100% tevredenheidsgarantie Direct beschikbaar na je betaling Lees online óf als PDF Geen vaste maandelijkse kosten 4.2 TrustPilot
logo-home
Samenvatting

Samenvatting MANP AGZ HU Farmacotherapie 5: pulmonologie (inclusief 2 oefentoetsen met informatie uit de hoorcolleges)

Beoordeling
-
Verkocht
-
Pagina's
38
Geüpload op
04-01-2026
Geschreven in
2025/2026

Samenvatting pulmonologie (onderwerp 5 van farmacotherapie). - Het vak wordt in het eerste jaar gegeven van de MANP AGZ aan HU. - Inclusief 2 meerkeuze oefentoetsen (met antwoorden) met informatie uit de hoorcolleges.












Oeps! We kunnen je document nu niet laden. Probeer het nog eens of neem contact op met support.

Documentinformatie

Heel boek samengevat?
Nee
Wat is er van het boek samengevat?
Hoofdstuk 6 6.3.2 t/m 6.3.9, hoofdstuk 8 8.1 t/m 8.3
Geüpload op
4 januari 2026
Aantal pagina's
38
Geschreven in
2025/2026
Type
Samenvatting

Onderwerpen

Voorbeeld van de inhoud

5 Farmacotherapie: Pulmonaal - Voorbereiding/theorie
vrijdag 14 november 2025 15:00
➢ Boek: Toegepaste geneesmiddelenleer

Hoofdstuk 6 Middelen bij afwijkingen aan het bloed

6.3.2 Coagulatie
- Bloedstolling: vorming van een stolsel. Treedt alleen op bij beschadiging van de vaatwand. In
gezonde bloedvaten is er een evenwicht tussen stolling en antistolling (het voorkomen van
stolselvorming).
- Wanneer stolling overheerst, ontstaat trombose (vorming van een bloedstolsel in een
bloedvat).
- Wanneer stolling te traag verloopt, kunnen spontane bloedingen optreden.
- Trombusvorming:
• Zodra bloed het bloedvat verlaat, vormt zich een trombus (bloedstolsel): een netwerk
van fibrinedraden (eiwitdraden die het stolsel stevigheid geven) waarin trombocyten
(bloedplaatjes) en erytrocyten (rode bloedcellen) worden ingesloten.
• De vloeistof die hierbij wordt afgescheiden, heet serum (bloed zonder stollingsfactoren)
- Stollingsfactoren:
• Voor een goed verlopende bloedstolling zijn verschillende stollingsfactoren (stoffen die
de stolling in gang zetten) nodig.
• Factor VI bestaat niet.
• Er zijn verschillende soorten factoren:
○ Door de lever aangemaakte enzymen (eiwitten die reacties versnellen), zoals
factor II, VII, IX en X.
○ Voor de aanmaak van deze enzymen is vitamine K nodig.
○ Pasgeborenen krijgen vitamine K toegediend omdat ze dit nog niet zelf kunnen
aanmaken.
○ Stoffen uit beschadigd weefsel en trombocyten activeren ook de stolling.
○ Calciumionen (Ca²⁺): zijn onmisbaar voor het stollingsproces.
- Onstolbaar maken van het bloed:
• Bloed kan onstolbaar (niet meer stollen) gemaakt worden door de calciumionen te
binden.
• Dit gebeurt bijvoorbeeld met natriumcitraat (toegevoegd aan donorbloed) of EDTA (stof
die in laboratoriumtesten wordt gebruikt).
- Verloop van het stollingsproces gaat via een cascade (kettingreactie waarin stoffen elkaar
activeren):
1 Eerste stadium: vorming van protrombinase (enzymcomplex dat stolling start).
2 Protrombinase zet protrombine (factor II) om in trombine (factor IIa).
3 Trombine zet vervolgens fibrinogeen (factor I) om in fibrinemonomeren (factor Ia).
4 Deze fibrinemonomeren verbinden zich tot fibrinepolymeren (lange ketens van fibrine),
die samen een fibrinenetwerk vormen: de eigenlijke trombus (stolsel).
5 Als één of meerdere stollingsfactoren ontbreken, ontstaat een verlengde stollingstijd of
hemofilie (erfelijke stollingsstoornis met bloedingsneiging).
- Regulatie van de stolling:
1 Trombine wordt grotendeels ingesloten in de trombus, zodat de stolling niet onbeperkt
doorgaat.
2 In het bloed circuleren anticoagulantia (stollingsremmende factoren) die te sterke
stolling voorkomen, zoals heparine (lichaamseigen stof die de stolling remt).
3 Heparine wordt gemaakt in mestcellen (immuuncellen in bindweefsel) en basofiele
granulocyten (witte bloedcellen) en inactiveert trombine via stimulatie van
antitrombine III (stof die stollingsenzymen uitschakelt).
4 Proteïne C (door trombine geactiveerd) breekt geactiveerde stollingsfactoren V en VIII
af. Proteïne S ondersteunt proteïne C in dit proces.
5 Een tekort aan stollingsremmende factoren kan aangeboren of verworven zijn en leidt
tot spontane trombose (bloedstolselvorming zonder duidelijke oorzaak).



Farmacotherapie AGZ Pagina 1

,6.3.3 Trombolyse
- Het intrinsieke stollingsproces komt meerdere keren per dag op gang in het lichaam,
bijvoorbeeld bij kleine beschadigingen van de vaatwand of bij atherosclerotische plaques
(vetafzettingen in de bloedvaten).
- Om te voorkomen dat deze kleine stolsels blijven bestaan of groter worden, wordt het
plasma-eiwit plasminogeen in het stolsel opgenomen.
- Door verschillende factoren (onder andere stoffen uit intacte endotheelcellen) wordt
plasminogeen omgezet in plasmine (een enzym dat bloedstolsels afbreekt).

6.3.4 Hemostasetests
- De meest gebruikte test is de protrombinetijd (PT), een maat voor de stollingstijd in
aanwezigheid van weefseltromboplastine (factor III).
• De PT is gevoelig voor de stollingsfactoren II, V, VII en X.
• De PT meet de extrinsieke stolling, bijvoorbeeld bij wafarine.
- Omdat de resultaten kunnen verschillen per laboratorium, is de test tegenwoordig
gestandaardiseerd met de INR (international normalized ratio).
• De INR wordt gebruikt om patiënten te volgen die orale cumarinederivaten
(bloedverdunners) gebruiken.
• De INR meet de stolling bij gebruik van cumarinederivaten, bijvoorbeeld bij
acenocoumarol.
- De APTT-test (activated partial thromboplastin time) wordt vooral gebruikt om de
hoeveelheid factor VIII in het bloed te bepalen. Hierbij wordt een contactactivator aan het
bloed toegevoegd.
• Een verlengde APTT kan wijzen op een tekort aan de stollingsfactoren II, V, VIII t/m XII
of aan fibrinogeen.
• De APTT wordt aangevraagd bij patiënten die heparine krijgen toegediend.
• De APTT meet de intrinsieke stolling, bijvoorbeeld bij heparine.




6.3.5 Antitrombotica
- Indicatie: behandeling van trombose (vorming van bloedstolsels).
- Soorten trombose:
• Arteriële trombose: in slagaders, bijvoorbeeld cerebraal (hersenen), coronair

Farmacotherapie AGZ Pagina 2

, • Arteriële trombose: in slagaders, bijvoorbeeld cerebraal (hersenen), coronair
(hartkransslagaders), cardiaal (hart) of perifeer (ledematen).
• Veneuze trombo-embolie: in aders, bijvoorbeeld diepveneuze trombose en
longembolie.

6.3.7 Anticoagulantia
- Cumarinederivaten:
• Werking: blokkeren het vitamine K-recyclesysteem in de lever. Hierdoor kunnen
stollingsfactoren II, VII, IX en X (afhankelijk van vitamine K) maar één keer gebruikt
worden, waardoor abnormale stollingsfactoren ontstaan en antistolling optreedt.
• Voorbeelden van medicatie:
○ Acenocoumarol: kortwerkend, halfwaardetijd 8-11 uur, effect na 3–5 dagen,
houdt aan tot 48 uur na laatste dosis.
○ Fenprocoumon (Marcoumar): langwerkend, halfwaardetijd 160 uur, effect na 5-7
dagen, houdt aan tot 2 weken na laatste dosis.
• Indicaties: diepveneuze trombose, preventie van trombose bij atriumfibrilleren,
hartklepgebreken, implantatie van hartklepprothesen.
• Controle: vanwege smalle therapeutische breedte wordt regelmatige INR-bepaling
gedaan; streef-INR meestal 2,5–4. INR hoger dan 7,5 verhoogt kans op spontane
bloedingen.
• Invloed van voeding en andere factoren: vitamine K-inname (groene groenten), vetarm
dieet, alcohol, antibiotica, infecties en diarree kunnen INR beïnvloeden.
• Behandeling bij overdosis of bloedingen:
○ Vitamine K (fytomenadion, Konakion): oraal 24 uur, intraveneus enkele uren.
○ Stollingsfactorenconcentraat (factor II, VII, IX, X, PPSB, Cofact, Beriplex): werkt
onmiddellijk maar kortdurend, alleen bij strikte indicatie vanwege hoge kosten.
• Complicaties: dosisafhankelijke stimulatie van stolling mogelijk in beginfase door
snellere daling van stollingsremmende eiwitten (proteïne C en proteïne S), soms
huidnecrose.
• Contra-indicaties:
○ Zwangerschap (teratogeen in eerste trimester, bloedingen later).
○ Gelijktijdig gebruik van directe orale anticoagulantia (dabigatran, rivaroxaban,
apixaban) behalve kortdurend tijdens overstap.
○ Ernstige hypertensie, recente ernstige bloedingen (bijvoorbeeld CVA), diabetische
retinopathie, ernstige lever- of nierinsufficiëntie.
○ Abnormale bloedingsneiging.
• Interacties:
○ Leverziekte: minder productie van stollingsfactoren, waardoor het effect van
cumarinederivaten versterkt wordt.
○ Oestrogenen: verhogen de aanmaak van stollingsfactoren, waardoor de werking
van cumarinederivaten afneemt.
○ Acetylsalicylzuur: verdringt cumarinederivaten uit plasma-eiwitbinding, wat het
antistollingseffect verhoogt.
○ Antibiotica zoals cotrimoxazol, doxycycline en claritromycine: versterken het
antistollingseffect.
○ Andere medicijnen kunnen de biotransformatie van cumarinederivaten
beïnvloeden, daarom is extra INR-controle nodig bij combinatiegebruik.
- Heparine:
• Werking:
○ Heparine werkt als anticoagulans (bloedverdunner) door activering van
antitrombine III, waardoor de hoeveelheid trombine (stollingsfactor IIa) afneemt.
○ Hierdoor wordt de omzetting van fibrinogeen (factor I) naar fibrine geremd.
○ Antitrombine neutraliseert ook stollingsfactor Xa.
○ Het antistollingseffect van heparine treedt onmiddellijk op.
○ Toediening kan intraveneus of subcutaan. Intramusculair mag niet vanwege
verhoogd risico op bloedingen.
• Bewaking:
Monitoring gebeurt via de APPT.

Farmacotherapie AGZ Pagina 3

, ○ Monitoring gebeurt via de APPT.
○ Streefwaarde: 1,5-2 keer de normaalwaarde (25–40 sec).
• Bijwerkingen:
○ Verhoogd risico op bloedingen.
○ Heparine-geïnduceerde trombocytopenie type I (HIT type I): afname van
trombocyten door activatie en verbruik, meestal in de eerste dagen van gebruik.
○ Heparine-geïnduceerde trombocytopenie type II (HIT type II): immunologische
reactie tegen heparine-PF4-complexen, latent 5-10 dagen, kan leiden tot trombo-
embolische processen.
• Behandeling van bijwerkingen: ernstige bloedingen kunnen worden behandeld met
protamine, dat heparine bindt en neutraliseert.
• Laagmoleculaire heparine (LMWH):
○ Fragmenten van heparine met laag molecuulgewicht, actiever tegen Xa dan
trombine.
○ Worden gebruikt als profylaxe tegen trombose bij chirurgische ingrepen.
○ Voordeel: langere halfwaardetijd, eenmaal per dag toediening, geen
laboratoriumcontrole nodig.
○ Omdat ze minder effect hebben op IIa, is APTT-test niet zinvol.
• Interacties:
○ Werking kan worden versterkt door geneesmiddelen zoals allopurinol,
amoxicilline/clavulaanzuur, cimetidine, erytromycine.
○ Werking kan worden verzwakt door rifampicine of chronisch alcoholgebruik.




- Xa-remmer (Fondaparinux, Arixtra):
• Synthetisch middel, versterkt de neutralisatie van factor Xa via selectieve binding aan
antitrombine III.
• Breekt de stollingscascade af zonder trombine te inactiveren en zonder effect op
trombocyten.
• Nadeel: bloedingen kunnen niet gecoupeerd worden; voorzichtigheid bij ouderen.
• Heeft geen effect op APTT of INR.
• Toepassing: profylaxe bij orthopedische operaties van onderste extremiteit (bijv.
collumfractuur). Eerste dosis 6 uur na wondsluiting, mits hemostase is verkregen.
• Contra-indicaties: ernstige nierinsufficiëntie, acute bacteriële endocarditis.
• Niet gelijktijdig gebruiken met middelen die bloedingsrisico verhogen (bijvoorbeeld
heparine). Voorzichtigheid bij trombocytenaggregatieremmers en NSAID’s.
• Belangrijkste bijwerkingen: postoperatieve bloedingen, anemie.
- Antitrombine III (Atenativ):
• Verkregen uit humaan vers plasma.
• Toediening: intraveneus.
• Toepassing: behandeling of preventie van trombo-embolische complicaties bij patiënten
met antitrombine III-deficiëntie.
• Mogelijke bijwerkingen: allergische of overgevoeligheidsreacties.
- Danaparoïde (Orgaran):
• Antitrombotische werking berust deels op versterking van de remming van trombine
door antitrombine, sterker effect op factor Xa dan op IIa.
• Nadeel: moet tweemaal daags worden toegediend.
- NOAC/Directe Orale Anticoagulantia (DOACs)
• Algemeen:
○ NOACs worden ook wel nieuwe of directe orale anticoagulantia genoemd.
Worden voorgeschreven bij atriumfibrilleren en veneuze trombo-embolie.


Farmacotherapie AGZ Pagina 4

Maak kennis met de verkoper

Seller avatar
De reputatie van een verkoper is gebaseerd op het aantal documenten dat iemand tegen betaling verkocht heeft en de beoordelingen die voor die items ontvangen zijn. Er zijn drie niveau’s te onderscheiden: brons, zilver en goud. Hoe beter de reputatie, hoe meer de kwaliteit van zijn of haar werk te vertrouwen is.
lisabeer Hogeschool Utrecht
Bekijk profiel
Volgen Je moet ingelogd zijn om studenten of vakken te kunnen volgen
Verkocht
116
Lid sinds
4 jaar
Aantal volgers
73
Documenten
10
Laatst verkocht
7 maanden geleden

4,5

11 beoordelingen

5
6
4
4
3
1
2
0
1
0

Waarom studenten kiezen voor Stuvia

Gemaakt door medestudenten, geverifieerd door reviews

Kwaliteit die je kunt vertrouwen: geschreven door studenten die slaagden en beoordeeld door anderen die dit document gebruikten.

Niet tevreden? Kies een ander document

Geen zorgen! Je kunt voor hetzelfde geld direct een ander document kiezen dat beter past bij wat je zoekt.

Betaal zoals je wilt, start meteen met leren

Geen abonnement, geen verplichtingen. Betaal zoals je gewend bent via iDeal of creditcard en download je PDF-document meteen.

Student with book image

“Gekocht, gedownload en geslaagd. Zo makkelijk kan het dus zijn.”

Alisha Student

Veelgestelde vragen