet te ontwikken een belangrijke trend
- Maar Halling en Mancini zijn vooral historisch gefocusd. Humprecht et al.
- (2022) bekijken mediasystemen met
- empirische blik.
- Vanwege digitalisering een ietwat andere “benadering” …
o • … inclusiviteit van de media markt → e.g., focus op bereik van online nieuws
onder verschillende groepen.
o • … politiek parallellisme → e.g., digitalisering creëerde condities waarin
parallellisme zou kunnen toenemen.
o • … journalistieke professionalisme → e.g., ook een focus op online
responsiviteit naar het publiek.
o • … rol van de staat → e.g., ook focus op media vrijheid.
Wat vinden zij?
Political parallslism is nu kleiner. In de VS wordt het nu sterker. Het liberale bestaat niet
meer, maar een hybride model.
Politieke communicatie = de interacties tussen politiek, media en het publiek. Ook als de
politiek er zelf niet in zit.
è Het gaat dus om relaties tussen politieke actoren, media/journalisten en burgers
è Vaak is de vraag: wie geeft de richting aan deze relaties? Wie controleert wie?
è Focus op machtsrelaties!
Politiek wil met het publiek/kiezers/ samenleving praten, maar het publiek kan ook
terugpraten. Waarom vinden ze dat je op ze moet stemmen?
We kunnen niet alleemaal met elkaar communiceren, daarom communiceren we met de
media. Hoe wordt deze gemedieerd? Media als mediator die de richting van de ene naar de
andere gaat
è Hierdoor welke boodschappen worden doorgeven en welke niet
Politiek praat via een medium (X bijv.), dus afhankelijk van welk medium bepaalt wat je wel of
niet kan doen om een boodschap vorm te geven. Media heeft dus een belangrijke rol.
Wat is politiek? = zodra we met meer dan 1 persoon een beslissing moeten nemen, dan is
er al sprake van politiek (VB: ik ga met vrienden wat eten en ik wil naar de chinees en een
vriend naar Italiaan. We willen samen eten en welke processen gaan een rol spelen om een
beslissing te nemen)
è Machtsverhouding: hoe kan ik zorgen dat mijn beslissing. Elkaar onderling
overtuigen.
Wat verwachten we van de media?
(Vrije) media als vierde macht
1 harde wet = macht verdelen zodat je probleem voorkomen
- Wetgevende macht -> die maken de wetten (VS: congres; NL: parlement en regering)
- Uitvoerde macht -> wetten uitvoeren (VS: president; NL: regering)
- Rechterlijke macht -> controleren of ze zich houden aan de wetten hoe we die
hebben vastgesteld
è Media is een vierde macht: die als een extra controlerende macht. Kijkt naar andere
machten en laten die verantwoording voor afleggen.
,Functies van de media in een (ideale) democratie:
1. Informatie (monitoring, informeren van het publiek) -> nieuwsmedia moeten ons
vertellen wat er gebeurt.
2. Educatie (uitleggen wat feiten en vent betekenen) -> we moeten weten wat de
informatie betekend (waarom is het cabinet gevallen (interpretatie))
3. Waakhond: controle en rapportering over wat de overheid (of bedrijven) doet -> op
zoek gaan naar dingen (politicus doet iets stoms); journalisten doen hun best om
problemen te ontdekken
Volgende 2 communicatie tussen 2 groepen. Communicatie horizontaal (burgers praten met
elkaar) – verticaal (politici met burgeres praten)
4. Platform (horizontaal): media als een virtuele plaats waar ideeën kunnen uitgewisseld
worden
5. Kanaal (verticaal): politieke boodschappen en meningen moeten een kans krijgen,
media stellen daarvoor plaats ter beschikking. (Nieuwsmedia als een kanaal optreden
dat politici met burgers kunnen praten.
Wat voor rol meten journalisten zichzelf aan, wat hun taak is binnen een democratisch stel:
We kunnen de rollen in een cirkel vormgeven. Als dingen naast elkaar liggen lijken de op
elkaar en tegenover elkaar stellen ze andere ideeën voor. Belangrijk is hoe verhouden de
clusters met elkaar.
18 rollen vormen 6 clusters.
- Informatie voorziening: de rol van de journalist dat informatie zich verspreid in de
samenleving (gekoppeld aan informatie functie). Er is heel veel informatie, niet de rol
van de journalist om alles door te geven. Hij moet selectief zijn in welke informatie
verspreid wordt. De storysteller: een narratief van wat betekent het welke informatie
verspreiden.
- Betrekking en empoweren van publiek: het publiek de ruimte geven dat ze zich
kunnen uiten en ontwikkelen (acces proboder: het publieke debat is mogelijk dat
mensen zich kunnen uiten.
- De macht ter verantwoording roepen: het kritisch benaderen van de overheid.
Verschillen in hoeveel moeite je als journalist moet steken of je kritisch bent of ben je
opzoek waar problemen zitten. Waar zit de macht? (ontmaskeren)
- Participanten in politieke discours: Hoe staat hij tegenover informatie voorziening?
Bovenste is de doel informatie leveren aan publiek, is hieronder de taak om deel te
zijn van het politieke debat en daarmee een bepaalde kant opduwen. (Advocate rol:
groepen in de maatschappij die een mindere pocitie hebben en deze belangen
vertegenwoordigen om dit te doen. Boven is meer de objectieve journalist en hier is
het deel van het debat en een bepaalde verandering in te wegen.
- Promoten van sociale verandering: tegenover Betrekking en empoweren van publiek.
Hier staat meer de journalist centraal bij het promoten. (educator: gaat over dat de
journalist zelf dat er belangrijke thema’s zijn en hier positie in neemt.
- Partner van de overheid: journalist als een collaborator met de overheid. Journalist
werkt samen met de overheid om te zorgen dat hun ideeën goed gecommuniceerd
worden. Veranderingen te werk stellen die nodig zijn.
,Is het overal hetzelfde, of verschillen ze per context?
è Nee, hoe deze functie sbetekenis krijgen, uitgevoerd worden, etc. verschilt per
context.
VB:
- in de TK zitten veel partijden (15)
- NL heeft altijd een coalistie regering
- NL heeft een zeer sterke publieke omproep
- Tradioneel sterk politiek parallellisme
VB:
- VS heeft 2 partijen
- Altijd 1 partij heeft de macht
- Een zwakke publieke omroep
- Traditioneel zwak politiek parallellisme
Politieke systemen (Arend Lijphart):
1. Meerderheidsdemocreatieën (UK, VS)
o ‘Plurality voting system’ (meeste stemmen en krijg je de zetel)
o Twee-partijen systeem (kleine partijen willen weinig zetels)
o Eén-partij regeringen
o Macht geconcentreerd bij de uitvoerende macht
o ‘Indivisualized pluralism’
2. Consensusdemocratieën (NL)
o Proportionele representatie (stemmen met de stembus)
o Meer-partijen systeem
o Coalitie regeringen
, o Macht gedeeld tussen uitvoerende en wetgevende macht
o ‘Organized pluralism’
Deze hangen samen met de media (Hallin & machini):
- Vergelijking op basis van historische ontwikkeleing van zowel poltieke als media
systeem
Vier media dimensies, 3 modellen
- Ontwikkeling van de pres
- Politieke parallelisme
- Ontwikkeling van journalistiek als beroep
- Staat van de media: welke rol heeft de overheid in het media
3 modellen:
- Polarized pluralist
- Democratie corparatist
- Liberaal
Media systemen bekritiseerd:
- Te westers
- Niet (meet) in lijn met de werkelijkheid, want Hallin en Mancini letten vooral op
historische ontwikkelingen
- Dus leiden ‘nieuw’ trends tot een verandering in deze media systemen?
- Evoluties gaan samen met grotere maatschappelijke trends (individualisering,
ontzuiling, de crisis van politieke partijen, groter volatiteit van kiezers (=meer
zwevende keizers, commercialisering etc.)
- Bijvoorbeeld, leidt mediatisering tot het naar elkaar toe bewegen van media
systemen?
o Algemeen idee: hoe media steeds belangrijker wordt
En een ‘nieuw’ trend: digitalisering
- Digitalisering is niet te ontwikken een belangrijke trend
- Maar Halling en Mancini zijn vooral historisch gefocusd. Humprecht et al.
- (2022) bekijken mediasystemen met
- empirische blik.
- Vanwege digitalisering een ietwat andere “benadering” …
o • … inclusiviteit van de media markt → e.g., focus op bereik van online nieuws
onder verschillende groepen.
o • … politiek parallellisme → e.g., digitalisering creëerde condities waarin
parallellisme zou kunnen toenemen.
o • … journalistieke professionalisme → e.g., ook een focus op online
responsiviteit naar het publiek.
o • … rol van de staat → e.g., ook focus op media vrijheid.
Wat vinden zij?
Political parallslism is nu kleiner. In de VS wordt het nu sterker. Het liberale bestaat niet
meer, maar een hybride model.