Kennisclip FA1: Administratieve
stelsels
Iedereen legt financiële transacties vast. De meest eenvoudige manier: de bank. Elke keer als
je geld opneemt of een transactie doet, registreert de bank dit. Dit betekent dan iets voor je
huidige saldo. Je hebt hiermee alleen nog maar de feiten. Als je inzicht wil hebben in de
transacties, moet je ordenen. De manier waarop je dit doet, hang af van het huishouden en
de typedoelstellingen.
Grofweg zijn er twee typen:
1. Het kameraal stelsel (Kasstelsel)
2. Commercieel stelsel (Baten-lasten stelsel/ accruals accounting)
1. Kameraal stelsel:
De kern van dit stelsel is dat inkomensbeheer centraal staat. Het gaat hierbij om het kunnen
volgen van financiële transacties op korte termijn. Bij inkomensbeheer is de vraag: of er nog
voldoende geld op de rekening is om uitgaven te doen. Het voortbestaan van de organisatie
is nauwelijks van belang.
Er zijn een aantal centrale begrippen van toepassing:
- Inkomsten
- Uitgaven
- Overschot en tekort
Er wordt gerapporteerd via twee momenten waar men kan oordelen, om te bepalen hoe de
financiële positie eruitziet:
- Begroting: geschatte inkomsten en uitgaven
- Gerealiseerde uitkomsten: daadwerkelijke inkomsten en uitgaven
Er hoeft geen evenwichtssituatie te zijn.
Schematisch weergeven ziet het er zo uit:
Inkomsten Uitgaven:
Totaal Totaal
Let op: zet je uitgaven links en inkomsten rechts, dan: is een positief getal dus feitelijk een
tekort omdat uitgaven hoger zijn dan inkomsten. Goed opletten hoe je de getallen dus moet
lezen!
, 2. Commercieel stelsel:
In het commercieel stelsel staat vermogensbeheer centraal. Het gaat hierbij om de
continuïteit van de organisatie centraal en het eigen vermogen. Je wilt bewaken dat het geld
dat geïnvesteerd is niet verloren gaat en het liefst meer waard wordt. Vergelijkbaar met een
spaarrekening naast je lopende rekening. To accrual = laten groeien.
Ook hier zijn een aantal centrale begrippen van toepassing:
- Activa en passiva
- Baten en lasten
- Verlies en winst
En ook hier is sprake van rapportage:
- (Begroting, vaak indicatief)
- Balans met overzicht van bezittingen en schulden.
- Resultatenrekening/ exploitatierekening
- Kasstroomoverzicht
Hier is wel altijd sprake van evenwicht.
Schematische weergave ziet er zo uit:
- Balans:
Activa Passiva
Totaal Totaal
- Resultatenrekening:
Lasten Baten
Winst Verlies
Totaal Totaal
Voor nu: zijn de baten groter dan de lasten, dan komt de winst aan de linkerkant om het in
evenwicht te houden. Zijn de lasten groter dan de baten, dan verlies aan de rechterkant om
het in evenwicht te houden.
stelsels
Iedereen legt financiële transacties vast. De meest eenvoudige manier: de bank. Elke keer als
je geld opneemt of een transactie doet, registreert de bank dit. Dit betekent dan iets voor je
huidige saldo. Je hebt hiermee alleen nog maar de feiten. Als je inzicht wil hebben in de
transacties, moet je ordenen. De manier waarop je dit doet, hang af van het huishouden en
de typedoelstellingen.
Grofweg zijn er twee typen:
1. Het kameraal stelsel (Kasstelsel)
2. Commercieel stelsel (Baten-lasten stelsel/ accruals accounting)
1. Kameraal stelsel:
De kern van dit stelsel is dat inkomensbeheer centraal staat. Het gaat hierbij om het kunnen
volgen van financiële transacties op korte termijn. Bij inkomensbeheer is de vraag: of er nog
voldoende geld op de rekening is om uitgaven te doen. Het voortbestaan van de organisatie
is nauwelijks van belang.
Er zijn een aantal centrale begrippen van toepassing:
- Inkomsten
- Uitgaven
- Overschot en tekort
Er wordt gerapporteerd via twee momenten waar men kan oordelen, om te bepalen hoe de
financiële positie eruitziet:
- Begroting: geschatte inkomsten en uitgaven
- Gerealiseerde uitkomsten: daadwerkelijke inkomsten en uitgaven
Er hoeft geen evenwichtssituatie te zijn.
Schematisch weergeven ziet het er zo uit:
Inkomsten Uitgaven:
Totaal Totaal
Let op: zet je uitgaven links en inkomsten rechts, dan: is een positief getal dus feitelijk een
tekort omdat uitgaven hoger zijn dan inkomsten. Goed opletten hoe je de getallen dus moet
lezen!
, 2. Commercieel stelsel:
In het commercieel stelsel staat vermogensbeheer centraal. Het gaat hierbij om de
continuïteit van de organisatie centraal en het eigen vermogen. Je wilt bewaken dat het geld
dat geïnvesteerd is niet verloren gaat en het liefst meer waard wordt. Vergelijkbaar met een
spaarrekening naast je lopende rekening. To accrual = laten groeien.
Ook hier zijn een aantal centrale begrippen van toepassing:
- Activa en passiva
- Baten en lasten
- Verlies en winst
En ook hier is sprake van rapportage:
- (Begroting, vaak indicatief)
- Balans met overzicht van bezittingen en schulden.
- Resultatenrekening/ exploitatierekening
- Kasstroomoverzicht
Hier is wel altijd sprake van evenwicht.
Schematische weergave ziet er zo uit:
- Balans:
Activa Passiva
Totaal Totaal
- Resultatenrekening:
Lasten Baten
Winst Verlies
Totaal Totaal
Voor nu: zijn de baten groter dan de lasten, dan komt de winst aan de linkerkant om het in
evenwicht te houden. Zijn de lasten groter dan de baten, dan verlies aan de rechterkant om
het in evenwicht te houden.