Europees recht werkgroepen
Week 1
Inleidende vragen
De volgende inleidende vragen zijn bedoeld u een indicatie te geven van de relevante
vraagstukken en kerndiscussies die spelen op het gebied van het vrij verkeer van goederen en
de interne markt in het algemeen. U hoeft antwoorden op deze inleidende vragen niet uitgeprint
mee te nemen naar, of anderzijds voor te bereiden voor de werkgroep. Wij raden aan ze te
bestuderen en ze te gebruiken om uw kennis van de stof te toetsen. Ze worden in principe niet
tijdens de werkgroep besproken, maar kunnen wel als basis dienen voor vragen die u hebt over
de stof.
1. De arresten Van Gend en Loos en Costa/ENEL worden vaak gezien als revolutionaire
uitspraken. Wat is de belangrijkste boodschap van het Hof hierin?
Van Gend en Loos: Europees recht kan rechten scheppen die individuen onafhankelijk van hun nationale
recht kunnen inroepen voor de nationale rechter. Om deze directe werking te hebben moet aan een
aantal voorwaarden voldaan zijn:
1. De bepaling is voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk.
2. De bepaling schept een negatieve verplichting voor de lidstaat.
3. De bepaling bevat geen voorbehouden.
4. De aard van de bepaling leent zich voor directe werking.
Costa/ENEL: in dit arrest verbindt het Hof voorrang aan Europees recht.
2. Bestudeer artikel 114 VWEU. Geeft dit artikel de EU een (vrijwel) onbegrensde
harmonisatiebevoegdheid? Waarom wel of waarom niet?
Art 114 VWEU verwijst naar art 26 VWEU, deze gaat over de interne markt en dat de EU bevoegd is
maatregelen te stellen die ertoe bestemd zijn om de interne markt te verzekeren. De
harmonisatiebevoegdheid is niet volledig onbegrensd, er staat namelijk in lid 1 ‘Tenzij in Verdragen
anders is bepaald’. En lid 2 somt een aantal uitzonderingen op.
3. Beschouwt u bier en wijn als concurrerende producten? Welke problemen ziet u bij het
beantwoorden van deze vraag?
Er zijn veel verschillende soorten wijnen van allemaal verschillende prijsklassen. De duurdere wijnsoorten
concurreren niet per se met bier. Bepaalde soorten wijn en bier concurreren met elkaar. Dit zijn vooral de
goedkopere en lichtere wijnen.
4. Wat valt op aan de definitie van het begrip “maatregel van gelijke werking” die het Hof
introduceert in Dassonville? Wat is het probleem van deze definitie in het licht van de
bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten?
In Dassonville wordt geoordeeld dat een maatregel van gelijke werking is: iedere (handels)regeling der
lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks , daadwerkelijk of potentieel, kan
belemmeren.
Het probleem hiermee is dat discriminatie niet per se vereist is om een maatregel van gelijke werking te
zijn.
5. In het verlengde van vraag 4, welke problemen probeerde het arrest Cassis de Dijon op
,te lossen? Creëert dit arrest een juiste balans tussen de belangen van lidstaten en EU en
tussen economische en niet-economische belangen?
Ziet op art 36 VWEU: maatregelen van gelijke werking kunnen onder bepaalde omstandigheden worden
gerechtvaardigd. Deze bepaling moet restrictief uitgelegd worden en de opsomming in het artikel is
limitatief. Een andere rechtvaardigingsgrond is de Cassis-rechtvaardiging die voortvloeit uit de uitspraak
Cassis de Dijon.
Cassis rechtvaardiging: Hierin werd gezegd dat het in bepaalde gevallen toch toegestaan is dat een
lidstaat regels stelt die het vrije verkeer in de Europese Unie belemmeren. Van een dergelijke situatie kan
sprake zijn wanneer de regel verband houdt met de doeltreffendheid van fiscale controles, strekt tot de
bescherming van de volksgezondheid, of tot bescherming van de consument.
6. Wat was het doel van de herziene interpretatie van artikel 34 VWEU door het Hof in
het arrest Keck en Mithouard? Heeft deze herziening haar doel bereikt?
In het arrest Keck en Mithouard werd geoordeeld dat er sprake is van strijd met vrij verkeer van goederen
als lidstaten de handel binnen de EU al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel belemmeren.
Onder deze definitie valt echter niet het verbieden van wederverkoop met verlies. Dit levert dus géén
belemmering van het goederenverkeer op.
7. Bestudeer rechtsoverweging 37 van het arrest Italiaanse aanhangwagens en vergelijk
deze met rechtsoverweging 5 van Dassonville. Wat zijn de meest in het oog springende
overeenkomsten en verschillen?
R.o. 37: Ook maatregelen van een lidstaat die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat uit andere
lidstaten afkomstige producten minder gunstig worden behandeld, vallen onder het begrip
maatregelen van gelijke werking.
R.o. 5: Iedere handelsregeling van een lidstaat die die de intracommunautaire handel al dan niet
rechtstreeks , daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren is een maatregel van gelijke werking.
Overeenkomsten: definitie is gelijk.
Verschillen: Italiaanse aanhangwagens heeft een bredere reikwijdte (?)
Opdracht 1: theorie
In de rechtspraak inzake het vrij verkeer van goederen staat de reikwijdte van het begrip
“maatregel van gelijke werking” centraal. Het maken van mindmaps, stappenplannen,
flowcharts enz. helpt doorgaans om de rechtspraak beter te begrijpen en een “strategie” te
ontwikkelen om (tentamen)vragen te beantwoorden. Maak een flowchart of beslisschema om
vast te stellen of een bepaalde maatregel van een lidstaat een “maatregel van gelijke
werking” is en of deze gerechtvaardigd kan worden. Probeer de voorgeschreven
jurisprudentie hierin zo goed mogelijk te verwerken. Deze opdracht mag u ook met pen
en papier maken. Er zijn meerdere juiste flowcharts mogelijk. Tijdens de werkgroepen zullen
de door u gemaakte flowcharts en hun sterke en zwakke punten worden besproken.
NB: Op p. 415 van het studieboek vindt u ook een dergelijke flowchart. Helaas bevat deze
flowchart enkele onjuistheden.
Opdracht 2: casus
Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een kort pleidooi voor één specifieke procespartij.
, Dat betekent dat u het recht zo moet proberen toe te passen dat ‘uw’ partij de grootste kans
heeft om de zaak te winnen. Deze vorm van vraagstelling zal in dit vak meermaals terugkomen.
In zowel actieve werkgroepen als de responsiewerkgroep zullen we ingaan op wat we van uw
antwoorden verwachten.
De Ierse onderneming ‘Paleontology Rocks!’ publiceert een gelijknamig magazine over
dinosauriërs en andere prehistorische dieren, voornamelijk gericht op kinderen tussen 10 en 16
jaar oud. Lezers van het tijdschrift leren niet alleen veel over dinosauriërs, maar kunnen ook
kleine, gedetailleerde modellen van dinosaurussen verzamelen. Elk tijdschriftnummer bevat
een modeldinosaurus van circa 10 cm hoog, en het tijdschrift zelf bevat altijd een uitgebreid
artikel over de betreffende soort. De zomereditie van het tijdschrift bevat meestal een model
van een zeer populaire dinosaurussoort, zoals de Velociraptor of de Giganotosaurus.
‘Paleontology Rocks!’ wordt verkocht in de gehele Europese Unie in verschillende talen. Het
Ierse bedrijf investeert grote bedragen in marketing en adverteert grootschalig op
televisiezenders en videoplatforms zoals TikTok. In deze advertenties stimuleert ‘Paleontology
Rocks!’ kinderen om hun ouders om een abonnement te vragen. Het tijdschrift zelf wordt,
samen met het dinosaurusmodel, verkocht in plasticfolie. Op deze folie is een grote sticker
geplakt met de tekst ‘INCLUSIEF DINOSAURUS! SPAAR ZE ALLEMAAL!’ met een
afbeelding van een modeldinosaurus. Hiermee beoogt ‘Paleontology Rocks!’ de aandacht te
trekken van kinderen in kantoorboekhandels, supermarkten en andere verkooplocaties.
De Finse consumentenautoriteit is niet blij met de advertentietactieken van ‘Paleontology
Rocks!’. De consumentenautoriteit legt ‘Paleontology Rocks!’ een boete op wegens
overtreding van (1) de Finse wet op oneerlijke handelspraktijken, op grond waarvan
verleidende reclame op producten (zoals de betreffende sticker op de plasticfolie) gericht tot
kinderen onder de 14 jaar niet is toegestaan, en (2) de Finse mediawet, op grond waarvan
televisiereclame gericht tot kinderen onder de 14 jaar niet is toegestaan.
‘Paleontology Rocks!’ gaat in beroep tegen de boete bij de bevoegde Finse bestuursrechter.
Eén van beide partijen (zie onder) vraagt u een kort pleidooi te schrijven van maximaal 500
woorden waarin u haar zaak bepleit vanuit Europeesrechtelijk perspectief.
Schrijf een pleidooi ten behoeve van Paleontology Rocks! waarin u beargumenteert dat het opleggen
van de boete wegens strijd met Finse wetgeving in strijd is met artikelen 34 en 36 VWEU.
Reikwijdte:
- Is sprake van een goed? Ja, een tijdschrift is tastbaar en kan worden aangemerkt als een goed.
(Italiaanse Kunst)
- Sprake van harmonisatie? Blijkt niet uit de casus, dus nee.
- Grensoverschrijdend element? Ja, finland en ierland.
- Rechtstreekse werking: ja.
Beperkingen:
1. Verkoopmodaliteit: dit is volgens Keck & Mithouard alleen een maatregel van gelijke werking
wanneer het algemeen toepasselijk is en er geen sprake is van discriminatie. Het gaat om een
tijdschrift waarop verleidende reclame wordt afgebeeld. Deze Finse wet geldt voor kinderen tot
14 jaar. Het tijdschrift richt zich op kinderen tussen de 10 en 16. Dus er is wel sprake van
discriminatie. is geen MGW, dus is niet verboden.
Week 1
Inleidende vragen
De volgende inleidende vragen zijn bedoeld u een indicatie te geven van de relevante
vraagstukken en kerndiscussies die spelen op het gebied van het vrij verkeer van goederen en
de interne markt in het algemeen. U hoeft antwoorden op deze inleidende vragen niet uitgeprint
mee te nemen naar, of anderzijds voor te bereiden voor de werkgroep. Wij raden aan ze te
bestuderen en ze te gebruiken om uw kennis van de stof te toetsen. Ze worden in principe niet
tijdens de werkgroep besproken, maar kunnen wel als basis dienen voor vragen die u hebt over
de stof.
1. De arresten Van Gend en Loos en Costa/ENEL worden vaak gezien als revolutionaire
uitspraken. Wat is de belangrijkste boodschap van het Hof hierin?
Van Gend en Loos: Europees recht kan rechten scheppen die individuen onafhankelijk van hun nationale
recht kunnen inroepen voor de nationale rechter. Om deze directe werking te hebben moet aan een
aantal voorwaarden voldaan zijn:
1. De bepaling is voldoende duidelijk en onvoorwaardelijk.
2. De bepaling schept een negatieve verplichting voor de lidstaat.
3. De bepaling bevat geen voorbehouden.
4. De aard van de bepaling leent zich voor directe werking.
Costa/ENEL: in dit arrest verbindt het Hof voorrang aan Europees recht.
2. Bestudeer artikel 114 VWEU. Geeft dit artikel de EU een (vrijwel) onbegrensde
harmonisatiebevoegdheid? Waarom wel of waarom niet?
Art 114 VWEU verwijst naar art 26 VWEU, deze gaat over de interne markt en dat de EU bevoegd is
maatregelen te stellen die ertoe bestemd zijn om de interne markt te verzekeren. De
harmonisatiebevoegdheid is niet volledig onbegrensd, er staat namelijk in lid 1 ‘Tenzij in Verdragen
anders is bepaald’. En lid 2 somt een aantal uitzonderingen op.
3. Beschouwt u bier en wijn als concurrerende producten? Welke problemen ziet u bij het
beantwoorden van deze vraag?
Er zijn veel verschillende soorten wijnen van allemaal verschillende prijsklassen. De duurdere wijnsoorten
concurreren niet per se met bier. Bepaalde soorten wijn en bier concurreren met elkaar. Dit zijn vooral de
goedkopere en lichtere wijnen.
4. Wat valt op aan de definitie van het begrip “maatregel van gelijke werking” die het Hof
introduceert in Dassonville? Wat is het probleem van deze definitie in het licht van de
bevoegdheidsverdeling tussen de EU en de lidstaten?
In Dassonville wordt geoordeeld dat een maatregel van gelijke werking is: iedere (handels)regeling der
lidstaten die de intracommunautaire handel al dan niet rechtstreeks , daadwerkelijk of potentieel, kan
belemmeren.
Het probleem hiermee is dat discriminatie niet per se vereist is om een maatregel van gelijke werking te
zijn.
5. In het verlengde van vraag 4, welke problemen probeerde het arrest Cassis de Dijon op
,te lossen? Creëert dit arrest een juiste balans tussen de belangen van lidstaten en EU en
tussen economische en niet-economische belangen?
Ziet op art 36 VWEU: maatregelen van gelijke werking kunnen onder bepaalde omstandigheden worden
gerechtvaardigd. Deze bepaling moet restrictief uitgelegd worden en de opsomming in het artikel is
limitatief. Een andere rechtvaardigingsgrond is de Cassis-rechtvaardiging die voortvloeit uit de uitspraak
Cassis de Dijon.
Cassis rechtvaardiging: Hierin werd gezegd dat het in bepaalde gevallen toch toegestaan is dat een
lidstaat regels stelt die het vrije verkeer in de Europese Unie belemmeren. Van een dergelijke situatie kan
sprake zijn wanneer de regel verband houdt met de doeltreffendheid van fiscale controles, strekt tot de
bescherming van de volksgezondheid, of tot bescherming van de consument.
6. Wat was het doel van de herziene interpretatie van artikel 34 VWEU door het Hof in
het arrest Keck en Mithouard? Heeft deze herziening haar doel bereikt?
In het arrest Keck en Mithouard werd geoordeeld dat er sprake is van strijd met vrij verkeer van goederen
als lidstaten de handel binnen de EU al dan niet rechtstreeks, daadwerkelijk of potentieel belemmeren.
Onder deze definitie valt echter niet het verbieden van wederverkoop met verlies. Dit levert dus géén
belemmering van het goederenverkeer op.
7. Bestudeer rechtsoverweging 37 van het arrest Italiaanse aanhangwagens en vergelijk
deze met rechtsoverweging 5 van Dassonville. Wat zijn de meest in het oog springende
overeenkomsten en verschillen?
R.o. 37: Ook maatregelen van een lidstaat die ertoe strekken of tot gevolg hebben dat uit andere
lidstaten afkomstige producten minder gunstig worden behandeld, vallen onder het begrip
maatregelen van gelijke werking.
R.o. 5: Iedere handelsregeling van een lidstaat die die de intracommunautaire handel al dan niet
rechtstreeks , daadwerkelijk of potentieel, kan belemmeren is een maatregel van gelijke werking.
Overeenkomsten: definitie is gelijk.
Verschillen: Italiaanse aanhangwagens heeft een bredere reikwijdte (?)
Opdracht 1: theorie
In de rechtspraak inzake het vrij verkeer van goederen staat de reikwijdte van het begrip
“maatregel van gelijke werking” centraal. Het maken van mindmaps, stappenplannen,
flowcharts enz. helpt doorgaans om de rechtspraak beter te begrijpen en een “strategie” te
ontwikkelen om (tentamen)vragen te beantwoorden. Maak een flowchart of beslisschema om
vast te stellen of een bepaalde maatregel van een lidstaat een “maatregel van gelijke
werking” is en of deze gerechtvaardigd kan worden. Probeer de voorgeschreven
jurisprudentie hierin zo goed mogelijk te verwerken. Deze opdracht mag u ook met pen
en papier maken. Er zijn meerdere juiste flowcharts mogelijk. Tijdens de werkgroepen zullen
de door u gemaakte flowcharts en hun sterke en zwakke punten worden besproken.
NB: Op p. 415 van het studieboek vindt u ook een dergelijke flowchart. Helaas bevat deze
flowchart enkele onjuistheden.
Opdracht 2: casus
Deze opdracht bestaat uit het schrijven van een kort pleidooi voor één specifieke procespartij.
, Dat betekent dat u het recht zo moet proberen toe te passen dat ‘uw’ partij de grootste kans
heeft om de zaak te winnen. Deze vorm van vraagstelling zal in dit vak meermaals terugkomen.
In zowel actieve werkgroepen als de responsiewerkgroep zullen we ingaan op wat we van uw
antwoorden verwachten.
De Ierse onderneming ‘Paleontology Rocks!’ publiceert een gelijknamig magazine over
dinosauriërs en andere prehistorische dieren, voornamelijk gericht op kinderen tussen 10 en 16
jaar oud. Lezers van het tijdschrift leren niet alleen veel over dinosauriërs, maar kunnen ook
kleine, gedetailleerde modellen van dinosaurussen verzamelen. Elk tijdschriftnummer bevat
een modeldinosaurus van circa 10 cm hoog, en het tijdschrift zelf bevat altijd een uitgebreid
artikel over de betreffende soort. De zomereditie van het tijdschrift bevat meestal een model
van een zeer populaire dinosaurussoort, zoals de Velociraptor of de Giganotosaurus.
‘Paleontology Rocks!’ wordt verkocht in de gehele Europese Unie in verschillende talen. Het
Ierse bedrijf investeert grote bedragen in marketing en adverteert grootschalig op
televisiezenders en videoplatforms zoals TikTok. In deze advertenties stimuleert ‘Paleontology
Rocks!’ kinderen om hun ouders om een abonnement te vragen. Het tijdschrift zelf wordt,
samen met het dinosaurusmodel, verkocht in plasticfolie. Op deze folie is een grote sticker
geplakt met de tekst ‘INCLUSIEF DINOSAURUS! SPAAR ZE ALLEMAAL!’ met een
afbeelding van een modeldinosaurus. Hiermee beoogt ‘Paleontology Rocks!’ de aandacht te
trekken van kinderen in kantoorboekhandels, supermarkten en andere verkooplocaties.
De Finse consumentenautoriteit is niet blij met de advertentietactieken van ‘Paleontology
Rocks!’. De consumentenautoriteit legt ‘Paleontology Rocks!’ een boete op wegens
overtreding van (1) de Finse wet op oneerlijke handelspraktijken, op grond waarvan
verleidende reclame op producten (zoals de betreffende sticker op de plasticfolie) gericht tot
kinderen onder de 14 jaar niet is toegestaan, en (2) de Finse mediawet, op grond waarvan
televisiereclame gericht tot kinderen onder de 14 jaar niet is toegestaan.
‘Paleontology Rocks!’ gaat in beroep tegen de boete bij de bevoegde Finse bestuursrechter.
Eén van beide partijen (zie onder) vraagt u een kort pleidooi te schrijven van maximaal 500
woorden waarin u haar zaak bepleit vanuit Europeesrechtelijk perspectief.
Schrijf een pleidooi ten behoeve van Paleontology Rocks! waarin u beargumenteert dat het opleggen
van de boete wegens strijd met Finse wetgeving in strijd is met artikelen 34 en 36 VWEU.
Reikwijdte:
- Is sprake van een goed? Ja, een tijdschrift is tastbaar en kan worden aangemerkt als een goed.
(Italiaanse Kunst)
- Sprake van harmonisatie? Blijkt niet uit de casus, dus nee.
- Grensoverschrijdend element? Ja, finland en ierland.
- Rechtstreekse werking: ja.
Beperkingen:
1. Verkoopmodaliteit: dit is volgens Keck & Mithouard alleen een maatregel van gelijke werking
wanneer het algemeen toepasselijk is en er geen sprake is van discriminatie. Het gaat om een
tijdschrift waarop verleidende reclame wordt afgebeeld. Deze Finse wet geldt voor kinderen tot
14 jaar. Het tijdschrift richt zich op kinderen tussen de 10 en 16. Dus er is wel sprake van
discriminatie. is geen MGW, dus is niet verboden.