Samenvatting Inleiding recht: Kern van het recht
Aan de hand van het boek ‘De democratische rechtstaat in de gelaagde rechtsorde’ en de
leerdoelen op Brightspace.
Week 1
1) Rechtsnormen definiëren;
Rechtsnorm: Geeft aan wat mensen en organisatie behoren te doen.
1) Geen beschrijving van wat ze feitelijk doen.
2) Geen morele norm.
John Austin: Het bestaan van een wet is een feit, of we dit leuk vinden / het goedkeuren is een ander
ding.
Hans Kelsen: positief recht en plaats rechtsnorm.
2) Diverse rechtsbronnen te onderscheiden;
Rechtsbronnen: De feiten, procedures of gebeurtenissen waaruit rechtsnormen voortkomen.
1) Wetgeving;
2) Jurisprudentie;
3) Gewoonterecht;
4) Verdragen;
5) Besluiten van internationale organisaties;
6) Algemene rechtsbeginselen;
7) Soft law.
1) Wetgeving
Twee kenmerken:
1) Algemeen: een wet is van toepassing op een onbepaald aantal burgers, organisaties en
situaties
2) Afkomstig van een instantie die bevoegd is wetten te maken.
- Formele wetten: Staten-Generaal + regering: 81 GW
- Amvb: Algemene maatregelen van bestuur door de regering
- Ministeriële verordeningen: Ministers
- Provinciale verordeningen: Provincie
- Gemeentelijke verordeningen: Gemeente (art 127 Gw)
Proces wetgeving: art 82-88 Gw
1) Voorstel van minister of staatssecretaris (regeringsvoorstel) / voorstel van lid Tweede Kamer
(initiatiefvoorstel)
- Leden van de Eerste Kamer niet (art 82 Gw)
2) Raad van State brengt advies uit
3) Behandeling TK Amendement voorstellen (art 84 Gw)
4) Behandeling Eerste Kamer
- Geen Amendementrecht, wet kan wel aangepast worden dmv novelle
5) Ondertekening minister en Koning + publicatie (art 87-88 Gw)
,Europese Unie:
Art 288 VwEU: verordeningen, richtlijnen en besluiten.
1) Verordeningen:
- Algemene strekking
- Verbindend in al haar onderdelen
- Rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Nationale wetgever mag verordeningen niet omzetten in nationale wetten, wel uitvoeringsregelingen
maken.
2) Richtlijnen:
- Verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd
is.
- Nationale organisatie wordt bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen Nationale
wetgever omzetten.
3) Besluiten:
- Verbindend in al haar onderdelen.
- Algemene regels.
Uitzondering:
- Huwelijk Maxima en koning Willem-Alexander tot stand gekomen door middel van een formele
wet.
2)Jurisprudentie:
Rechter is geen rechtsvormer, maar een geschilbeslechter. (art 12 Wet AB). Echter, soms kan de
rechter de bestaande rechtsregel niet zomaar toepassen, omdat onduidelijk is hoe de rechtsregel luidt.
Hij moet beslissen en kan hier niet voor wegduiken (art 6 EVRM)
- Milde precedentwerking: De nieuwe regel die de rechter geformuleerd heeft, mag
overgenomen worden door een andere rechter bij vergelijkbare gevallen.
o Voornamelijk bij hogere rechters zoals de HR, RvS, CRvB of CBb.
Twee redenen:
1) Interpretatie: noodzakelijk wanneer de betekenis onduidelijk is van woorden in een wet.
2) Belangenafweging: belangen afwegen van beide partijen wanneer deze in het geding zijn.
- JP: Grensoverschrijdende garage.
Hoe kijkt een rechter hiernaar? Gezichtspuntencatalogi: lijsten van factoren waar een rechter
rekening mee moet houden om te bepalen welk belang voor gaat.
3) Gewoonterecht:
1) Usus: gewoontepraktijk, regel wordt in de praktijk door een groep gevolgd.
2) Opinio juris: rechtsovertuiging, de groep is ervan overtuigd dat zij deze regel behoren te
volgen.
- Voorbeeld: vertrouwensregel
4)Verdragen:
, 1) Bilateraal: verdragen tussen twee partijen
2) Multilateraal: verdragen tussen meerdere partijen.
1) Traites-contrats: afspraak over een specifieke transactie met een prestatie en tegenprestatie.
2) Traites-lois: verdragen met algemene regels tussen staten.
- Handvest VN
3) Traties-constitutions: verdrag waarin internationale organisaties worden opgericht.
- Handvest VN, EEG, EGKS
Een verdrag kan meerdere categorieën betreffen.
- Meeste hebben geen directe rechtsgevolgen voor de verhouding overheid en burger of
burgers onderling, behalve de mensenrechtenverdragen.
o EVRM, IVBPR
Besluiten van internationale organisaties:
Internationale organisaties kunnen van de bevoegdheid hebben gekregen om juridisch bindende
handelingen te verrichten. (art 25 VN-Handvest)
- Ontleend door de traites-constitutions.
- Soms algemeen, soms individueel karakter.
Algemene rechtsbeginselen:
1) Evaluatief, moreel karakter: principiële hoeksteen van de rechtsorde.
2) Open karakter: moet geïnterpreteerd kunnen worden.
3) Zeker gewicht.
Soft law:
1) Schending is niet handhaafbaar / afdwingbaar
2) Totstandkoming is niet aan regels onderworpen.
3) Wordt gebruikt bij interpretatie en belangenafweging van hard law.
- Conclusies, aanbevelingen.
Week 2
1) Aan te geven op welke vier argumenten het onderscheid tussen publiekrecht en
privaatrecht gebaseerd is;
1) Algemeen belang vs particulier belang: Publiekrecht beschermt het algemeen
belang, publiekrecht is voor het belang van de burger.
2) Hiërarchisch vs nevengeschikt: Overheid stelt rechtsgevolgen eenzijdig vast. In
privaatrecht staat gelijkwaardigheid centraal.
3) Overheid vs burger / burger vs burger
4) Handhaving en rol van de rechter: In publiekrecht overheid initiatief, in
privaatrecht burger.
2) Aan de hand van voorbeelden aan te geven welke kritiek op ieder van deze
argumenten mogelijk is;
Aan de hand van het boek ‘De democratische rechtstaat in de gelaagde rechtsorde’ en de
leerdoelen op Brightspace.
Week 1
1) Rechtsnormen definiëren;
Rechtsnorm: Geeft aan wat mensen en organisatie behoren te doen.
1) Geen beschrijving van wat ze feitelijk doen.
2) Geen morele norm.
John Austin: Het bestaan van een wet is een feit, of we dit leuk vinden / het goedkeuren is een ander
ding.
Hans Kelsen: positief recht en plaats rechtsnorm.
2) Diverse rechtsbronnen te onderscheiden;
Rechtsbronnen: De feiten, procedures of gebeurtenissen waaruit rechtsnormen voortkomen.
1) Wetgeving;
2) Jurisprudentie;
3) Gewoonterecht;
4) Verdragen;
5) Besluiten van internationale organisaties;
6) Algemene rechtsbeginselen;
7) Soft law.
1) Wetgeving
Twee kenmerken:
1) Algemeen: een wet is van toepassing op een onbepaald aantal burgers, organisaties en
situaties
2) Afkomstig van een instantie die bevoegd is wetten te maken.
- Formele wetten: Staten-Generaal + regering: 81 GW
- Amvb: Algemene maatregelen van bestuur door de regering
- Ministeriële verordeningen: Ministers
- Provinciale verordeningen: Provincie
- Gemeentelijke verordeningen: Gemeente (art 127 Gw)
Proces wetgeving: art 82-88 Gw
1) Voorstel van minister of staatssecretaris (regeringsvoorstel) / voorstel van lid Tweede Kamer
(initiatiefvoorstel)
- Leden van de Eerste Kamer niet (art 82 Gw)
2) Raad van State brengt advies uit
3) Behandeling TK Amendement voorstellen (art 84 Gw)
4) Behandeling Eerste Kamer
- Geen Amendementrecht, wet kan wel aangepast worden dmv novelle
5) Ondertekening minister en Koning + publicatie (art 87-88 Gw)
,Europese Unie:
Art 288 VwEU: verordeningen, richtlijnen en besluiten.
1) Verordeningen:
- Algemene strekking
- Verbindend in al haar onderdelen
- Rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Nationale wetgever mag verordeningen niet omzetten in nationale wetten, wel uitvoeringsregelingen
maken.
2) Richtlijnen:
- Verbindend ten aanzien van het te bereiken resultaat voor elke lidstaat waarvoor zij bestemd
is.
- Nationale organisatie wordt bevoegdheid gelaten vorm en middelen te kiezen Nationale
wetgever omzetten.
3) Besluiten:
- Verbindend in al haar onderdelen.
- Algemene regels.
Uitzondering:
- Huwelijk Maxima en koning Willem-Alexander tot stand gekomen door middel van een formele
wet.
2)Jurisprudentie:
Rechter is geen rechtsvormer, maar een geschilbeslechter. (art 12 Wet AB). Echter, soms kan de
rechter de bestaande rechtsregel niet zomaar toepassen, omdat onduidelijk is hoe de rechtsregel luidt.
Hij moet beslissen en kan hier niet voor wegduiken (art 6 EVRM)
- Milde precedentwerking: De nieuwe regel die de rechter geformuleerd heeft, mag
overgenomen worden door een andere rechter bij vergelijkbare gevallen.
o Voornamelijk bij hogere rechters zoals de HR, RvS, CRvB of CBb.
Twee redenen:
1) Interpretatie: noodzakelijk wanneer de betekenis onduidelijk is van woorden in een wet.
2) Belangenafweging: belangen afwegen van beide partijen wanneer deze in het geding zijn.
- JP: Grensoverschrijdende garage.
Hoe kijkt een rechter hiernaar? Gezichtspuntencatalogi: lijsten van factoren waar een rechter
rekening mee moet houden om te bepalen welk belang voor gaat.
3) Gewoonterecht:
1) Usus: gewoontepraktijk, regel wordt in de praktijk door een groep gevolgd.
2) Opinio juris: rechtsovertuiging, de groep is ervan overtuigd dat zij deze regel behoren te
volgen.
- Voorbeeld: vertrouwensregel
4)Verdragen:
, 1) Bilateraal: verdragen tussen twee partijen
2) Multilateraal: verdragen tussen meerdere partijen.
1) Traites-contrats: afspraak over een specifieke transactie met een prestatie en tegenprestatie.
2) Traites-lois: verdragen met algemene regels tussen staten.
- Handvest VN
3) Traties-constitutions: verdrag waarin internationale organisaties worden opgericht.
- Handvest VN, EEG, EGKS
Een verdrag kan meerdere categorieën betreffen.
- Meeste hebben geen directe rechtsgevolgen voor de verhouding overheid en burger of
burgers onderling, behalve de mensenrechtenverdragen.
o EVRM, IVBPR
Besluiten van internationale organisaties:
Internationale organisaties kunnen van de bevoegdheid hebben gekregen om juridisch bindende
handelingen te verrichten. (art 25 VN-Handvest)
- Ontleend door de traites-constitutions.
- Soms algemeen, soms individueel karakter.
Algemene rechtsbeginselen:
1) Evaluatief, moreel karakter: principiële hoeksteen van de rechtsorde.
2) Open karakter: moet geïnterpreteerd kunnen worden.
3) Zeker gewicht.
Soft law:
1) Schending is niet handhaafbaar / afdwingbaar
2) Totstandkoming is niet aan regels onderworpen.
3) Wordt gebruikt bij interpretatie en belangenafweging van hard law.
- Conclusies, aanbevelingen.
Week 2
1) Aan te geven op welke vier argumenten het onderscheid tussen publiekrecht en
privaatrecht gebaseerd is;
1) Algemeen belang vs particulier belang: Publiekrecht beschermt het algemeen
belang, publiekrecht is voor het belang van de burger.
2) Hiërarchisch vs nevengeschikt: Overheid stelt rechtsgevolgen eenzijdig vast. In
privaatrecht staat gelijkwaardigheid centraal.
3) Overheid vs burger / burger vs burger
4) Handhaving en rol van de rechter: In publiekrecht overheid initiatief, in
privaatrecht burger.
2) Aan de hand van voorbeelden aan te geven welke kritiek op ieder van deze
argumenten mogelijk is;